De geschiedenis van het niemandsland; Een overbodige wereldoorlog en de gevolgen

Het begin van de Eerste Wereldoorlog was een incident. Het verloop werd bepaald door misverstand en onvermogen. Het einde ervan deze week tachtig jaar geleden, bleek vervolgens structurele consequenties te hebben. Tot op de dag van vandaag.

In een van de meer geslaagde passages van Mein Kampf beschrijft Hitler de tijd voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog: `Toen kwam de Balkanoorlog en daarmee joeg ook al de eerste windstoot over het zenuwachtig geworden Europa. De tijd die nu kwam, drukte als een zware nachtmerrie op de mensen, broeide als een koortsige tropensfeer, zodat uit de onophoudelijke bezorgdheid voor de ramp tenslotte het verlangen groeide, dat het dan eindelijk maar mocht losbarsten, wanneer het dan toch niet meer tegen te houden was'.

Zo kwam de oorlog als een verlossing. Gezien de uitbarsting van vreugde in vele Europese hoofdsteden was Hitler niet de enige die door emotie werd overmand: `Voor mij betekenden die uren de verlossing uit de benauwde ban van die `ordelijke en vreedzame toekomst', welke mijn jeugd had vergald. Ik schaam mij ook heden niet, om te zeggen, dat ik, ten prooi aan overweldigende geestdrift op mijn knieen ben gevallen, om de hemel uit de diepte van mijn overvol hart te danken, dat mij het geluk was toebedeeld, in deze tijd te mogen leven'.

De geschiedenis van deze eeuw wortelt in een drama dat geen deel uitmaakt van onze collectieve herinnering: de Eerste Wereldoorlog. Wil men die uitbarsting van vreugde en vernietiging begrijpen dan moeten we de horizon van het neutrale en afzijdige Nederland verlaten en nadenken over de geweldige doorwerking van deze gebeurtenis elders in Europa: vooral in Engeland, Frankrijk, Rusland, Turkije en Duitsland.

Britse nuchterheid

Over de oorzaak en het verloop van deze eerste oorlog van het industriele tijdperk is inmiddels een bibliotheek volgeschreven. Toch heeft een van de beste militaire historici van onze tijd John Keegan zich opnieuw aan deze taak gezet en een synthese geschreven.

Keegan blinkt uit in zijn analyse van de krijgshandelingen aan de verschillende fronten, waarbij de hoofdrolspelers en de oorlogslandschappen vaak mooi worden getypeerd. Het is een met Britse nuchterheid geschreven relaas waardoor de momenten van betrokkenheid een grote lading krijgen. Zo vermeldt hij terloops dat de oorlogsslachtoffers met ernstige verminkingen aan hun gezicht er misschien wel het ergst aan toe waren: `sommigen waren zo afschuwelijk om te zien dat afgesloten nederzettingen op het platteland werden ingericht, zodat ze gezamenlijk vakantie konden houden'.

Over de gevolgen van de Eerste Wereldoorlog is hij zeer duidelijk. `De Tweede Wereldoorlog was, toen die in 1939 uitbrak, ontegenzeggelijk het gevolg van de Eerste en in veel opzichten de voortzetting ervan. De omstandigheden waren dezelfde - de ontevredenheid van de Duitstalige volken met hun plaats temidden van de andere naties - en ook de directe aanleiding was dezelfde - een conflict tussen een Duitstalige machthebber en een Slavische buur'. De Eerste Wereldoorlog is wel de `oer-katastrofe' van de twintigste eeuw genoemd. Vrijwel geen gezin in Engeland, Frankrijk of Duitsland kwam ongeschonden door deze verdelgingsmachine heen.

Deze oorlog vormt het mentale decor voor de opkomst van fascisme en communisme. Zonder deze ervaring zijn deze spiegelbeeldige bewegingen en hun aanhang ondenkbaar. Keegan: `Totalitarisme was de politieke voortzetting van de oorlog met andere middelen'. De brutalisering van de politieke cultuur in het kielzog van deze eerste onbegrensde oorlog en de desillusie over de liberale beschaving waren enorm. Denk maar aan de beroemde frase waarmee Paul Valery zijn Crise de l'esprit uit 1919 opende: `Wij cultuurvolken weten nu dat we sterfelijk zijn'.

Moderne mens

De Eerste Wereldoorlog is ook iets anders: de geboorte van de moderne wereld. In de woorden van Ernst Junger, het begin van een `totale mobilisering', die meer en meer een mondiaal karakter kreeg. De afstanden worden kleiner en we zien een algehele toename van de snelheid. Maar het wezenlijke is, volgens Junger, dat de wereld van oorlog en vrede in elkaar schuiven, dat de wereld van de krijg en de arbeid langzaam versmelten. En inderdaad, in deze oorlog wordt voor het eerst de burgerbevolking massaal op de been gebracht en wordt de economie een oorlogseconomie. Daarmee is deze oorlog het product van een hoogontwikkelde industriele wereld.

Bestaat over de gevolgen van de Eerste Wereldoorlog weinig verschil van mening, over de oorzaken is inmiddels een uitvoerige literatuur ontstaan, die Keegan tot een wel erg ontnuchterende conclusie aan het einde van zijn boek verleidt: `De Eerste Wereldoorlog is een raadsel. De oorzaken ervan zijn raadselachtig. Dat geldt ook voor het verloop van de oorlog'. Waarom stortte een welvarend continent, dat een van zijn culturele hoogtepunten beleefde, zich in een oorlog die al snel uitzichtloos bleek? En hoe hielden de miljoenen anonieme soldaten die alle traditionele glorie van het slagveld ontbeerden, het zo lang vol?

Het is en blijft volgens Keegan een raadsel, maar dat weerhoudt hem er gelukkig niet van om meer te zeggen. De directe aanleiding van de oorlog is bekend: de moord op de Oostenrijkse kroonprins aartshertog Frans Ferdinand in Sarajevo op 28 juni 1914. De dader Gavrilo Princip is een Bosnische Servier, afkomstig dus van een ongelukkig volk dat we later in deze eeuw nog zouden tegenkomen. De moordaanslag zelf is een zeldzame samenloop van toevalligheden, met als hoogtepunt dat Princip zich al heeft neergelegd bij de mislukking van zijn onderneming, als hij plotseling de aartshertog ziet langskomen, die een geheel andere weg heeft gekozen dan voorzien, omdat hij op terugweg is van een bezoek aan het ziekenhuis waar een gewonde lijfwacht ligt.

Princips ideaal is de vereniging van de Serviers. Hij verzet zich daarom tegen de inlijving van Bosnie door de Habsburgse monarchie in 1908. Princip, zo blijkt al snel, handelt niet op eigen houtje maar wordt gesteund door nationalistische organisaties in Servie zelf. De Oostenrijkers stellen een ultimatum aan Servie, dat na lang aarzelen op essentiele punten wordt verworpen. Servie wordt in die houding aangemoedigd door Rusland dat zijn broedervolk te hulp schiet en als eerste een totale mobilisatie zal afkondigen, overigens na veel misverstanden en twijfels van de tsaar.

Blijft de levensgrote vraag waarom uit dit lokale conflict tussen Oostenrijk-Hongarije en Servie een wereldoorlog ontstond. Veel wees juist op het tegendeel. Keegan schetst een Europese samenleving die door netwerken van handel en uitwisseling bijeen werd gehouden en veel nieuwe internationale wetgeving voortbracht. Toerisme floreerde. De Baedeker-gids voor Rome was in 1900 al aan zijn dertiende druk toe. Alles leek de liberale verwachting te bevestigen dat die gedeelde belangen een oorlog ondenkbaar zouden maken. Zeg maar dezelfde verwachting die nu ook grote delen van Europa beheerst.

En dan toch een alles verslindende oorlog. Keegan schrijft met stelligheid dat de Eerste Wereldoorlog `onnodig' was: op elk moment tijdens de vijf weken tussen de moordaanslag in Sarajevo en het uitbreken van de oorlog op 3 augustus hadden de politieke elites een vergelijk kunnen zoeken en verdere toespitsing van het conflict kunnen vermijden. In die zin was de oorlog zeker geen onvermijdelijke uitkomst van een structureel conflict.

Hoewel Keegan aan het einde van zijn indrukwekkende relaas wel wijst op dieperliggende oorzaken - zoals de maritieme bewapeningswedloop tussen Groot Brittannie en Duitsland en meer in het algemeen het door nationalisme veroorzaakte `neurotische klimaat van achterdocht en onzekerheid' - staat de voorop dat de oorlog te vermijden was geweest.

Ook verzet Keegan zich tegen een eenzijdige schuld, die in het vredesverdrag na de oorlog bij Duitsland werd gelegd en later in een beroemd boek van een Duitse historicus Fischer Griff nach der Weltmacht (1961) werd bevestigd.

Keegan zoekt een deel van de oorzaak in het ontstaan van militaire planning in het laatste deel van de negentiende eeuw. Vooral onder invloed van het groeiende netwerk van treinverbindingen waren snelle verplaatsingen en concentraties van troepen mogelijk. Zulke operaties vroegen een zeer lange voorbereiding. Maar was de mobilisatie eenmaal in gang gezet, dan was het moeilijk om deze af te breken, zonder de potentiele vijand een voorsprong te geven. Inderdaad, grote gevolgen hoeven geen grote oorzaken te hebben.

Schlieffen

Keegan staat uitvoerig stil bij het Schlieffen-plan uit 1905, het beroemde plan van de Duitse generale staf dat tot op grote hoogte het gedrag van Duitsland zou bepalen in de eerste fase van de oorlog. Kort gezegd probeerde Von Schlieffen een antwoord te vinden op de vrijwel onoplosbare strategische problematiek van Duitsland, gelegen tussen twee landen die een alliantie hadden gesloten: Frankrijk en Rusland. Hoe te voorkomen dat Duitsland tegelijkertijd een oorlog in het Westen en het Oosten moest voeren?

De kern van zijn antwoord was een snelle aanval op Frankrijk langs twee lijnen, waarbij de rechtervleugel van het Duitse leger dwars door het neutrale Belgie en Luxemburg zou marcheren om zo de fortificaties aan de Frans-Duitse grens te omzeilen. Op die manier kon Parijs worden ingesloten. Dat moest binnen veertig dagen zijn voltooid, de tijd die Rusland volgens Van Schlieffen nodig zou hebben om zijn troepen in de onmetelijke ruimte van dat land te mobiliseren.

Was de campagne in Frankrijk succesvol afgesloten, dan kon daarna de voornaamste aandacht op Rusland worden gericht.

De werkelijkheid van de oorlog zou een geheel andere zijn. Niet alleen verliep de mobilisatie in Rusland sneller dan was voorzien, maar ook de hindernissen bij de opmars door Belgie waren talrijker dan de plannenmakers hadden berekend. Het gevolg was de alom bekende stilstand aan het westelijke front en de verwording van de bewegingsoorlog tot de loopgravenoorlog. Wat gepland was als een korte oorlog verzandde letterlijk. In het najaar van 1914 liep van de Noordzee tot aan het neutrale Zwitserland over een afstand van meer dan 750 kilometer een vrijwel onderonderbroken lint van loopgraven, die gaandeweg werden versterkt en ondanks vele offensieven en honderduizenden doden in de jaren daarna niet veel meer dan twintig tot dertig kilometer in geallieerde of Duitse richting zou opschuiven.

Eer en angst

Waarom werd er toch doorgevochten? Thycidides spreekt in De Peloponnesische oorlog over drie `ernstige motieven' in het verkeer tussen de staten: `eer, vrees en eigenbelang'. De volgorde is van belang. Want juist eergevoel en vrees speelden een belangrijke, zo niet doorslaggevende rol op veel momenten van de Eerste Wereldoorlog. Te beginnen bij het gekrenkte eergevoel van de Habsburgse heersers na de aanslag in Sarajevo.

Ondertussen werden de loopgraven versterkt met tweede en derde linies die als terugvalpositie golden. Zo ontstond een verzonken wereld, die vanuit de lucht gezien een fijnmazig netwerk was waarin kolonnes mieren zich bewogen. Een niemandsland waarin elke verantwoordelijkheid oplostte. Soms was de afstand tussen de vijandelijke loopgraven zo gering dat men elkaar kon horen praten en hier en daar ontstond een gemeenschappelijke afrastering die om beurten werd gerepareerd.

Legendarisch is de gemeenschappelijke viering van Kerstmis als voorbeeld van een merkwaardige verbroedering.

Waarom ontaarden de veldslagen van deze oorlog in zo'n slachting? Volgens Keegan ligt de verklaring in de combinatie van enorm toegenomen vuurkracht van de artillerie met zwakke communicatielijnen. De slag bij de Somme van 1916 kan als voorbeeld gelden. De Britten waren ervan overtuigd dat door een massief bombardement (met een miljoen granaten) de Duitse stellingen murw zouden zijn, waarna de infanterie door zou kunnen stoten. Dat bleek allerminst het geval. De Duitsers hadden zich diep ingegraven in de kalkgrond en overleefden het slecht gecoordineerde bombardement om vervolgens de aanstormende Britse troepen met duizenden tegelijk neer te maaien. Inderdaad, als deze oorlog iets heeft aangetoond dan wel dat de aanval lang niet altijd de beste verdediging is. Doordat tijdens de gevechtshandelingen de communicatielijnen vrijwel onmiddellijk uitvielen duurde het veel te lang voordat de militaire leiders overzicht hadden. De gevolgen waren katastrofaal.

Toch neemt Keegan de generaals van deze oorlog enigszins in bescherming. Illustere namen als Joffre, Foch Hindenburg, Ludendorff, Falkenhayn, Petain, Kitchener en Brasilov die na de oorlog als helden werden gezien maar wier reputatie langzaam afbladderde. Hij vergelijkt ze met Wellington die in Waterloo in het zicht van de vijand zijn instructies gaf. Inderdaad een heel andere tijd. De generaals van de Eerste Wereldoorlog hadden door de slechte communicatie `geen oren en ogen', opereerden in veel veldslagen op de tast en werden overweldigd door het verloop van de oorlog. Joffre aarzelde niet om in de eerste maanden talloze incompetente generaals te ontslaan, maar veel hielp het niet.

Aan het einde van de oorlog werden tien miljoen doden geteld.

De tussenbalans die Keegan in 1916 opmaakt spreekt voor zich. Geen enkele van de deelnemende landen aan de oorlog had in de verste verte zijn doelstellingen verwezenlijkt. Servie, de aanleiding van de oorlog, was inmiddels vergeten. De fronten waren dramatisch uitgebreid: bijvoorbeeld in Turkije, waar de Britten bij hun landing op het schiereiland Gallipoli een grote nederlaag leden tegen het Turkse leger onder leiding van Kemal, de latere president.

Keegan wijdt een hoofdstuk aan de oorlogsmoeheid die in 1917 om zich heen greep. In dat jaar braken er in het Franse leger grootschalige muiterijen uit, die voortkwamen uit de slechte omstandigheden waarin de soldaten verkeerden. Later zouden de Russische en Duitse troepen vergelijkbare verschijnselen van verval laten zien. Het is eigenlijk een wonder dat die weerzin niet veel eerder de kop opstak.

De Franse schrijver Celine maakt deel uit van die brutale ontgoocheling. Als deze schrijver het gooien met modder tot kunst heeft verheven dan is duidelijk waar hij zijn grondstof heeft gedolven: in de loopgraven waar hij als twintigjarige in een mist van vermoeidheid ronddoolde: `Geen nieuws van het slagveld sinds 3 dagen vrijwel op dezelfde vuurlijn: de doden worden voortdurend vervangen door levenden zo veel dat ze bergjes vormen die verbrand worden en op sommige plaatsen kan men de Maas oversteken door over de Duitse lichamen te lopen van degenen die probeerden eroverheen te komen en door onze artillerie onvermoeibaar worden verzwolgen'.

Keegan besteedt verhoudingsgewijs weinig aandacht aan het laatste oorlogsjaar. Hij wijt de Duitse nederlaag uiteindelijk aan twee oorzaken.

Allereerst de introductie van de tank aan geallieerde zijde. De Duitsers beschikten wel over enkele tientallen zeer rudimentaire tanks, maar dat stond in geen verhouding tot de productie aan vooral Britse kant. Doorslaggevend was echter de interventie van de Amerikanen, die de krachtsverhoudingen in de loop van 1918 deden omslaan. Duitsland was toen eenvoudigweg niet in meer in staat om de gesneuvelde of gewonde soldaten te vervangen en de omvang van het leger slonk.

Landkaart

Het uiteenvallen van drie imperiale rijken - het Russische, Ottomaanse en Habsburgse - is een direct gevolg van de oorlog. Daardoor worden de grenzen van Europa opnieuw getrokken. Joegoslavie en Tsjechoslowakije bijvoorbeeld worden gevormd. De consequenties daarvan zijn tot op de dag van vandaag te merken. Al was het maar omdat verschillende van de toen getrokken grenzen sinds 1989 volop worden bestreden.

Niet alleen de landkaart is in 1918 ingrijpend veranderd, ook het mentale landschap is door elkaar gewoeld. De Europese geschiedenis is doortrokken van oorlog en de herinnering aan oorlog. Wie zoekt zal een bevestiging vinden voor het vermoeden dat oorlogen van alle tijden zijn en tot de kern van het samenleven behoren. Groepsvorming is vroeger of later een uitnodiging tot tribale moord. Hetzelfde herhaalt zich in nog barbaarser vormen in het tijdperk van de natievorming. Die gedachte heeft door de Eerste Wereldoorlog een heel sterke bevestiging gekregen, waardoor het optimisme van de Verlichting in de lange negentiende eeuw werd weggedrukt.

Na de oorlog zou niets meer hetzelfde zijn. Toch is het te gemakkelijk om, zoals velen hebben gedaan en doen, met 14-18 in de hand cultuurpessimisme te belijden.

Ons werelddeel staat al een halve eeuw in het teken van de moeizame poging om tegen deze eenvoud in te redeneren. Met vallen en opstaan wordt niets minder dan een greep naar `eeuwige vrede' gedaan. De liberale hoop van voor 1914 wordt nu met andere middelen voortgezet. Zo staat de zwaartekracht van de geschiedenis tegenover dit verlichtingsideaal en is de Eerste Wereldoorlog bij uitstek een aanleiding om over deze tegenstrijdige bewegingen na te denken.

Winston Churchill, die tijdens de oorlog First Lord of the Admiralty was, schreef in een terugblik: `The wounded died between the lines: the dead mouldered into the soil. Merchant ships and hospital ships were sunk on the seas and all on board left to their fate or killed as they swam. Cities and monuments were smashed by artillery. Poison gas in many forms stifled or seared the soldiers. (...) Wenn all was over, Torture and Cannibalism were the only two expedients that the civilized, scientific, Cristian States had been able to deny themselves: and these were of doubtful utility'. Die twijfel over de beschaafde wereld zou hem twintig jaar later niet verhinderen om Hitler te weerstaan.