Moderne Poezie

Het lijkt een nogal ambitieus, om niet te zeggen ondoenlijk, project om een overzicht te geven van de Britse en Ierse poezie van de afgelopen 50 jaar in een bundel. Maar The Penguin Book of Poetry from Britain and Ireland since 1945 is niet het obligate, saaie overzichtswerk dat de fantasieloze titel doet vermoeden. De samenstellers Simon Armitage en Robert Crawford (respectievelijk een Engelse en een Schotse dichter) beschrijven in hun inleiding, `The Democratic Voice', hoe er na de oorlog een verschuiving plaatsvond van elitaire, modernistische poezie naar democratische, toegankelijkere poezie, van een steeds diversere groep dichters voor een steeds diverser publiek, met als belangrijke invloeden regionalisme, dialect en spreektaal. Pluralisme is zodoende het toverwoord van deze selectie. Er zijn maar liefst 141 chronologisch geordende dichters opgenomen, waaronder in ieder geval alle grote namen uit deze periode. Omdat de eeuwigheidswaarde van de meest recente poezie echter moeilijk te beoordelen is, hebben de samenstellers besloten om dan maar zoveel mogelijk verdienstelijke dichters op te nemen. Dat heeft tot een avontuurlijke selectie geleid.

Een van de betere recente dichters, en een mooie representant van regionale invloeden, is de Schotse Kathleen Jamie (1963). In `Arraheids' laat zij land, verleden, taal en verbeelding samenkomen in prehistorische pijlpunten: `The museums of Scotland are wrang./ They urnae arraheids/ but a show o grannies' tongues,/ the hard tongues o grannies/ aa deid an gaun/ back to thur peat and burns,/ but for thur sherp/ chert tongues that lee/ fur generations in the land/ like wicked cherms...'. Nu liggen ze zwijgend in hun vitrines, totdat je je verbeelding de loop laat.

Simon Armitage & Robert Crawford: The Penguin Book of Poetry from Britain and Ireland since 1945. Viking, 443 blz. f43,95.

    • Corine Vloet