Wie was nu erger, Hitler of Stalin?

Decennialang is op Russische scholen de geschiedenisles een les in propaganda geweest. Nu komen er nieuwe leerboeken. Maar over de inhoud kan ook nu nog heftig worden geruzied.

Wie hebben Europa van de nazi's bevrijd - de Russen of de Amerikanen? Wie is er begonnen met de Koude Oorlog? Heeft John F. Kennedy de Cubacrisis veroorzaakt, of Nikita Chroesjtsjov?

Over deze en andere vragen hebben Russische en Nederlandse geschiedenisleraren hun eigen Historikerstreit uitgevochten. In het verlengde van dat debat over de holocaust, en hoe uniek die was, hebben zij gediscussieerd over de vraag wie erger was: Hitler of Stalin?

Het resultaat: drie nieuwe geschiedenisboeken voor het middelbaar onderwijs in Rusland. Lesmateriaal zonder absolute waarheden, maar vol met haaks op elkaar staande standpunten. Neem de Sovjet-invasie die in 1968 een einde maakte aan de Praagse Lente. Voor het eerst zullen Russische scholieren in hun lesboek een fototje aantreffen van het besmeurde monument ter ere van de 'Sovjet-bevrijders' in 1945, op de voet waarvan de woedende Tsjechen een swastika en een rode ster hadden getekend, met een is-gelijk-teken ertussen.

Vraag aan de Russische leerlingen: “Wat was de reactie van de Westerse pers op de inval van de troepen van het Warschaupact?'

Maar er staat ook een foto van soldaten van het Rode Leger, die de Tsjechen helpen bij de oogst, met daaronder een door de Pravda geciteerde brief van een kolchozevoorzitter: “Onze kolchozemedewerkers steunen unaniem het besluit van de Sovjetregering over hulpverlening aan het Tsjechoslowaakse broedervolk. Alle kameraden zeiden: laat de reactionairen en hun geestverwanten uit het imperialistische kamp weten dat het hun nooit zal lukken ook maar een schakel uit de keten van socialistische samenwerking te wrikken.'

Voor in het boek staat een waarschuwing aan het adres van de leraren: “Het is zeker niet de bedoeling dat de leerlingen tot een eensluidende conclusie moeten komen.' Joelia Otsjetova, een filologe die tijdens de perestrojka de middelbare school afrondde, vindt dat een beledigende opmerking.

“Alsof Brezjnev niet al lang dood is', zegt ze. “Wij moesten van onze leraar juist verschillende bronnen bestuderen, ook nieuwe onthullingen over het Sovjet-tijdperk.'

Maar volgens Joke van der Leeuw, voorzitter van het Europese verbond van geschiedenisleraren Euro-Clio, is er een klein decennium na de val van het Sovjet-imperium nog volop missiewerk te doen. “De verwarring is enorm. Er komen docenten op mij af die zeggen: okee kennelijk zijn we belazerd, maar zeg ons alsjeblieft hoe het dan wel zit.' De Europese geschiedenisleraren hebben hun Russische collega's geholpen bij het herschrijven van hun geschiedenis, een bezigheid die het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken tot zijn competentie rekent en met een miljoen gulden ondersteunt. Van der Leeuw presenteerde vorige week in Moskou de proefoplage van 1.200 boeken die het komende semester onder scholieren van 16 en 17 worden getest.

Historici shockeerden elkaar

De ideele uitgeverij Miros in Moskou had in 1993 gewezen op de schreeuwende behoefte aan nieuwe boeken, en gevraagd om buitenlandse hulp. Financieel en inhoudelijk. Zeker, de oude lesboeken zijn inmiddels ontdaan van Sovjet-propaganda, domweg door het communistisch jargon te schrappen. Maar er bleef vrijwel niets over als je de ideologische saus wegliet. Bovendien: er was in de USSR moeilijk een wetenschap te vinden die sterker van leugens aan elkaar hing dan de 20ste eeuwse geschiedenis. Geschiedkunde was lange tijd een opleiding tot propagandist, weggelegd voor de minst kritische geesten (niet toevallig waren veel dissidenten vaak kernfysici of andere beta-wetenschappers).

Het schrijverscollectief dat Miros bijeen bracht bestaat daarom uit twintigers en dertigers: jonge mensen die niet de last van het verleden torsen.

De opzet was om eerst de onderwijsmethodiek aan te passen: het oplepelen van feiten en waarheden moest plaatsmaken voor het prikkelen van de kritische vermogens, door de geschiedenis te presenteren als een waaier van opvattingen.

Dat ging meteen al gepaard met grote cultuurschokken. Lerares Joelia Koesjnereva van gymnasium nummer 1567 in Moskou, een van de auteurs, zegt dat haar man eerst niet kon geloven dat wat ze geschreven had een geschiedenisboek was. “Hij zou de tekst uitprinten op zijn werk, maar belde om te zeggen: je hebt de verkeerde diskette meegegeven. Dit gaat over protestliedjes in de jaren zestig... Dit is geen geschiedenis.'

De Russen waren geschokt te ontdekken hoe weinig hun Nederlandse vakgenoten nog hechten aan jaartallen en andere feitenkennis. “Wij staan open voor discussie', zegt Aleksandr Sjevyrev van uitgeverij Miros. “Maar er moet natuurlijk wel iets zijn om over te discussieren.' Soms knetterde het bij het schrijven en documenteren tussen Oost en West. Hoe was het mogelijk dat Nederlandse geschiedenisleraren amper op de hoogte waren van de Amerikaanse rol bij het manipuleren van verkiezingsuitslagen in het naoorlogse West-Europa? “Italie, 1948', zei Sjevyrev, “De communisten is toen hun stembuszege ontnomen.' Bovendien zo kregen de Nederlanders te horen: “Zonder Stalin hadden jullie misschien nu nog in het Derde Rijk gewoond.'

Het schrijverscollectief had een lijst gemaakt met stereotypen uit de Koude Oorlog. Die onwrikbare standpunten zijn parallel aan elkaar opgedist. “Op die manier hebben we de twistpunten overwonnen', zegt Koesjnereva opgelucht. “Voor iedereen was het een confronterende bezigheid.'

Joke van der Leeuw van Euro-Clio beaamt dat zij en de door haar aangetrokken West-Europese deskundigen op voordien onbekende zaken zijn gestuit.

“Wij hebben te lang tegen het Oostblok aangekeken als een grijze monoliet', zegt ze. Het was een eye opener om te ontdekken hoezeer Letten en Polen en Russen van elkaar verschillen en hoezeer nationaliteit ertoe doet. En wie in Europa weet dat de Moskouse jeugd zich in de jaren zestig ook afzette tegen het gezag door zich alternatief te kleden? En hoeveel mensen weet er nou dat Tsjernobyl niet in Rusland ligt?

Van der Leeuw speelt daarom met de gedachte om de Russische boeken te laten vertalen en ook in Nederland te verspreiden. Misschien dat hun daar een enthousiastere ontvangst ten deel valt. Want de eerste tekenen over de acceptatie in Rusland zijn ontmoedigend. “Het Russische ministerie van Onderwijs zal deze boeken zeker afkeuren' voorspelt Koesjnereva. Via advertenties in de vakbladen zijn er vrijwilligers geworven die de nieuwe methode zullen uitproberen, naast de bestaande stof waarop de examens zijn gebaseerd. “Onze boeken worden gedoogd, meer ook niet', zegt de lerares.

Bij de presentatie bleek dat de inhoud voor oudere leraren nog altijd kwetsend is. Een hakenkruis gelijk stellen aan een Rode Ster, ook al is het op een foto uit Praag 1968, dat is het bezoedelen van alles waar ze in geloofd hebben. “Hoe kunnen jullie zoiets eenzijdigs samenstellen?' vroeg een van hen vertwijfeld. “Iets dat ons verleden zo zwart afschildert?'