ECB-president Duisenberg paait bankiers in New York

President Wim Duisenberg van de Europese Centrale Bank presenteerde zich gisteren aan de financiele wereld in New York. De Amerikanen hoeven niet bevreesd te zijn voor hun dollar, zo stelde hij zijn gehoor gerust.

De euro zal niet proberen de plaats van de dollar in te nemen en het voornaamste doel van de Europese Centrale Bank zal prijsstabiliteit zijn.

Met deze twee geruststellende opmerkingen maakte Wim Duisenberg gisteren als president van de Europese Centrale Bank zijn New-Yorkse debuut voor de Economic Club tijdens een lunch in het Hilton.

Duisenberg werd ingeleid door William McDonough, president van de Federal Reserve of New York, de belangrijkste afdeling van de Federal Reserve System, het Amerikaanse stelsel van centrale banken. Toen Duisenberg was uitgesproken zei McDonough: “Hier heb ik maar een woord op te zeggen: Amen!'

De volledige instemming van McDonough werd ongetwijfeld gedeeld door de meeste toehoorders, een gezelschap van enkele honderden bankiers en economen. Duisenberg noemde in zijn rede voortdurend het streven naar prijsstabiliteit en consistent monetair beleid, onafhankelijk van de politiek. Doel is een inflatie van minder dan twee procent per jaar. Dat klinkt als een beleid dat Amerikanen kennen van Alan Greenspan, voorzitter van hun centrale bank.

Volgens Duisenberg is prijsstabiliteit te verenigen met het streven naar groei van werkgelegenheid. Maar de werkgelegenheidsontwikkeling is geen zaak voor de centrale bank. Structurele werkloosheid moeten landen zelf zien op te lossen door hun goederen en diensten concurrerend te maken. “Daar kan monetair beleid niets aan veranderen', aldus Duisenberg.

Duisenberg wil zich wat de euro betreft niet binden aan een vaste wisselkoers met de dollar. “Het streven naar stabiliteit van monetair en budgettair beleid aan beide zijden van de oceaan vervult al een van de belangrijkste voorwaarden voor een stabiele wisselkoers van euro en dollar', zei de ECB-president.

De Europese monetaire beleidsmakers komen eens in de twee weken bij elkaar en houden na afloop een persconferentie. In de VS komt de FOMC, het beleidsbepalend comite van de Fed, eens in de zes weken bijeen. Na afloop is er geen persconferentie en de notulen worden pas openbaar in de week na de volgende bijeenkomst. Op `helderheid en transparantie' lijken Duisenberg cum suis het dus bij voorbaat al te winnen van de Amerikanen.

Peter Peterson, voorzitter van de Blackstone Group, vroeg Duisenberg of er geen gevaar is dat landen van de Unie zoveel verschillen in hun economische ontwikkeling dat een monetair beleid onmogelijk is. Duisenberg antwoordde dat daar tevoren rekening mee was gehouden en dat het niet gezien wordt als probleem. “De Verenigde Staten kennen ook periodes met een boom in een gebied en een bust in een ander', zei hij. Duisenberg voegde eraan toe dat spanningen eerder in de afzonderlijke landen zullen voorkomen. “We gaan landen niet uitkopen.'

In het vraag- en antwoordgedeelte ging Duisenberg ook even in op een verschil tussen het monetair beleid in de VS en in Europa. Het Amerikaanse is sterk gecentraliseerd, terwijl dat in Europa veel meer afhankelijk is van de vertegenwoordigers van de diverse deelnemende landen. “We verwachten niet dat landen met elkaar zullen samenspannen' aldus Duisenberg.

Wellicht ten overvloede wees de ECB-president de aanwezigen er nog eens op dat de 39 miljard dollar aan deviezenreserves die de Centrale Bank vanaf 1 januari bezit niet zullen worden gebruikt om de koers van de euro te versterken. De dollar loopt dus geen gevaar. Waarmee Duisenberg ook de mogelijk laatste twijfel over zijn kundigheid als centraal bankier wegnam.