Transparant onderwijs

TOEN KARIN ADELMUND ruim honderd dagen geleden staatssecretaris van Onderwijs werd, vroeg menigeen zich af wat ze daar te zoeken had. Het was een publiek geheim dat de scheidend PvdA-voorzitter haar zinnen had gezet op een ministerschap en dagen nodig had om te wennen aan het idee dat de partijleiding in Den Haag dat een te groot risico vond. Bovendien leek de vrees gerechtvaardigd dat Adelmund, met haar soms wat opgewonden vakbondsvocabulaire, op Onderwijs in de bureaucratie zou verdrinken of het porcelein zou beschadigen.

Dat was schijn. Want eerlijk is eerlijk: in haar eerste maanden als staatssecretaris heeft Adelmund zich van een kant laten zien die we niet meer van een PvdA'er gewend waren. Deze week heeft ze haar eerste ingrijpende beleidsvoornemen bekendgemaakt. Er moet op alle basischolen een verplichte eindtoets komen, waarbij de absolute maatstaven voor iedereen gelijk zullen zijn. De relatieve prestaties van een school - in een `achterbuurt' is het immers gecompliceerder goede resultaten te halen dan in `villawijken' - zullen alleen als toegevoegde waarde worden berekend. Dat wil zeggen: geen gewogen beoordeling, waarbij een 5 op moeilijke scholen (abusievelijk wel `zwart' geheten) een 6 wordt en een 6- op een makkelijke `blanke' school de facto een onvoldoende lijkt.

Volgens Adelmund is “transparantie' nu broodnodig. Het onderwijs is er voor iedereen, voor “rijk en arm'. Er moet dus een lijn worden getrokken. “Dan moet je de middengroep ook ter wille zijn. Want zij dragen de kwaliteit van de voorziening', aldus Adelmund. Met andere woorden: als je zwakke scholen in achterstandsbuurten voortrekt, bedonder je de ouders van de kinderen. Die hebben dat snel door en zoeken, als het even kan, een betere school.

Adelmund heeft met dit voornemen een streep gezet onder een dogma van haar partij. Onder haar voorgangster Netelenbos zou zo'n standpunt als vloeken in de kerk zijn doodgezwegen. En daarbij zou het zijn gebleven. Nu heeft Adelmund, dankzij haar positie de kat de bel aangebonden.

Binnen de PvdA-fractie zijn de onderwijswoordvoerders vooralsnog met stomheid geslagen en doen er het zwijgen toe. Maar dat is vermoedelijk slechts een kwestie van tijd. Ook onder sociaal-democraten rommelt het namelijk al langer.

Wethouders van Onderwijs bijvoorbeeld weten al enige jaren dat de wal het schip reeds heeft gekeerd. De slechte scholen worden niet beter van onduidelijk `achterstandsbeleid'. Ouders kiezen nu eenmaal altijd voor de toekomst van hun kinderen en niet voor het beleid van Zoetermeer, alle mooie intenties ten spijt. De koers die de PvdA op en rond het Binnenhof heeft gevoerd, is dan ook een eenzame geworden en dus onhoudbaar.

PARADOXAAL GENOEG grijpt staatssecretaris Adelmund met haar voornemen terug op een oude sociaal-democratische traditie, die de afgelopen decennia helaas verdonkeremaand is. Het klassieke begrip `verheffing' is namelijk nooit bedoeld geweest als nivellering naar beneden maar altijd als weg omhoog. Wat toen gold - demagogisch samen te vatten als `voor een arbeider is het beste nog niet goed genoeg' - is nog steeds van kracht. Dat Adelmund spreekt over de middengroepen illustreert bovendien dat ze oog heeft voor de hedendaagse sociale verhoudingen. De vraag is alleen of ze ook in staat zal zijn haar plannen te realiseren. Want haar departement is nog niet zo transparant en kan dus een geducht blok aan haar been worden.