Wetering Galerie

Vorige maand vierde Michiel Hennus, eigenaar van de Wetering Galerie, zijn zilveren jubileum met een tentoonstelling van zilverkleurige kunstwerken gemaakt door kunstenaars uit zijn vaste stal. Het was een mooi overzicht van de kunst waar Hennus zich mee engageert, die, heel in het algemeen te omschrijven is als een gevoelige, naar het meditatieve neigende abstracte kunst.

Een van de zilveren werken hangt er nog, als onderdeel van de tentoonstelling van Reinoud Oudshoorn (1953), een wandbeeld van ijzer beschilderd met aluminiumverf. Het is een koel, onverbiddelijk object bestaande uit een gladgeslepen metalen vlak dat scherp en agressief de ruimte insteekt. Het roept associaties op met een scheermes, maar tegelijkertijd heeft het ook een andere, hiermee contrasterende werking. De zijranden hebben een concave kromming die perspectivisch werkt en een illusie van afstand en van landschap creeert. Het lichtgewelfde vlak hangt op ooghoogte en daar waar het grenst aan de wand ontstaat een idee van een horizon.

Alle objecten van Oudshoorn zijn koel en formeel van karakter, en zijn ontstaan op een duidelijk te omschrijven manier. Ze houden het midden tussen beeldhouw- en schilderkunst. Het zijn geen zelfstandige beelden maar wandobjecten die leunen of hangen, en die vaak net als het hierboven beschreven werk, een schilderkunstig effect hebben. In alle werken speelt het perspectief een rol: lijnen komen samen op een punt, of een platte cirkel ontplooit zich tot ellips. Het hoofdthema van de expositie in de Wetering Galerie is een matglazen venster, gevat in een ijzeren frame. Dit kan een enkel venster zijn, aan de muur bevestigd waarbij het frame geconstrueerd is volgens de klassieke regels van het perspectief en de staafjes zich zo ten opzichte van elkaar bevinden dat ze, denkbeeldig doorgetrokken, samen zouden komen op een centraal verdwijnpunt. Zo'n venster hangt op ooghoogte, 1.65 meter vanaf de plint zodat het is alsof we, net als bij een Renaissance-schilderij, in een kastje, of in een andere wereld kijken.

Een beeld kan ook uit meer vensters bestaan, steeds gearrangeerd volgens het centrale verdwijnpunt.

De grotere beelden staan op de grond en leunen tegen de wand, waarbij de denkbeeldige horizon samenvalt met de plint. Het matglas verleent de werken een mysterieus en atmosferisch uiterlijk terwijl het glas wel zo doorzichtig is dat onmiddellijk te zien is hoe de beelden zijn geconstrueerd.

Zo doen de glazen constructies zich op het ene moment voor als theatertjes of decorstukken, en het volgende moment als geschilderde landschappen die niet helemaal gelukkig lijken met hun illusionistische verschijningsvorm en hun best doen om `echte' ruimte te worden.

Het werk van Oudshoorn is zodoende zeer dubbelzinnig van karakter. Deze objecten zijn geen sculptuur en geen schilderij; het zijn illusionistische landschappen die eigenlijk driedimensionaal willen zijn; of het zijn formele constructies die juist atmosfeer en illusie willen zijn. Een kunstwerk mag natuurlijk verwarring stichten graag zelfs. Maar uiteindelijk moet die verwarring zich oplossen moet er helderheid komen; en dat kan alleen wanneer er bij de kunstenaar helderheid bestaat over wat hij eigenlijk wil.