Razzia's in Brooklyn

Een dag na de aanslag op het World Trade Center, bijna zes jaar geleden lieten collega L. en ik ons in een taxi naar een bestemming daar in de buurt vervoeren. De chauffeur was een gebaarde krijger met een tulband.

We vroegen waar hij vandaan kwam. Zonder snelheid te verminderen draaide hij zich om en riep: `Afghanistan!' En wijzend in de richting van de torens: `En dit is niet door Afghanen gedaan!' Gegeven zijn rijstijl was het geen geruststelling. Toen draaide hij zich nog eens om, lachte en zei: `Als het Afghanen waren geweest, lagen die torens nu plat op de grond!'

Telkens als fundamentalistische terroristen een aanslag plegen waarbij Amerikanen het slachtoffer zijn, vertoont de televisie een paar beelden van het WTC: de paniek, bebloede slachtoffers die worden weggedragen, zwaailichten van brandweer en politie en voortdurend de dwarrelende natte sneeuw. Langzamerhand herken je de gezichten, je kunt de beelden dromen. En sterker: als je in die enorme publieke ruimte onder een van de torens bent, samen met een paar duizend anderen, schiet het je wel eens tebinnen: wat zou hier gebeuren als er nu een bom ontplofte. Het is geen trauma; het is wel voorstelbaar geworden.

Nu is er een film, The Siege, die voorbouwt op de herinnering. Het verhaal begint eenvoudig. Middenin de woestijn rijdt een oude Mercedes, waarin een fundamentalistische terroristenleider met chauffeur. De CIA weet de man te kidnappen. Dan slaan de terroristen terug. In New York, vlak bij de Brooklyn Bridge, wordt een bus opgeblazen. In een theater bij Times Square ontploft een bom. Een schoolklas wordt in gijzeling gehouden en op het nippertje door de held van de FBI gered. De toestand is ondragelijk. Dan besluit een fascistisch denkende generaal om in de hoofdstad van de wereld de staat van beleg af te kondigen. Pantserkolonnes rukken op over Brooklyn Bridge, bezetten het stadsdeel, arresteren iedereen die er Arabisch uitziet en bergen de hele vangst op in een baseball-stadion.

Dan weet de held van de FBI, die democratisch is blijven denken, het brein achter de aanslagen in een islamitisch badhuis neer te leggen. Tegen de generaal houdt hij een flamboyante toespraak waarin meteen de boodschap van de film is vervat. De militair delft het onderspit, de staat van beleg wordt opgeheven, de vrijgelaten Arabieren door de hele bevolking geestdriftig begroet, de democratie is gered.

Ervan afgezien dat er veel wordt achtervolgd waarbij veel blik verloren gaat, en dat de liefhebbers van grote ontploffingen ruim aan hun trekken komen, hebben we dus te maken met een ideologische film.

En hier ontstaat het probleem. De Arabische en islamitische gemeenschappen voelen zich gestigmatiseerd; actiegroepjes protesteren bij de bioscoop. De kritiek beweegt zich tussen twee standpunten. Aan de ene kant wordt de maker Edward Zwick, bangmakerij, paniek zaaien en een verborgen aanzet tot discriminate verweten. De andere zegt: een onzinnige film, vol simplificaties; moet door de media en de protestgroepen zo vlug mogelijk worden vergeten.

Terwijl ik zat te kijken hoe de Arabisch uitziende boosdoener (Sayed Badreya) in de cel met angst en beven zit af te wachten wat de generaal hem zal aandoen, vroeg ik me af hoe ik me zelf in de bioscoopstoel zou voelen als ik er wat Arabischer had uitgezien. Niet helemaal veilig, na alles wat er al aan vooraf was gegaan. Tot Zwick's verdediging kan dan worden aangevoerd dat de generaal (Bruce Willis) groot en blond is. Dat is ook een vorm van typecasting waarmee je een actiegroep voor je deur zou kunnen krijgen, want er zijn - neem ik aan - veel grote blonde generaals die er geen neofascistische denkbeelden op na houden.

Dat ergens nog eens een zware bom zal ontploffen, door toedoen van fundamentalisten, zoals onder het WTC, of door ultra-patriotten zoals in Oklahoma City, is niet ondenkbaar. Evenmin is het onwaarschijnlijk dat er dan radicale politici zullen verschijnen die voor alle zekerheid iedereen met bepaalde kenmerken willen oppakken. Toen in de Bondsrepubliek de RAF erop los schoot, werd alles wat niet eens tot uiterst links hoorde verdacht.

Dat is tastbaar geeindigd in de Berufsverbote. Ontploft er een bom in de Parijse metro, dan ben je niet gelukkig als je er in de ogen van de politie Algerijns uitziet. De vraag is dan in al die gevallen hoe je er een ideologische film van maakt.

Zoals American History X die de opkomst en bekering van een neonazi behandelt, heeft The Siege een plausibel uitgangspunt en scenes die een onthutsend waarschijnlijke indruk achterlaten. Verder is er alles voor te zeggen, zulke ideologische films te maken. Neonazisme, racisme en terrorisme horen tot de grote thema's van vandaag. Waarom mislukken dan zulke ondernemingen? Omdat de makers, ik veronderstel voor alle zekerheid, er van alles bijslepen dat niet tot het genre hoort en waardoor de toeschouwer het gevoel kan krijgen dat hij naar een gewone film zit te kijken. En doordat de makers niet voor politiek correct willen worden aangezien, en evenmin voor het tegendeel. Alzijdig ingedekt blijft de onderneming in de lucht hangen, moet worden gered door grote spektakelscenes, en niemand is tevreden, laat staan gesticht. En toch denk ik, jaloers: hoe zou een film naar zo'n gegeven onder Nederlandse handen eruit zien? Een eskadron huzaren dat over de Magere Brug de binnenstad intrekt? Anders, al was het alleen maar omdat we hier een andere geschiedenis hebben.