Vuurproef en vijf doodsmakken; KWALITEITSCONTROLE

De veiligheid van speelgoed is onderworpen aan strenge eisen. De steel van een rammelaar mag niet passen in een kinderkeeltje, maar die van een sambabal wel.

IN DE ontvangsthal van de Inspectie Waren en Veterinaire Zaken in Den Haag prijken historische gevallen in vitrinekasten: speelgoed dat onveilig bleek en werd afgekeurd. Uit een tuimelaar voor baby's steken ijzeren pinnen. Van een hele rij rammelaars is de steel dusdanig smal dat hij moeiteloos in een kinderkeeltje past.

Berucht zijn ook de salmiakflesjes van een tiental jaren geleden. Het snoepgoed was verpakt in een klein doorzichtig plastic flesje, met een knaloranje dop. Ten minste een kind is gestikt toen de dop losraakte en in het keelgat schoot. Maar de vitrines tonen ook bizar speelgoed uit het verleden: dode kuikentjes om mee te knuffelen, of een pop met een broekje aan met hakenkruisen.

Jaarlijks krijgt de Inspectie - een samenvoeging van de Keuringsdienst van Waren en de Veterinaire Inspectie - circa drieduizend stukken speelgoed onder handen. Een groot deel gaat naar de Haagse afdeling, waar Dick ten Haken met twee collega's en een teamleider onder meer speelgoed test.

Het Haagse laboratorium oogt op het eerste gezicht als het praktikumlokaal van een technische school. Lange werkbanken dragen machines die verbonden zijn aan computerschermen. Aan de muren hangen doosjes met schroeven en bouten.

Een nadere inspectie onthult iets macabers. De machines zijn stuk voor stuk voorzien van scherpe haken, ijzeren pinnen of een kleine vlammenwerper. Wie een zieke geest heeft, zou hier uren zoet kunnen zijn met het martelen van een Teletubbie of een Barbiepop. Het materiaal is in elk geval ruim voorhanden: in felgekleurde boxen liggen tientallen knuffelbeesten poppen, auto's en treinen.

Op het moment dat laboratoriummedewerker Ten Haken behoedzaam een roze knuffelbeest in de lucht houdt en even een oor recht strijkt, valt elke schijn van wreedheid weg.

Het pluchen beest houdt het midden tussen een konijn en een beer. “Dit is een heel beroemd beestje', verzekert Ten Haken, terwijl hij een klem vastdraait om het oog van het dier en een poot in een soort bankschroef vastzet.

Het roze slachtoffer doet al jaren dienst als 'voorbeeldknuffel' wanneer cameraploegen komen filmen op het laboratorium van de Inspectie. “Hij is al op alle zenders geweest', zegt Ten Haken en routineus laat hij de trekkracht aan het oog van het dier oplopen. Op het computerscherm klimt de kracht langzaam op van 20 naar 40 en ten slotte 90 Newton. De roze stof rekt vervaarlijk mee, maar het plastic oog laat niet los. De laborant haakt het beest los en duwt het getergde oog weer enigszins op zijn plaats. “Er komt en dag dat hij gewoon versleten is en kapot gaat. Dan moeten we hem maar een ereplaatsje geven.'

Ten Haken werkt nu drie jaar op het fysisch mechanisch laboratorium. Hij keurt alle mogelijke soorten speelgoed - van elektrische racewagens tot bijtringen. Die bereiken hem via zo'n veertig controleurs die overal in Nederland speelgoed kopen. Ze hebben ieder een bestand van verkooppunten van speelgoed en doen regelmatig hun ronde. Wanneer de controleur vermoedt dat er iets loos is, koopt hij het speelgoed en belandt het bij Ten Haken of zijn collega's op de trekbank. Soms komt een particulier met een klacht.

Volgens Ten Haken hoeven ouders zich geen zorgen te maken want speelgoed in Nederland is over het algemeen veilig. Grote merken hebben te veel te verliezen en testen hun producten nauwkeurig. Als er al iets uit de handel wordt genomen, doen de grote producenten dat zelf nog voor de Inspectie eraan te pas is gekomen.

Maar ook merkloos speelgoed voldoet meestal aan de eisen.

Echte wantoestanden maakt Ten Haken zeer zelden mee. De strenge Europese regelgeving heeft aan de veiligheid bijgedragen. Alle fabrikanten of importeurs voor Europa hebben te maken met de speelgoedrichtlijn en de norm EN-71, een lijst van veiligheidseisen waaraan speelgoed moet voldoen. Producenten leggen hun waren doorgaans zelf voor aan een laboratorium. Dat kan bij een Sterlab een door het ministerie van VWS goedgekeurd onderzoekscentrum, maar dat is niet verplicht. De fabrikant moet in Europa het CE-teken op het speelgoed zetten, evenals de waarschuwing 'Niet geschikt voor kinderen onder drie jaar', indien van toepassing.

Daar wil het nog wel eens misgaan. Ten Haken haalt uit een kartonnen doos een houten trein en trekt zonder veel moeite een schoorsteen van de locomotief. Het stukje hout glijdt gemakkelijk in de cilinder waarmee de laboranten testen of een element in een kinderkeel kan schieten. Speelgoed voor kinderen onder drie jaar is dan onmiddellijk afgekeurd.

“Fabrikanten proberen nog wel eens onder die eis uit te komen door op de doos te zetten dat het speelgoed alleen geschikt is voor oudere kinderen, zo is de ervaring van Ten Haken. “Maar neem zo'n houten treintje, dat is overduidelijk voor hele kleintjes bedoeld. De fabrikant heeft de leeftijdsaanduiding onterecht gebruikt.'

Het levert de producent een waarschuwing of een proces-verbaal op. Het afgekeurde stuk speelgoed verdwijnt dan nog twee jaar in de kelders van de Inspectie, daarna wordt het vernietigd.

Naast regelmatige steekproeven, voeren de controleurs soms projectmatig onderzoek uit. In 1996 voerde de Inspectie Gezondheidsbescherming een speciale actie uit om houten speelgoed te onderzoeken.

Controleurs namen 221 verschillende artikelen mee. 32 procent bleek een of meer afwijkingen te hebben. Meestal ging het om te kleine onderdelen die onbedoeld loskwamen. In 27 gevallen was de aanduiding met de leeftijdsondergrens van drie jaar onterecht.

Bij een onderzoek is Ten Haken per stuk speelgoed zo'n uur bezig voordat hij een rapport kan maken. Behalve de trekbank doorloopt het product nog een vuurproef en vijf doodsmakken vanaf 85 centimeter hoogte. Als alles dan nog heel is, volgt een proef waarbij een gewicht van een kilo van tien centimeter hoogte op het speelgoed valt.

Deze testen zijn vooral belangrijk voor het speelgoed voor de kleinsten. Voor kinderen boven drie jaar wordt bijvoorbeeld gekeken naar stabiliteit van trapauto's, naar veiligheid van accu's in bijvoorbeeld skeltertjes en naar brandbaarheid van speelkleding zoals carnavalspakjes. Die laatste proef gebeurt in een apart hokje in het laboratorium.

Ten Haken monteert een reep stof aan een frame en zet de brand erin. Een computer in de grote zaal registreert de snelheid waarmee het vuur zich een weg baant naar de bovenkant van de reep stof. Voor carnavalskleding geldt dat de stof niet meer dan 3 centimeter per seconde mag branden.

Speelgoed mag ook geen scherpe randen hebben. Om dat te testen drukt Ten Haken speciaal op menselijke huid lijkende tape tegen het speelgoed. Als het materiaal helemaal is doorsneden, duidt dat op een te scherpe rand of slechte afwerking.

Het probleem van onveilig speelgoed zit vaak niet in slordige afwerking, maar in de aanduiding. Nieuw speelgoed is soms nauwelijks onder te brengen onder een in de EN-lijst genoemde categorie. “Neem de apparaten om in boxen te hangen.

Daaraan hangen spiegeltjes en poppetjes en vaak ook rammelaarachtige vormen. Maar het zit vast aan dat hele mechaniek, dus ik kan het niet als apart speelgoed testen.' De laborant rommelt wat in een doos en duikt een gele rammelaar op. De steel steekt hij door een mal die overeenkomt met de keelholte van een kind van ongeveer drie jaar. Als een peuter dit in zijn mond steekt, is dat levensgevaarlijk. Ten Haken zou deze rammelaar dan ook afkeuren, maar de fabrikant had iets slims bedacht. Het ging hier niet om een rammelaar maar om een sambabal. “En muziekinstrumenten zijn niet per se speelgoed.'

Dan beent Ten Haken weg en komt terug met een racewagentje met afstandsbediening. De mannen van het Haagse lab moeten een bijtring met dezelfde toewijding keuren als deze elektrische auto met vier versnellingen. “Van dat laatste gaat het hart toch wel iets sneller kloppen', geeft Ten Haken toe. Het model dat hij in zijn handen heeft is al een tijd geleden uit de handel genomen. Door kortsluiting kon de temperatuur van de batterijen oplopen tot 200 graden.

Het lab ligt vol met speelgoed dat allang niet meer in de winkel is te krijgen. Goed speelgoed wordt vernietigd. Met een hamerslag kwamen in de afgelopen jaren tientallen perfecte badeendjes en degelijke speelpoppen vroegtijdig aan hun einde. Ten Haken zucht en duwt een autootje over zijn werkblad. “Soms doet het een beetje pijn in het hart, maar je leert: zo is het vak.'