Wachtlijsten voor patienten blijven lang; Beperkt effect van extra geld

Het geld dat ziekenhuizen vorig jaar hebben ontvangen voor extra operaties, heeft maar een bescheiden effect gehad op de lengte van de wachtlijsten.

Dit blijkt uit het onderzoek naar de effecten van de vijftig miljoen gulden die minister Borst (Volksgezondheid) eind 1996 beschikbaar heeft gesteld voor de aanpak van de wachtlijsten.

Dat de wachtlijsten maar beperkt in lengte zijn afgenomen, komt onder meer door verruiming van de indicatie. Daardoor kwamen patienten eerder voor behandeling in aanmerking. Wel zijn de wachttijden korter geworden.

Zo'n 1.400 oogoperaties, 200 heup- en 100 knieoperaties zijn niet uitgevoerd, hoewel daarvoor wel geld uit het 'wachtlijstfonds' beschikbaar was. Een aantal ziekenhuizen en medisch specialisten vonden de vergoeding per operatie te laag en weigerden daarom het extra geld.

De minister heeft het rapport Het wachtlijstfonds. Water naar de zee of panacee, dat door het onderzoeksinstituut NZi samen met de Gezondheids Management Groep is opgesteld, naar de Tweede Kamer gezonden.

Van de vijftig miljoen gulden was dertig miljoen gulden bestemd voor de 'gewone' ziekenhuizen. De 61 ziekenhuizen die uiteindelijk geld kregen, hebben daarmee 8.253 oogoperaties, 1.355 heupoperaties, 591 knieoperaties, 81 open hartoperaties en 22 dotterbehandelingen uitgevoerd. Met enige slagen om de arm constateren de onderzoekers dat door de extra operaties vooral het aantal patienten dat langer dan een maand op een wachtlijst stond is gedaald. De verkorting van de wachtlijst heeft vooral bij oogartsen geleid tot verruiming van de indicatie waardoor patienten sneller op de wachtlijst komen.

Het wachtlijstfonds had tot gevolg dat de meeste deelnemende ziekenhuizen meer aandacht zijn gaan besteden aan hun organisatie. Volgens de onderzoekers is gebleken dat de planning van de opnamen en het gebruik van de operatiekamers veel efficienter kan. De extra operaties konden vrijwel overal zonder veel problemen binnen de normale werkuren worden uitgevoerd waarbij operatiekamers nergens voor meer dan 80 procent werden benut.