Pleidooi tegen de planetaire schizofrenie

Mensen leven onder gevaarlijke omstandigheden: onder het niveau van de zeespiegel, op vulkaanhellingen, in het stroombed van onbeheersbare rivieren, in brandgevaarlijke bossen en steppen. Zij trachten de natuur te slim af te zijn, soms slaat de natuur terug. Wij spreken dan van natuurrampen. Maar in veel gevallen heeft zo niet de onmiddellijke oorzaak dan toch de omvang van de ramp te maken met menselijk handelen.

Dat kan zijn regelrechte verwaarlozing, intensieve exploitatie van natuurlijke hulpbronnen of een combinatie van beide. Kortom, de bevolkingsdruk is een belangrijke factor. En die zal alleen nog maar toenemen.

Nederland kende zijn eigen rampen, de laatste die van 1953. De verdedigingswerken die sindsdien zijn opgericht mogen een tijdlang de nationale trots hebben gevoed, hun bestaansrecht staat inmiddels ter discussie. De oude vijand, het water, valt het vaderland steeds vaker in de rug aan. Nog maar een paar jaar geleden moest het dichtbevolkte midden van het land worden geevacueerd wegens een ongekend hoge waterstand in de grote rivieren die de dijken bijna deed bezwijken.

In Le Monde hebben Jean-Paul Besset en Herve Kempf gewezen op wat zij noemen `la schizophrenie planetaire'. Hun opsomming van grote rampen in het afgelopen jaar liegt er niet om. Vorig jaar herfst woedden in Indonesie bosbranden die alleen al op het eiland Borneo miljoenen hectare verwoestten en een verstikkende aswolk over een groot deel van Zuidoost-Azie verspreidden. El Nino werd verantwoordelijk gehouden, maar zonder het gebruikelijke afbranden van oerwoud met het oog op latere cultivering had dit natuurverschijnsel vermoedelijk minder grote gevolgen gehad. Deze zomer trad de Jangtze buiten haar oevers: 3.000 doden en 14 miljoen daklozen. Zware regenval was de directe oorzaak, maar de rigoureuze inperking van de rivier door bedijking en het toelaten van bewoning en bedrijvigheid in het stroombed verergerden de gevolgen. In Bangladesh, een traditioneel rampgebied, eisten overstromingen meer dan 1.000 doden, in Noordoost-India meer dan 1.800 doden en in Mexico meer dan 160 doden. De orkaan Mitch verwoestte de leefomgeving van de bevolking van enkele Midden-Amerikaanse staten. Het dodental loopt in de tienduizenden, het aantal daklozen in de miljoenen.

Besset en Kempf zoeken de planetaire schizofrenie in de onevenwichtigheid die bestaat tussen de politieke belangstelling voor de economie en die voor de leefomgeving.

Zij kiezen een bekende benadering. De consumptiedrift in de rijke landen leidt tot een onbegrensde economische groei waarvan de vervuilende gevolgen het klimaat veranderen. Ook al is het wetenschappelijke bewijs misschien moeilijk te leveren, er moet wel een verband zijn met de rampen die in korte opeenvolging de wereld, en vooral de arme landen, treffen. De projectie van deze benadering is de toedeling van schuld: ieder autoritje draagt bij aan de volgende Mitch. De autoloze zondag als aflaat voor de `overconsumptie'.

De ramp in Honduras en Nicaragua roept nog een andere vraag op. De reactie liet een week op zich wachten, maar nu zij er eenmaal is, is zij overdonderend. Hulpacties voor het hongerende Ethiopie, voor het bevrijde Roemenie komen in herinnering. De politiek de amusementsindustrie en de `charities' slaan de handen ineen om het publiek in een goedgeefse stemming te brengen. Van Nederland maakt zich in dergelijke omstandigheden al gauw een emotie meester die in haar ongebreidelde intensiteit kan worden vergeleken met het Diana-gevoel in Engeland ruim een jaar geleden. De voorbarige oproep van GroenLinks en het CNV om Chiquita en Dole te boycotten was daarvan een sprekend voorbeeld. De Amerikaanse bananenkwekers grepen daarentegen de geboden kans aan om eens hoog op te geven van alle goede werken die zij toch al in de getroffen landen verrichten. De internationale hulpverlening moet nog maar eens laten zien dat zij dit kan evenaren, was de impliciete boodschap.

De vraag is of de reactie iets te maken heeft met `la schizofrenie planetaire'. Die vraag kan ook opkomen bij de bijzondere aandacht voor Midden-Amerika. De andere rampen op het lijstje uit Le Monde deden de collectebussen nauwelijks rammelen, hoewel de omvang en de gevolgen niet minder indrukwekkend waren.

De selectie blijft moeilijk te verklaren, tenzij rekening wordt gehouden met stille krachten achter charitatieve schermen.

Natuurlijk is noodhulp een legitieme zaak. Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog is Nederland een dankbare ontvanger geweest toen hongersnood voor miljoenen een dagelijkse ervaring was. Maar met noodhulp alleen zijn de problemen niet opgelost. In Buenos Aires vergaderde deze week de wereld over beheersing van de klimatologische veranderingen waarvoor Besset en Kempf aandacht vragen. Het conflict spitst zich toe op verdeling van de verantwoordelijkheid over rijke en arme landen. De geindustrialiseerde wereld vervuilt in absolute termen, de ontwikkelingslanden in relatieve termen. De armen willen steun van de rijken, maar tegelijk ook een inspanning van de rijken op hun eigen grondgebied. Absolute en relatieve vervuiling moeten in die zienswijze tegelijkertijd worden aangepakt. Europa gaat daarin mee, Amerika wenst het accent te leggen op de relatieve besmetting van de leefomgeving.

Het is een meningsverschil waarvoor een oplossing te vinden moet zijn. Ook al is het verband tussen vervuiling en rampen moeilijk aan te tonen de mogelijkheid alleen al dat het een met het ander te maken heeft, zou tot maatregelen moeten verleiden. Daarmee zijn niet alle vraagstukken uit de wereld. De spanning tussen economische groei en belasting van het milieu zal blijven bestaan. Maar het gezonde mensenverstand zou toch in staat moeten zijn een zeker evenwicht tussen beide vereisten in stand te houden. Daar ligt een taak voor de internationale gemeenschap, voor nationale en lokale overheden en voor het bedrijfsleven. Als zij die bezorgd zijn daarvan hun boodschap aan Chiquita en Dole zouden maken, zou althans voor de getroffen landen in Midden-Amerika iets kunnen worden gewonnen.

De ingetreden Stunde Null biedt immers een kans opnieuw te beginnen - met de ervaring van de afgelopen weken in het middelpunt van de aandacht.

De risico's van het leven onder gevaarlijke omstandigheden kunnen niet altijd en overal teniet worden gedaan, maar zij kunnen wel zoveel mogelijk worden beperkt. Inventiviteit verantwoordelijkheidsgevoel en zelfbeheersing lijken onmisbare ingredienten om planetaire schizofrenie te bestrijden daar waar zij manifest is.