Theater van 21ste eeuw doet zeer ouderwets aan

Voorstelling : Monsters of Grace Opera van Robert Wilson en Philip Glass door het Philip Glass Ensemble

In Monsters of Grace zijn monsters ver te zoeken en is de muzikale verrassing uit de gratie. Met deze 'digitale opera in 3D' gaan theatermaker Robert Wilson en componist Philip Glass aan de hand van vertaalde teksten van de dertiende-eeuwse Perzische dichter Jalaluddin Rumi opnieuw een monsterverbond aan. In 1976 schreven zij samen geschiedenis met de opera Einstein on the Beach door de kale, geavanceerde toneelbeelden van Wilson en de voortwoekerende muziekcellen van Glass. In de jaren tachtig werkten zij kortstondig samen aan het muziektheaterproject The CIVIL WarS.

Wilson realiseerde intussen tal van (muziek)theatrale producties en maakte met Louis Andriessens de opera De Materie. Glass werd bij het grote publiek bekend door filmprojecten als Koyaanisqatsi, waarin een fascinerende balans wordt opgemaakt van de cultuur en natuur op de planeet aarde.

Glass' compositie voor houtblazers, toetsen en vocaal kwartet voltrekt zich in de zeventig minuten die Monsters of Grace duurt volgens het beproefde minimalistisch concept dat zich bij hem al lang niet meer evolueert tenzij men de voorzichtige mozarabische cadens uit de ouverture, de flirt met de Aziatische klankwereld of de sirtaki- en de klavecimbelpersiflages als zodanig wil interpreteren.

Het scenisch concept van Wilson is dwingender. Via laserbelichting worden gedurende de voorstelling 200.000 beelden geprojecteerd. Dat moeten er 100.000 per oog zijn, want zonder het 'gepolariseerde 3D'-brilletje, dat de bezoekers vooraf krijgen uitgereikt, zie je de filmbeelden vaag en dubbel. Met bril word je een schemerduistere driedimensionaliteit gewaar, maar zie je per saldo niet eens zo veel beter. Het kartonnen onding beslaat - aanraking van de speciale glazen doet het beoogde effect teniet, zo luidt de dreigende waarschuwing.

Het 3D-lijnenspel is weinig opzienbarend en de grafisch vormgegeven huisjes zijn minder indringend dan de gestileerde huizen uit de Wozzeck-productie van de Nederlandse Opera. Fascinerend is echter het moment waarop zich een reusachtige hand vertoont waarvan de vingers diep de zaal in reiken.

Door de nieuwe techniek wordt Monsters of Grace aangeprezen als theater van de 21ste eeuw. Maar door de houterige bewegingen van de poppetjes en door de onhandige brilletjes doet de opzet veeleer denken aan de 19de eeuw, toen bij revuevoorstellingen de eerste filmbeelden werden vertoond. De audio-visuele nieuwjaarproducties van het Nederlandse Blazers Ensemble zijn meer bij de tijd, het ruimtelijk theater in de opera Rosa van Peter Greenaway en Louis Andriessen was beduidend opzienbarender. Met een zaal vol brilletjes is het bovendien de vraag wie het meeste theater te zien krijgt: het publiek of de musici?