De goden moesten gevoed worden; Imposante tentoonstelling over de Maja-cultuur

De Maja's blonken uit in mathematica en astronomie en waren waarschijnlijk de eerste cultuur die de nul gebruikte. Aan dat alles kwam een eind toen de Spanjaarden in de zestiende eeuw hun gebied binnentrokken. Over de Maja-cultuur is nu in Venetie een monumentale tentoonstelling te zien.

Toen de Spaanse veroveraars in de zestiende eeuw, nadat ze de Azteken hadden verslagen en hun prachtige hoofdstad Tenochtitlan hadden vernield hun strooptochten uitbreidden van het huidige Mexico naar Midden-Amerika konden ze niet goed plaatsen wat ze daar aantroffen. Ze stuitten op verlaten steden vol imponerende gebouwen. Zuilen vol vreemde inscripties die kennelijk een religieuze functie hadden gehad. Curieuze piramides. Kunstig beeldhouwwerk en andere tekenen van een hoge beschaving die vrijwel teloor was gegaan - de indianen in het binnenland woonden toen in betrekkelijk kleine, weinig indrukwekkende nederzettingen.

De meest gangbare hypothese over die oude beschaving was in die tijd dat het op de een of andere manier een uitzaaiing was van de mediterrane cultuur. Avonturiers uit Babylonie of Egypte misschien, die de Zuilen van Hercules voorbij waren gevaren en, ver voor Columbus, de grote oversteek hadden gewaagd. Een enkeling beweerde zelfs dat hier de overlevenden zaten van het verdwenen continent Atlantis. Maar erg belangrijk was het niet, veel goud was er niet te halen, en na een paar decennia nam de natuur de macht weer over. Het gebied werd vergeten.

Tot de negentiende eeuw. Toen trok de Amerikaanse onderzoeker John Stephens als een Indiana Jones het tropische regenwoud van Midden-Amerika in, aangelokt door de vage berichten over oude steden. Hij ontdekte de ruines van Copan, in het huidige Honduras. Stephens had zich goed voorbereid en realiseerde zich dat de inscripties in Copan sterk leken op wat hij eerder heeft gezien in Palenque, in Zuid-Mexico, honderden kilometers noordelijker. `Er zijn goede redenen om te denken dat, lange tijd geleden, heel het gebied werd bewoond door een volk, dat een taal sprak of op zijn minst hetzelfde schrift gebruikte,' schreef hij in zijn reisverslag.

`Zittend tussen de ruines hebben we tevergeefs geprobeerd door te dringen in dit mysterie: wie waren de mensen die deze steden hebben gebouwd?'

Civilisaties

Een monumentale tentoonstelling in Venetie biedt antwoord op deze vraag. Het Palazzo Grassi, aan het Canale Grande, heeft al eerder spraakmakende tentoonstellingen georganiseerd over oude civilisaties: de Kelten, de Feniciers en de West-Grieken. Voor het eerst komt nu een niet-Westerse beschaving aan bod - al decennia geleden is vastgesteld dat de Maya's niets te maken hadden met Atlantis of Griekenland, maar een eigen geschiedenis hebben.

“Dit is de beste tentoonstelling die op dit moment te maken is over de Maya's', zegt Mercedes de la Garza directeur van het Nationaal Antropologisch Museum in Mexico-stad en een van de belangrijkste Maya-experts ter wereld. “Alle Midden-Amerikaanse landen hebben eraan meegewerkt en het beste uit hun collectie beschikbaar gesteld. Er zijn hier stukken die zelfs ik nog nooit eerder had gezien.'

Vier jaar is er aan deze tentoonstelling gewerkt, en de meeste tijd is gaan zitten in het praten met musea om ze over te halen belangrijke stukken beschikbaar te stellen. “Wat wij hebben kunnen doen, is uniek,' zegt de directeur van Palazzo Grassi, Paolo Vitti, trots. “Ik denk dat de komende vijftig jaar een dergelijke tentoonstelling, met topstukken uit zoveel verschillende plaatsen, niet te zien zal zijn.'

De Maya's, van wie de verarmde erfgenamen voortleven in Yucatan, Chiapas en in Guatemala, zijn lang beschouwd als een verloren beschaving. Het meeste wat we erover weten, is vrij recent, en er zijn nog veel stukjes van de puzzel die niet goed op hun plaats liggen.

Dat vergroot de fascinatie, je kunt echt nog dingen ontdekken. De ontcijfering van het schrift is pas in de jaren vijftig goed op gang gekomen. In Palenque, een van de belangrijkste oude Maya-steden, zijn nog maar drie jaar geleden belangrijke nieuwe beelden gevonden. `Veel plaatsen wachten erop om ontdekt te worden,' schrijft Maya-historicus Ian Graham in de bijna 700 pagina's tellende catalogus. Vooral in Guatemala, met zijn uitgestrekte moeilijk doordringbare natuur, zwerven archeologische stropers rond. Het verhaal van de Maya's is nog niet af. Er worden nog steeds nieuwe pagina's bij geschreven, al zijn de belangrijkste hoofdstukken in grote lijnen klaar.

De Maya's woonden in een gebied van ongeveer 300.000 vierkante kilometer. Van het zuiden van Mexico strekt dat zich via Guatemala en Belize uit tot aan Honduras en El Salvador. Veel van de mooiste stukken in Palazzo Grassi komen uit de regio Chiapas of van het schiereiland Yucatan. Hier heeft de Maya-beschaving tussen de derde en de negende eeuw na Christus haar grootste bloei doorgemaakt. Het is geen toeval dat de twee absolute topstukken van de tentoonstelling komen uit Palenque, in Chiapas: veertig centimeter hoge koppen, een man en een vrouw, waarvoor een hele zaal is ingeruimd. Beiden hebben het karakteristieke Maya-profiel, met een geprononceerde neus en een sterk wijkend voorhoofd. Zo'n voorhoofd was een teken van distinctie. Om dat te bereiken bonden de Maya's doeken strak om het hoofd van hun kinderen op dezelfde manier zoals de Chinezen vroeger vrouwenvoeten klein hielden.

De serene rust die uitstraalt van deze gezichten en van veel andere beelden in Palazzo Grassi, heeft sterk bijgedragen tot het ideaalbeeld van de Maya's dat in de eerste helft van deze eeuw bestond.

Ze werden afgeschilderd als een spiritueel volk dat werd geleid door wijze priesters. Profane, aardse zaken zouden hen weinig interesseren. Het zouden overwegend filosofen en wetenschappers zijn die, door zorgvuldige observatie van de sterren, een ongekend precieze tijdrekening konden opstellen.

Verhalen

Dat dit geromantiseerde beeld zo lang heeft stand gehouden, komt ook doordat het schrift niet ontcijferd was. De Maya's hadden het meest geavanceerde schrift op het Amerikaanse continent, een combinatie van fonetische en grafische afbeeldingen. Omdat die combinatie daarvan zo ingewikkeld was, kon niemand wijs worden uit de `verhalen' op bijvoorbeeld de stele. Dit zijn stenen zuilen die de mens in contact moesten brengen met de goden, met daarop afbeeldingen van goden of verwijzingen naar belangrijke momenten in de Maya-geschiedenis.

Eind jaren vijftig kwam de ommekeer. Stapje voor stapje werden de symbolen ontcijferd, al zijn sommige (volgens een ruwe schatting dertig procent) nog steeds een raadsel. Al snel bleek dat het bestaande beeld van de Maya's grondig moest worden bijgesteld. Oorlog, politieke strijd idolatrie van de heerser, en zucht naar materiele vooruitgang door bijvoorbeeld handel waren de Maya's niet vreemd. Volgens Mercedes de la Garza is het beeld van zijn romantische randjes ontdaan en completer geworden, maar is de essentie gebleven: “De Maya's waren diep religieuze mensen, met een grote spiritualiteit en een grote artistieke gevoeligheid en een oorspronkelijk humanisme, dat de basis vormt voor alles wat ze hebben geschapen.'

Een van de correcties op het ideaalbeeld betrof de mensenoffers. De Maya's kenden veel goden. Om te beginnen een voor ieder van de dertien hemels die er volgens hen boven de aarde waren en een voor elk van de negen onderwerelden.

Dan waren er nog de goden van de mais, het basisvoedsel, de goden van de zon en van de regen, van de dood, de poolster, de wind, de overstromingen, etcetera.

Al die goden moesten worden gevoed. Het was een van de belangrijkste taken van de mens om op die manier de kosmische orde in stand te houden en te voorkomen dat de natuurlijke cyclus tot stilstand zou komen. Soms volstonden een aantal druppels, uit wonden die met doornen in de oorlel de tong of de penis werden gemaakt, of in de armen en benen. Soms eiste de god, volgens de priester, meer.

Mensoffers

De Maya's hebben nooit zoveel mensenoffers gebracht als de Azteken, die noordelijk van hen woonden. Maar zeker in de zogeheten post-klassieke periode, van de negende eeuw tot de Spaanse verovering, gebeurde het steeds vaker. Veel afbeeldingen getuigen daarvan: harten die worden uitgerukt, mensen die met pijlen worden beschoten. Reliefs op sommige steles of op stenen platen vormden de gefragmenteerde kroniek daarvan. Aan alle discussie kwam een einde toen in 1946 in een klein complex gebouwen in Bonampak in Zuid-Mexico, een reeks opzienbarende muurschilderingen werd ontdekt. Van de meeste Maya-schilderingen zijn alleen fragmenten over, maar de muren in Bonampak waren tegen de tand des tijds beschermd door een laagje zout en mineralen. De reconstructie van een van de drie zalen uit Bonampak in Palazzo Grassi vertelt in duidelijke beeldtaal het verhaal van een oorlog: de strijd, de buit, de krijgsgevangenen die worden geofferd aan de goden. Ook in de klassieke periode werden regelmatig mensenoffers gebracht.

Als wetenschappers hebben de Maya's een bijzonder hoog niveau bereikt, vooral in de mathematica en de astronomie.

Bestudering van de sterren, door generaties priesters leidde tot een buitengewoon precieze tijdrekening. Bovendien konden ze zon- en maansverduisteringen voorspellen en kenden ze de cycli van de maan en van Venus. Dat is extra opmerkelijk als je je realiseert dat de Maya's geen goede optische instrumenten hadden of betrouwbare middelen om de tijd te meten.

Een van de oudste bekende kalenderaanduidingen is te vinden op een dertig centimeter grote plaat van jade die in 1864 door een Nederlandse ingenieur in Guatemala is ontdekt en later is aangekocht door het Rijksmuseum voor Volkenkunde in Leiden. De Maya's gebruikten twee kalenders door elkaar. De haab was een kalender van 365 dagen, verdeeld in achttien maanden van twintig dagen en aangevuld met vijf dagen waarop iedere individuele activiteit tot stilstand moest komen. De haab kende geen correctie voor het schrikkeljaar en was daarom ongeschikt voor historische berekeningen. Daarvoor werd een cyclus van 260 dagen gebruikt die terugging tot wat in onze tijdrekening het jaar 3113 voor Christus is. Dat was volgens de Maya's het begin van hun wereld.

Ook in de mathematica waren de Maya's de meeste andere volken ver voor. Ze rekenden met twintigtallen en waren voor zover bekend het eerst volk dat het concept nul hanteerde. “Het is eigenlijk raar dat deze belangrijke ontdekkingen geen directe invloed heeft gehad op de Westerse mathematica en astronomie,' zegt De la Garza. “Zolang het gebied een kolonie was dus eigenlijk tot de vorige eeuw, hebben de Europeanen steeds een negatieve houding ingenomen. Ze hebben nooit willen leren van de Maya's. Ook wat uit wetenschappelijk oogpunt nuttig kon zijn, zoals de mathematische berekeningen, hebben ze steeds afgewezen.'

Die negatieve houding is ook terug te vinden in de manier waarop de Spaanse veroveraars omgingen met de grote hoeveelheid boeken die ze aantroffen. Hierin waren de belangrijkste elementen van het Maya-universum vastgelegd: astronomische berekeningen, religieuze gebruiken, regels over wanneer en hoe de verschillende goden vereerd moesten worden.

Leugens

In hun ijver om het christendom ingang te doen vinden, hebben de Spanjaarden duizenden boeken verbrand. Het collectieve ethnische bewustzijn van de Maya's moest worden vernietigd om plaats te maken voor de nieuwe religie. “We hebben een groot aantal boeken met deze karakters gevonden, en omdat er niets instond dat geen bijgeloof en duivelse leugens was, hebben we ze allemaal verbrand,' meldt de franciscaan Diego de Landa tevreden aan het thuisfront.

Hij is de geschiedenis ingegaan als de fanatiekste boekverbrander. De Landa liet de boeken niet uit naieve onwetendheid op de brandstapel gooien, maar wist precies wat hij deed. Hij had zich de taal van de Maya's eigen gemaakt en een Relacion de las cosas de Yucatan opgesteld, met een uitgebreide beschrijving van leven en gebruiken van de Maya's. Omdat zoveel oorspronkelijk materiaal is vernietigd, is dit werk van de grote boekverbrander nu paradoxaal genoeg een van de belangrijkste informatiebronnen over de Maya's.

Door de Spaanse furie zijn er maar vier Maya-boeken bewaard gebleven. Ze bevinden zich in musea in Dresden, Madrid, Parijs en Mexico, en zijn te teer en te uniek om naar Venetie vervoerd te worden. Het zijn meters lange, als een harmonica opgevouwen teksten. Het `papier' bestaat uit de bast van de vijgenboom vermengd met lijm en aan beide kanten bedekt met een dunne laag kalk.

Een van de Maya-hoofdstukken die nog niet af zijn, gaat over deze codices. Niet alles is ontcijferd. Bovendien heeft een van de belangrijkste Maya-deskundigen, Michael Coe uit Yale, vorige maand gesuggereerd dat de Codex van Madrid niet is geschreven voor de komst van de Spaanse veroveraars, maar daarna. Als het waar is, en Coe heeft om toestemming gevraagd om de codex nader te onderzoeken, zou dat dus geen authentieke Maya-bron zijn.

Het formele einde van de Maya-beschaving wordt gelegd bij de Spaanse Conquista in de vijftiende eeuw. Het verval was al vijf eeuwen eerder begonnen. Grote bloeiende steden werden verlaten, waarschijnlijk door een combinatie van overbevolking, uitputting van de landbouwgrond, en droogte. Honger moet een belangrijke factor zijn geweest, want botonderzoek heeft laten zien dat ook de leidende klasse sterk ondervoed was. De precieze achtergrond van deze ommekeer is nog niet helemaal duidelijk, maar vermoedt wordt dat hongersnood tot politieke en sociale onrust heeft geleid. De komst van de Spanjaarden betekende het definitieve einde van de Beschaving met een hoofdletter. In Chiapas, in Guatemala, op het schiereiland Yucatan leven Maya-gemeenschappen voort, met hun door het christendom beinvloedde eigen gebruiken. Maar de beeldende kunst, de astronomie, de mathematica, dat alles is verdwenen met de Conquista. Voor de indianen die nu in de bergen van Chiapas of het regenwoud van Guatemala proberen te overleven, is dat een oude legende geworden.