DAG

Naar de vrijmetselaren van Leiden geweest. De loge La vertu gaf een informatieavondje om wat leden te winnen. In een oude brochure las ik dat de Orde van Vrijmetselaren geen ledenwerving kent, maar de tijden veranderen en New Age rukt op. Dat was dan ook iets waar men zich op deze avond tegen afzette: dat malle New Age-gedoe. Nee, dan zij, de vrijmetselaren (van Leiden).

Waarom wordt een man vrijmetselaar?

Een man, ja, want vrouwen worden niet toegelaten, een enkele gemengde orde daargelaten. “Ik ben 5,5 jaar jullie secretaresse geweest, maar ik mocht niet meedoen', kraakte een oude dame in de zaal. Nederlandse vrouwen hebben daarom na de oorlog een eigen orde opgericht, de Orde van weefsters, waarover een representante, Wolfje genaamd, lyrisch kwam vertellen. “De vrouw is als het wol dat losraakt van het schaap, je weeft daarmee je draad en vervlecht die met de draden van anderen.'

De man dus. Wat bezielt hem een avond per week met zo'n dertig, veertig andere mannen (`broeders') wat vage, symbolische handelingen (`ritualen') te verrichten in de hoop langzaam op te klimmen van `leerling' naar `meester'?

“Wij zijn mannen op zoek naar onszelf', zei een inleider, “naar de ander en naar een hoger beginsel.' Ronald Jan Heijn zou het hem niet verbeterd hebben. Is de vrijmetselarij misschien New Age avant la lettre? En begint zij daarom haar greep op nieuwe generaties te verliezen? Op dit avondje in Leiden kwamen vooral ouderen af, alleen Wolfje was verheugend jong.

Na de sprekers mochten we naar boven, naar `de tempel'. Een voorrecht, mompelde een meester. Vrijmetselaren doen graag geheimzinnig. We betraden een ruimte die beschouwd moest worden als een replica van `de tempel van Salomo'. Hier vonden de `inwijdingen en verheffingen' plaats.

We zagen: twee nepzuiltjes met op de top een soort haarnetjes met granaatappelen; een plafond met sterren (`de kosmos'); vier rijen rechte stoelen; op een sokkel een dikke bijbel; op een podium de zetel van de voorzitter-meester - en daarboven een driehoek met het Alziend Oog. De Opperbouwmeester des Heelals, zoals de vrijmetselaren Hem noemen, keek naar het gezelschap en had Zijn twijfels.