Stormachtige opmars windenergie

Windenergie is in opmars als alternatieve energiebron, maar op de klimaatconferentie in Buenos Aires speelt windenergie geen rol.

In Denemarken bewijzen 13.000 werknemers uit de windmolen-industrie al jaren dat er uitstekend van de wind valt te leven. “We halen tegenwoordig meer geld uit de lucht dan uit de zee', zegt Soren Krohn directeur van de Deense vereniging van windturbinefabrikanten. Met een omzet van een kleine twee miljard gulden overtreft de windhandel ruimschoots die van de Deense visserij of de gasvelden in zee.

In Denemarken is het aandeel van windenergie in de electriciteitsvoorziening inmiddels gestegen tot acht procent. In het jaar 2000 zal het zijn toegenomen tot 10 procent en het eind van de stormachtige opmars van deze bron van duurzame energie is nog lang niet in zicht.

Ook elders in de wereld dringt langzaam het besef door dat windenergie, die niet gepaard gaat met schadelijke uitstoot, veel voordelen biedt. Op de klimaatconferentie van de Verenigde Naties in Buenos Aires veerden windenthousiastelingen op, toen de Senaat van het gastland Argentinie woensdag een veto ongedaan maakte dat president Carlos Menem eerder had uitgesproken over een wetsvoorstel ter bevordering van windenergie. Op grond van de nieuwe wet kunnen exploitanten de komende 15 jaar rekenen op financiele medewerking van de overheid bij de bouw van windmolens en bij de afzet van de opgewekte energie.

Op de conferentie zelf neemt windenergie echter een zeer ondergeschikte plaats in tijdens de onderhandelingen. Ten onrechte, vinden milieu-activisten. Volgens Greenpeace is het mogelijk de huidige productie, die slechts in 0,11 procent van de wereldvraag naar electriciteit voorziet, op te voeren naar 10 procent van de totale vraag in 2017. Dat zou een reuzensprong betekenen. In plaats van de huidige 35.000 windmolens zou de wereld dan 604.000 molens tellen.

Als men deze weg zou inslaan, zou bovendien rond het jaar 2010, wanneer de klimaatdoelstellingen van het verdrag van Kyoto bereikt moeten zijn, al 30 procent van de reductie in zes broeikasgassen zijn verzekerd.

De technologie in de windsector schrijdt intussen sneller voort dan de meeste mensen vermoeden. “Op de conferentie van Kyoto stonden we vorig jaar met een model van een rotorblad van een windmolen van zo'n twee meter lengte', vertelt Krohn. “Verscheidene mensen kwamen toen op ons af om daar een aantal van te bestellen. Ze keken vreemd op toen ik ze vertelde dat de rotorbladen in werkelijkheid ruim tien keer zo groot waren.'

Thans wordt in Duitsland een windmolen geinstalleerd met rotorbladen die samen een spanwijdte hebben van 70 meter. Dat is meer dan de afstand tussen de twee vleugeltippen van een Boeing-747 vliegtuig. Deze molen zal een capaciteit hebben van 2 Megawatt, genoeg om ruim 1500 huishoudens een jaar lang van stroom te voorzien. Het vermogen van de nieuwe molens is vier tot vijf keer groter dan dat van de gangbare modellen tot nu toe.

Een probleem met de windmolens is dat ze vaak ogen als een vloek in het landschap. Daarom zijn de Denen al op zoek gegaan naar nieuwe locaties voor windmolens op zee. Ze hebben daarvoor verscheidene plekken geselecteerd ten zuiden van Seeland en in het Kattegat, waar de molens de scheepvaart of vogelkolonies niet in de weg staan. De eerste experimenten hiermee zijn al begonnen.

Behalve in Denemarken, dat driekwart van zijn turbineproductie exporteert, heeft de windenergie de laatste jaren ook in Duitsland en Spanje een hoge vlucht genomen. In Nederland daarentegen staat deze vorm van duurzame energie nog in de kinderschoenen.

Het vermogen van de Nederlandse molens bedraagt slechts 350 Megawatt, bijna vier keer zo weinig als in Denemarken. De bedoeling was eigenlijk om in 2000 een capaciteit te hebben van 1.000 Megawatt maar het lijkt hoogst onwaarschijnlijk dat deze doelstelling nog zal worden gehaald.

Greenpeace, dat de windenergie zoveel mogelijk poogt te bevorderen, liet vorig jaar een onderzoek verrichten naar de haalbaarheid van een windpark in de Noordzee met een oppervlakte van dertig vierkante kilometer. Dit zou 10.000 Megawatt moeten opleveren genoeg om 40 procent van de Nederlandse vraag naar electriciteit te dekken. Volgens het onderzoek getiteld '

`Watt anders' was een dergelijk project wel degelijk te verwezenlijken.

De Achilleshiel van de windenergie is tot dusverre dat de windmolens zich commercieel gezien nog niet zelf kunnen bedruipen. De voorstanders van windenergie werpen echter tegen dat de sector snel rendabeler zal worden door schaalvergroting. In de Verenigde Staten wordt op het ogenblik nog als een razende gebouwd aan windmolens. Die zullen nog zeker tien jaar kunnen rekenen op subsidies bij de exploitatie. Maar het Amerikaanse Congres heeft kort voor de klimaattop in Buenos Aires bepaald dat molens die na 1 januari in werking treden, daarop niet langer kunnen rekenen. “Het Congres is door de knieen gegaan voor de lobby van de kernenergie en de fossiele brandstoffen', oordeelt Millais van Greenpeace.