De pauwenstaart en zijn gevolgen

De Amerikaanse evolutiebioloog Jared Diamond is een onderzoeker die zich voortdurend verbaast over de verschillen tussen mensen en dieren ondanks sterke genetische verwantschap. Zijn boek The rise and fall of the third chimpansee uit 1991 beschreef de mens als derde chimpansee die zijn erfmateriaal voor ruim 98 procent met de andere twee mensapen deelde. Toen wij zeven miljoen jaar geleden rechtop begonnen te lopen, onze herseninhoud toenam, gereedschappen werden gehanteerd en in groepen werd gejaagd, begon er een evolutie van de mens die taal en kunst, gereedschap en beheersing van de natuur tot stand bracht en hem tot heer van de schepping maakte, een schepping die hij evenzo kon vernietigen door uitputting, oorlog en overbevolking.

De evolutie heeft ook de maken met ontwikkeling van cultuur als taalontwikkeling, samenlevingsvormen en seksualiteit die in de klassieke evolutietheorie moeten dienen om de meest geschikten te laten overleven in een veranderende omgeving. Menselijke seksualiteit verschilt aanzienlijk van die van 4000 andere zoogdiersoorten, ook van onze evolutionaire verwanten als de mensapen. Mensen gaan duurzame, monogame relaties aan die door de samenleving worden erkend. Ouders zorgen beiden voor hun nageslacht. Geslachtsverkeer is prive en niet publiek. De vruchtbaarheid van een vrouw wordt niet door een signaal gemarkeerd. En geslachtsverkeer dient niet alleen de voortplanting, zoals Rome graag zou wensen, maar ook de recreatie. Vrouwen kennen een menopauze die bij dieren ontbreekt. Hoewel er op al deze regels uitzonderingen zijn, is de biologische norm voor seksueel gedrag overal hetzelfde, ook in andere of oudere samenlevingsvormen.

In de dierenwereld is er, behalve bij vogels, nauwelijks paarvorming. De vruchtbare periode wordt door allerlei lichamelijke signalen aangeduid. Copulatie vindt plaats met mannetjes die zich als regel niets aan hun nakomelingschap gelegen laten liggen. De reproductiestrategie dient de overleving en het eigenbelang. De natuurlijke selectie bevordert het voortbestaan volgens de beste keuze voor enkele paren zowel als voor de soort en leidt tot verschillend gedrag tussen de seksen, waar het bijvoorbeeld de ouderzorg betreft. Die is gezamenlijk bij vogels en ontbreekt bij zoogdieren. Bij vogels kan de vader het ei warm houden en na het uitkomen voedsel vergaren in de lange ontwikkelingstijd buiten het moederlijf.

Waar seksuele inspanning bij zoogdieren de voortplantingsstrategie dient en zelden de recreatie is dat bij de mens omgekeerd.

De verhulde ovulatie maakt de kans op bevruchting relatief klein. Biologen denken dat dit de monogamie heeft bevorderd. De man blijft thuis om zijn genen in nageslacht verder te brengen en zorgt mede voor de nakomelingenschap. Onderzoek bij primitieve jagersvolken heeft opgeleverd dat die zorg een geringere investering is dan die van de moeder en vaak niet doelmatig is, maar wel de status van de man bevordert.

De vrouw in haar vruchtbare levensfase zorgt als moeder. De menopauze - uitzonderlijk bij zoogdieren - zou in het zicht van de evolutie kunnen betekenen dat zij ook als grootmoeder in die zorg zou kunnen bijdragen. Zorg en vruchtbaarheid hoeven niet samen op te vallen. Diamond laat aan de hand van eigen veldonderzoek en dat van antropologen zien dat ons seksueel gedrag, hoe genetisch ook verankerd, verklaard zou kunnen worden uit een strategie die onze evolutie heeft bevorderd. Sommige van die verklaringen hebben wel een zeer speculatief karakter. Dat geldt bijvoorbeeld voor seksuele signalen als mannelijke spieren, een mooi gezicht en vrouwelijke vetverdeling. Vrouwenborsten hebben die functie, maar zijn ook fundamenteel bij het zogen. Diamond vraagt zich af of de penis ook een dergelijke seksuele functie zou kunnen hebben. Zijn onderzoek op Nieuw Guinea bracht hem in contact met naakte Papoea's, die zich niet gekleed voelden zonder hun beschilderde peniskoker. Het is een mannelijk ontwerp dat geen rekening houdt met de lengte van de vagina, een fantasie. De werkelijke penis is echter langer dan nodig, veel groter dan die van mensapen die een uitgebreid seksueel repertoire kennen. Die overmaatse penis is een biologische luxe, misschien een mannelijk signaal maar geen evolutionair voordeel, eerder een pauwenstaart.

Diamond is een scherpzinnig auteur, legt helder uit en laat overtuigend zien hoezeer menselijke seksualiteit biologisch en naar gedrag verschilt van dat van onze dierlijke verwanten. De zeven miljoen jaar, die ons van mensapen scheidt, is in die evolutie niet lang. En als de natuurlijke selectie in de biologie de drijvende kracht is, zijn de verschillen die van strategie voor de aanpassing en overleving in onze omgeving.

Die evolutie kent geen doel. Seksualiteit, moraal en communicatie hebben in de evolutie van de mens genetische wortels die wij deels met zoogdieren delen, deels ontwikkeld hebben langs een andere aanpassing aan onze omgeving. Dat maakt Diamond's excursie naar die biologische wortels tot een interessante vergelijking met overigens een flink aantal onbekenden.