Strijdbaar liberaal uit zelfbehoud; Isaiah Berlin (1909-1997)

Michael Ignatieff : Isaiah Berlin, A life. Chatto & Windus. 356 blz. Fl. 79.60

Toonaangevende leden van het Britse intellectuele establishment waren buitengewoon skeptisch over de plannen van de Canadese historicus Michael Ignatieff om een biografie te schrijven van de Brits-joodse politiek filosoof Isaiah Berlin. Ignatieff was zelf geen filosoof en bovendien geen jood, en alleen daarom al zou het onmogelijk zijn dat hij zich voldoende kon inleven in zijn `onderwerp'.

Zij zagen echter over het hoofd dat Berlin en Ignatieff een Russische achtergrond met elkaar deelden en dat beiden een relatieve buitenstaander waren in het Engeland waar ze naam hadden gemaakt. De ironie wil zelfs dat de overgrootvader van Ignatieff als tsaristisch minister in 1881 verantwoordelijk was voor de invoering van de beruchte anti-joodse maatregelen die tot menig pogrom zouden leiden.

Ignatieff verkeerde in de gelukkige omstandigheden dat Berlin hem als zijn biograaf had uitverkoren. Daardoor was hij als geen ander in staat in de huid van zijn hoofdpersoon te kruipen. De afgelopen tien jaar ontmoetten ze elkaar wekelijks in Berlins pied-a-terre in Londen.

In het levensverhaal van Berlin passeren alle grote politici, schrijvers, geleerden en kunstenaars van deze eeuw de revue: van Virginia Woolf en Sigmund Freud tot en met Churchill, Chaim Weizman, Anna Achmatova, John F. Kennedy en Picasso. Bedenk daarbij dat Berlin een Erasmus van deze tijd was en de ingredienten voor een prachtboek zijn compleet. De aanvankelijke kritikasters van Ignatieff mogen zich dan ook schamen voor hun vooringenomenheid. Want de biografie Isaiah Berlin. A life is een meesterwerk geworden, een schitterend portret van een van de grootste en misschien wel invloedrijkste geleerden van deze eeuw, die over zichzelf altijd zei dat hij grenzeloos overschat werd. Het boek is geschreven met zo'n psychologisch inlevingsvermogen dat de lezer bij het omslaan van de laatste bladzijde zelfs een traan moet wegpinken, zo droef is het hem te moede dat het leven van Berlin ten einde is.

Anglofilie

Dat leven begon op 6 juni 1909 aan het andere eind van Europa in een deftige straat van Riga, een internationale havenstad met grandeur die toen nog deel uitmaakte van het Russische keizerrijk.

De bevolking bestond voornamelijk uit Duitsers, Letten en joden, die er ongekende vrijheden genoten.

Berlins vader was een rijke grootgrondbezitter en houthandelaar, die de Russische spoorwegen als belangrijkste klant had. Zijn moeder kwam uit een familie van chassidische rabbijnen. De Berlins waren geassimileerde joden, die de synagoge hadden ingeruild voor toneel en operabezoek en de shtetl voor alles wat naar het moderne Europa riekte.

De Eerste Wereldoorlog maakte echter een abrupt eind aan hun comfortabele bestaan. In 1916 vluchtten de Berlins naar Petrograd om te ontkomen aan het oprukkende Duitse leger. Hier brak voor de kleine Isaiah het paradijs aan. Hij hoefde er niet naar school en kreeg onderwijs van huisleraren. Binnen de kortst mogelijke tijd ontwikkelde hij zich tot een vroeprijp ventje, dat op zijn tiende Oorlog en Vrede las en met zijn vriendjes discussieerde over de nieuwste ontwikkelingen in de schilderkunst.

De Februarirevolutie van 1917 werd door de Berlins aanvankelijk enthousiast begroet. Isaiah keek er echter al gauw anders tegenaan toen hij op een dag getuige was van de gewelddadige arrestatie van een tsaristische politieman. Hij zou die gebeurtenis nooit vergeten. Volgens Ignatieff vormt het de basis voor Berlins latere wantrouwen jegens politieke stromingen die beweren op te komen voor het welzijn van de mensheid.

Na de staatsgreep van de bolsjewieken in oktober 1917 vielen de vader van Isaiah al gauw de schellen van de ogen. De huiszoekingen door de geheime politie vormden de druppel die de emmer deed overlopen. In 1920 keerde de familie terug naar Letland, dat inmiddels onafhankelijk was geworden. Maar toen ze daar geconfronteerd werden met een nieuw virulent antisemitisme vertrokken ze naar Engeland.

Kort voor het uitbreken van de revolutie had de vader van Isaiah nog een klein kapitaal op een Londense bank gezet, waardoor hij niet aan de bedelstaf raakte zoals de familie van Ignatieff. Het geld stelde hem in staat zijn comfortabele leven voort te zetten, zij het op een lager pitje, en zijn zoon de opvoeding te geven die hij als anglofiel essentieel achtte.

Isaiah bezocht de elitescholen van de Britse middenklasse en deed er zijn best door iedereen aardig gevonden te worden, een eigenschap die hij nooit zou kwijtraken. Als een echte assimilant werd hij Engelser dan de Engelsen zelf. Engeland was voor hem synoniem voor alles wat beschaving was. Het was C.K. Chesterton, Trollope, de gouden standaard en high tea. Voor de negatieve aspecten van de Britse klassenmaatschappij had hij nimmer oog.

Slechts af en toe werd hij geconfronteerd met het antisemitisme. Zo ging hij niet naar de sjieke public school Westminster maar naar het gewonere St. Paul's, nadat een leraar hem had verteld dat iemand met de naam Isaiah het er nog wel eens heel moeilijk zou kunnen krijgen. Ook werd na zijn afstuderen in Oxford in 1932 zijn aanstelling op All Souls bijna verhinderd, toen een van de fellows, de bisschop van Gloucester, bezwaar maakte tegen het toelaten van een jood tot de college.

Berlin was de eerste jood die fellow werd van All Souls, de parnassus van de Britse universitaire wereld, waar ministers, kerkvorsten en hoofdredacteuren van The Times werden gevormd. Het was een gebeurtenis die hem in de joodse gemeenschap van Engeland op slag beroemd maakte. All Souls verschafte Berlin toegang tot de hoogste lagen van de maatschappij. Berlin veranderde van een obscure kamergeleerde die het liefst de hele dag in zijn bed lag te lezen in een salonfilosoof, geliefd om zijn rappe tong, rijke fantasie en grote eruditie.

Op zijn beurt genoot Berlin van de roddel en achterklap van de `high society', en van het kijkje achter de schermen van de wereld van het grote geld en de macht, dat hem nu werd geboden.

Maar echt beroemd werd Berlin tijdens de Tweede Wereldoorlog in Washington. Hij was er in 1940 heengegaan om zijn land te dienen en kwam te werken bij de Britse Informatiedienst die moest proberen de Amerikanen over te halen deel te nemen aan de oorlog. Het propagandawerk was Berlin op het lijf geschreven. Hij lobbiede bij invloedrijke journalisten, zakenlieden en politici, maar raakte er ook betrokken bij de politieke inspanningen van de rivaliserende zionistische leiders Chaim Weizman en David Ben Goerion om bij de Amerikanen steun te werven voor de oprichting van een joodse staat in Palestina. Vaardig speelde hij beide mannen tegen elkaar uit en peuterde hij informatie bij hen los over hun activiteiten in Palestina. Tegen Ignatieff heeft Berlin opgebiecht dat hij een keer een belangrijke beslissing van Churchill en Roosevelt, die in het nadeel van de zionistische zaak dreigde uit te vallen, heeft doorgebriefd aan de zionistenleiders.

Zijn dienstrapporten uit Washington waren zo scherp en afwijkend van toon dat ze uiteindelijk op het bureau van Churchill belandden. Het deed zijn reputatie meer dan goed. Onmiddellijk na afloop van de oorlog werd hij naar Moskou gestuurd om te rapporteren over de toekomst van de Amerikaans-Russisch-Britse betrekkingen. Het was de eerste keer dat hij terugkeerde naar zijn geboorteland.

Doordat hij vloeiend Russisch sprak kwam hij al gauw in aanraking met leden van de intelligentsia. Zijn bezoek aan de dichteres Anna Achmatova zou hem voor de rest van zijn leven tekenen.

Achmatova was voor de revolutie een van de meest gevierde kunstenaressen van Rusland geweest, maar werd door de bolsjewieken doodgezwegen. Haar man was gefusilleerd en haar zoon zat jarenlang in een concentratiekamp. Toen Berlin ontdekte dat zij nog leefde, ging hij op een avond bij haar op bezoek in Leningrad. Nadat hij haar de groeten had overgebracht van enkele geemigreerde vrienden, was het ijs gebroken en nam zij hem in vertrouwen. Hij verzweeg dat hij nog nooit iets van haar had gelezen. Achmatova vertelde hem over de arrestaties van haar dierbaren en over de permanente terreur waaronder ze leefde. Ook reciteerde ze gedichten die ze tijdens hun gesprek had geschreven. Toen hij wegging en op zijn horloge keek, zag hij dat het elf uur 's morgens was. De hele nacht was hij in haar kamer geweest, vastgekluisterd aan zijn stoel en figuurlijk hangend aan haar lippen. Terug op de ambassade schreef hij het eerste westerse verslag over de onderdrukking van kunstenaars in de SovjetUnie. Zijn minachting voor het communisme was compleet. Achmatova wijdde een gedichtencyclus aan zijn bezoek. De Russen die deze gedichten lazen zouden decennialang denken dat Berlin die nacht haar minnaar was geweest terwijl hij haar in werkelijkheid met geen vinger had aangeraakt.

Moraal-terrier

De oorlog en zijn bezoek aan Achmatova hadden Berlin veranderd. Hij was nu nog meer dan ooit tevoren overtuigd van de ondeugdelijkheid van het communistisch systeem. Terug in Oxford hervatte hij weliswaar zijn societyleven, maar begon hij zich ook te verdiepen in de Russische ideeengeschiedenis van de negentiende eeuw een tijd waarin de intellectueel nog de verdediger was van de moraal. Zijn inspanningen mondden uit in zijn beroemde essay The hedgehog and the fox over de rol van het toeval in de geschiedsopvatting van Tolstoj, en in zijn magnum opus Two concepts of Liberty, waarin hij het opneemt voor een maatschappij waarin iedere dwang van de overheid afwezig is en de burgers zelf bepalen wat goed voor hen is.

Berlin is inmiddels getrouwd met de schatrijke Aline de Gunzbourg. Voor het eerst heeft hij een verhouding met een vrouw. Het zal de gelukkigste fase van zijn leven worden.

Met zijn essays over vrijheid, pluralisme en het menselijk fatsoen verovert hij de status van een intellectuele geweldenaar. Ignatieff toont echter op overtuigende wijze aan dat Berlin voortdurend onzeker was over zijn wetenschappelijke prestaties. Nooit heeft hij een boek geschreven dikker dan 90 bladzijden. Zijn werk bestond grotendeels uit losse publicaties en radiotoespraken. Ook durfde hij nooit een politiek standpunt in te nemen. Ignatieff herleidt het tot Berlins houding van buitenstaander, die zich uit dankbaarheid voor zijn gastvrij onthaal niet de wrok van het establishment op de schouders wilde halen. Aan de andere kant kon de kritiek op zijn leven en werk Berlin uiteindelijk niet zoveel schelen. Hij zag zichzelf als iemand zonder ambities, die altijd had gedaan wat hij leuk vond en gewoon heel erg veel geluk had. Misschien is dat wel de belangrijkste basis van echte wijsheid.