Alleen verdrijving Saddam Hussein rechtvaardigt oorlog

Als de bommen op Irak vallen moet president Clinton ook over een strategie beschikken die het Amerikaanse prestige in de Arabische wereld hooghoudt vindt Jim Hoagland. De VS moeten zich ervoor hoeden de nasleep van de oorlog te behandelen als de zoveelste PR-exercitie.

President Bill Clinton stuurt aan op militaire aanvallen tegen Irak later deze maand. Hij heeft daarbij het vaste voornemen de chaos en de fouten van vorige winter te vermijden toen een confrontatie met Saddam Hussein over de wapeninspecties door de Verenigde Naties op niets uitliep.

De aandacht te elfder ure - van een president bij wie herkansingen een tweede natuur zijn - voor effectiever crisismanagement valt toe te juichen. Maar leiders en roemrijke naties leven niet bij tactiek alleen. De president moet daarnaast een strategie uitstippelen om Amerika's prestige in de Arabische wereld hoog te houden als straks de bommen zijn gevallen.

Nu het vrijwel zeker is dat er in de komende tien dagen luchtaanvallen zullen plaatsvinden, is duidelijk geworden dat er sinds februari veel is veranderd. Zo komt er geen pijnlijk nationaal debat dat culmineert in wanordelijke stadhuisvergaderingen. Evenmin komt er een langdurig diplomatiek verkeer van de Fransen en Russen om Saddam Hussein(en president Clinton) een uitweg te bieden. En ook zal secretaris-generaal Kofi Annan van de Verenigde Naties niet op het nippertje naar Bagdad reizen. Er komt misschien wel, misschien niet een publiek ultimatum aan Irak. Maar president Clinton zal zich er niet tot het uiterste aan vastklampen in de hoop Saddam Hussein tot inkeer te brengen.

De Amerikaanse minister van Defensie, William Cohen is deze maand naar Saoedi-Arabie gereisd met reeds de verzekering op zak dat dat land het bijtanken van Amerikaanse militaire vliegtuigen in zijn noordelijke luchtruim zou toestaan. Hierdoor kon Cohen veel assertiever optreden dan tijdens zijn genante reis in februari, toen hij aankondigde de Arabische landen niet om operationele hulp te zullen vragen.

Minister Cohen en zijn generaals hebben zich neergelegd bij de door het Witte Huis geeiste, omvangrijke luchtoorlog - waarbij behalve onbemande kruisraketten ook Amerikaanse en Britse vliegtuigen betrokken zullen zijn - die alle kritiek over `speldeprik-acties' bij voorbaat de wind uit de zeilen neemt.

De voorlopige lijst van beoogde doelwitten onderstrepen de schoorvoetende erkenning door de Verenigde Staten dat de aanvallen het einde betekenen van de wapeninspecties door de Verenigde Naties in Irak zelf: Saddam Hussein kan de fabrieken voor raketten en massavernietigingswapens die de wapeninspecteurs van de Verenigde Naties in de gaten hielden nu vaarwel zeggen.

President Clinton en de zijnen hebben de afgelopen weken een psychologische grens overschreden. De vorige keer hebben ze de dreiging van Saddam Husseins chemische en biologische wapens opzettelijk aangedikt om de wapeninspecties door de Verenigde Naties meer gewicht te geven. Maar de Amerikanen konden toen niet uitleggen hoe de bommen op Irak de regering in Bagdad ertoe zouden dwingen de inspecteurs weer toe te laten, en daarom lieten ze het erbij zitten.

Dit keer aanvaardt Washington dat de inspecties in Irak waarschijnlijk tot de verleden tijd behoren. Pijnlijke onthullingen door ex-wapeninspecteur Scott Ritter over de slapheid van de Verenigde Staten en de opnieuw openlijk tartende houding van Irak maakten duidelijk dat de afspraken tussen secretaris-generaal Kofi Annan en Saddam Hussein in februari de inspecties eigenlijk al tot een wassen neus hadden gemaakt.

Saddam Hussein maakt dit keer dan ook geen bezwaren tegen bepaalde vormen van inspectie: die slag heeft hij in februari van dit jaar al binnengehaald.

Van het inspectieregime resteerde nog slechts de lege huls, als mogelijke dekmantel voor de VN-Veiligheidsraad om uiteindelijk de economische sancties op te heffen. Maar de ongeduldige Iraakse dictator zet nu de dingen op hun kop en eist verlichting van de sancties in ruil voor voortzetting van de inspecties.

Saddam Hussein gokt er vermoedelijk op dat de Amerikaanse bommen Irak sympathie zullen opleveren in Europa en de Arabische wereld, waardoor de sancties nog verder zullen afkalven. Hij verdient naar de schatting van diplomaten thans rond een miljard dollar per jaar aan smokkel en onderhandse betalingen in het kader van het olie-voor-voedselprogramma van de Verenigde Naties. Hij kan die heimelijke buit verhogen wanneer Irak bij deze nieuwe confrontatie niet als schuldige wordt gezien maar als slachtoffer.

President Clinton en de zijnen zullen tijdens en na de bombardementen slag moeten leveren om de internationale publieke opinie. Maar ze moeten zich ervoor hoeden de nasleep te behandelen als de zoveelste exercitie in public relations. Ze mogen niet toegeven aan de evidente verleiding om hun `succes' aan te dikken. Evenmin mogen ze bagatelliserend doen over de gevaren van een Saddam Hussein die als voorheen in het zadel zit en de herontwikkeling van chemische, biologische en nucleaire wapens ter hand kan nemen.

Een operatie die tot veel doden onder de Iraakse bevolking leidt en dat zal vrijwel zeker gebeuren mag nooit als een succes worden aangemerkt. Het is op zijn hoogst een noodzakelijk kwaad.

De Amerikaanse regering moet aantonen dat ze een strategisch doel heeft dat gerealiseerd kan worden en dat op geen andere manier kan worden nagestreefd dan door het geweld dat ze tegen Irak gaat ontketenen.

Dat doel moet zijn de val van Saddam Hussein. “Saddam Hussein onder de duim houden' zal achteraf geen toereikend argument zijn.

Het regime van Saddam Hussein vormt een evidente bedreiging voor zijn eigen burgers en zijn buurlanden. Bagdad heeft pertinent geweigerd de Verenigde Naties de handboeken, computerbestanden en andere kennis over te dragen die het nodig heeft om halsoverkop nieuwe massavernietigingswapens te produceren.

Het zou ontoelaatbaar zijn als Saddam Hussein, zelfs `onder de duim' in staat zou blijven zijn dodelijke gif te maken en te verbergen. Slechts een serieuze, gerichte campagne om Irak eindelijk te bevrijden van zijn heerschappij kan dienen als rechtvaardiging voor een nieuwe oorlog van 's werelds enige supermogendheid tegen een arme, verscheurde natie.