Twee doeken van Constable in Londen gestolen

Uit het Victoria and Albert Museum in Londen worden twee olieverfschilderijen van de negentiende-eeuwse landsschapsschilder John Constable vermist. De twee stukken, die waren opgeslagen in een magazijn zijn vermoedelijk gestolen, aldus V&A-directeur Alan Borg. Het zijn schetsen voor grotere doeken van Constable.

De twee schilderijen, Dedham Lock (circa 1815) en Valley Farm (circa 1835) hebben een geschatte waarde van omstreeks een miljoen pond (ruim drie miljoen gulden). Ze zijn volgens Borg te bekend om onopgemerkt op de markt te verschijnen. Bij het opmaken van de inventaris in augustus waren beide doeken nog aanwezig. Toen ze vorige week voor een uitleen werden opgevraagd, bleken ze niet op hun plek te hangen. Ze zijn officieel als vermist opgegeven bij het Art Loss Register, een instituut dat door de veilinghuizen wordt betaald.

Volgens Borg zijn de depots niet voor het publiek toegankelijk, maar kan “iemand via een branddeur zijn binnengekomen'. De verdwijning betekent een nieuwe slechte beurt voor de beveiliging van het V&A. Enkele maanden geleden werd een orientaalse vaas gestolen uit een expositieruimte.

Het V&A heeft 415 stukken van Constable (1776-1837), de grootste uit het Verenigd Koninkrijk. Het merendeel bestaat uit schetsen op papier. Het museum heeft 80 olieverfschilderijen van hem. De twee vermiste doeken werden in 1888 door Constable's dochter Isobel aan het V&A geschonken.