Nederland onderschatte rol Europarlement

Nederland is er niet in geslaagd de uitgavengroei van de EU op nul te houden. Daarmee loopt het streven van Den Haag gevaar 1,3 miljard gulden te bezuinigen op de netto afdracht aan Brussel. Wat ging er mis?

Bij de strategie van Nederland om minder aan de Europese Unie te betalen is onvoldoende rekening gehouden met de rol van het Europees Parlement. Die mening heerst niet alleen bij Europarlementariers, maar ook bij de Europese Commissie en bij Brusselse diplomaten van verschillende EU-lidstaten. Het Europees Parlement heeft een sleutelpositie bij de vaststelling van de begroting van de EU en kan daardoor voor de Nederlandse regering gemakkelijk roet in het eten gooien.

Volgens diplomaten heeft de Nederlandse regering bovendien tot dusver over het hoofd gezien dat zij de enige in de EU is voor wie de doelstelling van een nulgroei van de EU-uitgaven kabinetsbeleid is. Onder nulgroei wordt verstaan handhaving van het uitgavenniveau van 1999 plus inflatie. Minister Zalm berekende dat bij nulgroei Nederland in 2002 1,3 miljard gulden minder aan de EU betaalt. Dat is gelijk de doelstelling in het regeerakkoord.

De vorige Duitse regering had van de nulgroei ook kabinetsbeleid gemaakt, maar wat de nieuwe regering doet is onduidelijk. Minister Zalm (Financien), minister Van Aartsen (Buitenlandse Zaken) en staatssecretaris Benschop (Europese Zaken) hechten volgens Brusselse bronnen ten onrechte veel waarde aan steun van collega's van Financien en Buitenlandse Zaken van andere lidstaten. Omdat in de andere lidstaten nulgroei geen kabinetsbeleid is, kunnen daar andere ministers dan die van Financien en van Buitenlandse Zaken met deze doelstelling geen rekening houden. Dit is de reden waarom Nederland anders dan minister Van Aartsen had verondersteld, bij de onderhandelingen over de vierjarenbegroting voor onderzoek alleen is komen te staan met de eis van nulgroei.

De onderschatting van de rol van het Europarlement is geen exclusief Nederlands probleem.

EU-lidstaten zijn vaker geneigd hun hele inspanning te richten op het bereiken van onderlinge overeenstemming. Het is niet ongebruikelijk om daarna de onderhandelingen met het Europarlement over te laten aan het per half jaar wisselende EU-voorzitterschap. Bij de planning van de regeringsleiders van de EU van de onderhandelingen over de lange termijnbegroting voor de jaren 2000 tot 2006, wordt er ook vanuit gegaan dat het Europees Parlement geen belangrijke rol zal spelen. Volgens de planning moeten de onderhandelingen in maart volgend jaar worden afgesloten, waarna het Europees Parlement het resultaat nog snel voor de Europese verkiezingen van juni zou kunnen goedkeuren.

De zeggenschap over de EU-begroting is de belangrijkste macht van het Europarlement. De Europarlementariers kunnen een hele begroting afkeuren. Bovendien hebben zij over zo'n 25 procent van de EU-begrotingsposten het laatste woord, dat is grofweg alles wat niet behoort tot de uitgaven voor landbouw of de structuurfondsen. Als het Europees Parlement en de vijftien EU-lidstaten het over de hoogte van een van die posten niet eens worden wordt er voor de betreffende zaak helemaal geen geld uitgetrokken. Dat kan de EU-lidstaten zeer slecht uitkomen. Als Nederland niet tegemoetgekomen was aan de eis van het Europarlement het budget voor onderzoek voor de komende vier jaar te verhogen van 14,3 tot 15 miljard gulden, was er helemaal geen geld voor onderzoek gereserveerd en was het Nederlandse bedrijfsleven het slachtoffer geweest.

Bij de Europese Commissie is men van mening dat de medewerking van het Europees Parlement voor beperking van de EU-uitgaven alleen verkregen kan worden als er iets in ruil geboden wordt.

Van de 626 Europarlementariers zijn er velen die het kwart van de EU-uitgaven waarover zij kunnen beslissen het liefst zien stijgen. Wat de vijftien EU-lidstaten in ruil aan het Europees Parlement kunnen bieden is de mogelijkheid om met geld te schuiven tussen de begrotingsonderdelen intern beleid en extern beleid. Dat is nu nog onmogelijk.

In de Nederlandse strategie komt die mogelijkheid tot nu toe niet voor, maar bij de Europese Commissie gaat men ervan uit dat dit het minste gebaar is dat gemaakt moet worden om het Europees Parlement zover te krijgen dat het volgend jaar niet te grote problemen gaat maken met de goedkeuring van de meerjarenbegroting waarover de EU-regeringsleiders het eens willen worden.

Spaanse diplomaten menen dat Europarlementariers volgend jaar niet graag de verkiezingen in gaan met de kans dat zij ervan beschuldigd worden te hebben ingestemd met mindere EU-gelden voor hun land. Spanje zegt er bij een nieuwe begroting geen cent op achteruit te willen gaan. De positie van Griekenland is niet veel anders, maar de Griekse ambassadeur bij de EU, Pavlos Apostolides zegt ook: “Het is de traditie bij de EU dat we tot een compromis komen.'

Bij diplomaten en bij de Europese Commissie zijn velen van mening dat Nederland volgend jaar maart voor de keuze zal komen om of de hele meerjarenbegroting van de EU tegen te houden of te aanvaarden dat het er minder op vooruit gaat dan de geplande 1,3 miljard gulden. Als Nederland de meerjarenbegroting blokkeert, geeft het overigens het Europees Parlement de mogelijkheid om ervoor de zorgen dat de EU-uitgaven in 2000 met een procent stijgen. Dat is precies het omgekeerde van wat Nederland wilde.

De enige kans voor Nederlands financiele wensen wordt gezien in een EU-akkoord over een gedeeltelijke nationale financiering van de landbouwuitgaven. Als de voorstellen van de Europese Commissie hiervoor worden uitgevoerd, levert dat Nederland zo'n vierhonderd miljoen gulden op. In de loop der jaren zou hiermee en met een streng begrotingsbeleid zou de Nederlandse financiele positie verder kunnen verbeteren.