Voldoende middelen voor harde klap

De grootste armada sinds de Golfoorlog van 1991 verzamelt zich in het Golfgebied. Toch blijft het treffen van de juiste doelen een lastige opgave.

“Gee. We hadden niet gedacht dat het zo hevig zou zijn', wordt volgens een Amerikaanse defensiefunctionaris de waarschijnlijke Iraakse reactie wanneer het stof van een bombardementsoffensief eenmaal is opgetrokken.

Dat een eventuele actie tegen Iraakse doelen hevig zal zijn, lijkt vast te staan. Volgens de voorzitter van de verenigde chefs van staven, Hugh Shelton, zijn er al voldoende Amerikaanse strijdkrachten in de regio aanwezig om zo'n aanval direct uit te voeren.

Op dit moment zijn zo'n 200 toestellen op vliegvelden in de Golf en op een vliegdekschip gestationeerd. Daarbij moeten nog enige tientallen Britse en Franse toestellen worden opgeteld. Op oorlogsbodems in de Golf zijn tevens rond 300 Tomahawk-kruisraketten opgesteld. Vanuit de Verenigde Staten zelf kunnen strategische bommenwerpers, zoals de B-52 of de slecht voor radar zichtbare B-2, non-stop naar Irak en terug vliegen.

Voor het uitdelen van een harde klap zijn deze middelen ruim voldoende. Sinds 1991 is het arsenaal ongeleide, `domme' bommen grotendeels ingeruild voor nieuwe radar-, tv- of infrarood-geleide wapens. Ook maken deze smart weapons in toenemende mate gebruik van het satelliet-navigatiesysteem GPS. Operatie Deliberate Force, de bombardementen op de Bosnische Serviers in 1995, liet zien dat het `luchtwapen' sinds het treffen met Irak vier jaar daarvoor een grote sprong voorwaarts heeft gemaakt.

Voor een onafgebroken offensief, dat stapsgewijs - met pauzes voor de diplomatie - steeds hardere slagen kan toebrengen, zijn daarentegen veel meer vliegtuigen nodig.

Om deze reden hebben de VS een extra vliegdekschip met 70 marinevliegtuigen en nog eens 130 luchtmachttoestellen, waaronder een zelfstandig opererende Air Expeditionary Force, naar de Golf gedirigeerd.

Deze strijdmacht steekt in kwantiteit nog mager af tegen de zesmaal zo grote armada die in de Golfoorlog in 1991 in de Golf was verzameld. Maar deze verhouding is minder scheef dan zij lijkt. Afgezien van de `slimmere' bommen, mag er van uit worden gegaan dat de Amerikaanse, Britse en Franse inlichtingendiensten sinds 1991 veel informatie over doelen hebben verzameld. Want hun spionagevliegtuigen hebben sinds 1991 vrij spel gehad in het Iraakse luchtruim.

Het ziet er niet naar uit dat president Saddam Hussein onder de indruk zal raken van luchtaanvallen op alleen zijn makkelijk op te sporen legereenheden.

Dat is bij eerdere confrontaties gebleken. Er zijn echter doelen die de Iraakse machthebbers wel degelijk koste wat het kost intact willen laten. In de eerste plaats zijn dat de verborgen chemische en biologische wapens, die immers de inzet vormen van het al jaren durende treffen tussen Irak en de Verenigde Naties.

Maar het is op zijn minst twijfelachtig te noemen of deze wapens met bombardementen zijn uit te schakelen. Voor het herstarten van een biologisch wapenprogramma volstaat een reageerbuis met pathogene bacterien. En voor chemische wapens geldt iets dergelijks.

Een ander belangrijk doel van het aanstaande offensief is Saddam Husseins machtsbasis, en dan vooral de Speciale Veiligheids Organisatie, SVO. Deze schimmige pretoriaanse garde van zo'n 5.000 manschappen moet in de eerste plaats de veiligheid van de president garanderen.

Maar daarnaast is deze organisatie volgens de voormalige VN-wapeninspecteur Scott Ritter ook verantwoordelijk voor het verstoppen van verboden massavernietigingswapens. In een interview met The New Yorker zegt hij dat UNSCOM, de speciale VN-commissie die de Iraakse verboden wapenprogramma's moet ontmantelen, eind 1997 eindelijk in staat was binnen de `besluitvormingslus' van de SVO te opereren.

Maar actie is toen nauwelijks ondernomen en de inspecteurs werden in hun werkzaamheden gehinderd, aldus Ritter.

Indien Ritter gelijk heeft en de piloten van de verzamelde luchtvloot inderdaad over de doelcoordinaten van de hoofdkwartieren, opslagplaatsen, manschappenverblijven en communicatie-installaties van de SVO beschikken, of als Saddam Hussein denkt dat zij deze bezitten, dan kan het offensief, of het dreigen daarmee, het gewenste resultaat hebben.