Plan NOC*NSF voor basisinkomen topsporters

Als het aan NOC*NSF ligt, ontvangen Nederlandse topsporters met ingang van 1 januari een basisinkomen. Het gaat om een maandelijks bedrag van 2.000 gulden netto plus 500 gulden onkosten. De sportkoepel heeft alleen nog de toestemming van het ministerie van VWS nodig om het plan uit te voeren.

Volgens de atletencommissie van NOC*NSF is meer steun voor de sporters pure noodzaak. “Anders dreigen we de slag om de medailles te verliezen', zei oud-toproeister Irene Eijs gisteren tijdens een symposium van de atletencommissie in Amsterdam. “Moet het zo zijn dat Nederland straks bij de Olympische Spelen van 2000 ondergeschoffeld gaat worden?'

Het is een veel gehoorde klacht van Nederlandse sporters dat hun buitenlandse concurrenten meer geld en betere faciliteiten ter beschikking hebben. Dat betekent echter niet dat NOC*NSF niets voor ze doet. Momenteel krijgen de zogenaamde A-sporters, afkomstig uit zowel olympische- als niet-olympische takken, onder meer zo'n duizend gulden per maand van de sportkoepel. Dat wordt als onkostenvergoeding beschouwd. In sommige gevallen is er ook nog een bijdrage van de eigen bond.

Of een sporter in de A-categorie komt, is afhankelijk van zijn prestaties bij belangrijke wedstrijden, zoals EK, WK en Olympische Spelen en van zijn perspectief voor de toekomst. Het aantal sporters in de hoogste klasse schommelt tussen de 300 en 400. Als zij een basisinkomen krijgen kan NOC*NSF wettelijk niet als werkgever fungeren. Daarvoor moet dus nog een constructie worden gevonden. Er is een aantal mogelijkheden, zoals het inschakelen van een uitzendbureau of het oprichten van een zelfstandige stichting.

Met de nieuwe regeling gaat de Nederlandse topsporter er behoorlijk op vooruit. Het geld voor de basisinkomens moet komen uit het Fonds van de Topsport. Dat werd in 1995 in het leven geroepen door staatssecretaris Erica Terpstra. Het is de bedoeling dat de sport kan beschikken over de rente die vrijkomt van het in de fonds gedeponeerde geld.

Dat bedrag bedraagt op dit moment 52 miljoen gulden, waarvan 35 miljoen van VWS, en de liggende rente is inmiddels opgelopen tot 6,5 miljoen. Volgens Marcel Sturkenboom, hoofd sector topsport van NOC*NSF, is dat geld om fiscale redenen nog niet besteed.

Het voorgestelde project moet een overbrugging zijn naar een structurele oplossing. Voor zo'n permanente oplossing dient het fonds tot minstens 125 miljoen te worden aangevuld. De sportspecialisten van de drie grootste Tweede-Kamerfracties toonden zich gisteren tijdens een forumdiscussie in Amsterdam voorstander van basisinkomens voor topsporters. B. Middel (PvdA) erkende dat met die instemming de zaak nog niet is beklonken. “We weten dat er veel meer bij komt kijken.' Middel deelde daarbij ook een sneer uit in de richting van Terpstra. “We hadden een staatssecretaris die meer op de buitenkant dan op het beleid was gericht. Ze zat veel op de tribune.'

Roeister Eijs, lid van de atletencommissie, vroeg aan het einde van de dag aan de deelnemers van de forumdiscussie of er na de positieve geluiden ook daadwerkelijk resultaat valt te verwachten. “Er is de afgelopen jaar wel veel gepraat maar er ligt nog geen concreet resultaat. En dat anderhalf jaar voor Sydney. Dat kan toch niet!', zei Eijs. De politici konden geen harde toezeggingen doen, maar beloofden zich sterk te maken voor de nieuwe plannen.

De Kamerleden gaven toe dat ondanks de groeiende maatschappelijke functie van sport de collega's in Den Haag het opvallend weinig over sport hebben. “Een ploegleider die in Frankrijk vastzit, is nog wel interessant, maar daar houdt het mee op', vertelde J. Atsma Tweede-Kamerlid voor het CDA en tevens voorzitter van de wielrenunie KNWU.

Mede daarom vindt Atsma dat de sport zelf moet bepalen hoe de beschikbare financien onder de sporters wordt verdeeld. “Als de overheid zich ermee bemoeit, komt het absoluut niet goed', stelde hij gedicideerd vast. Om de politiek wakker te schudden, adviseerde Atsma de sport in de toekomst veelvuldiger “aan de bel te trekken'. Zijn collega J. Rijpstra (VVD) opperde het idee een grote loterij te organiseren waarvan de opbrengst geheel ten goede moet komen aan de Nederlandse sport.

De vele wensen van de topsporters om meer hulp en steun hebben overigens lang niet alleen betrekking op geld. Hoewel 73 procent van de ongeveer honderd sportmensen die gisteren het symposium bezochten, aangaf de financiele bijdrage het belangrijkste te vinden. In haar 'visierapport' stelt de atletencommissie onder meer dat topsport steeds moeilijker te combineren is met studie. Dat komt omdat de medewerking van docenten en scholen en universiteiten vaak niet groot is. Eijs haalde tijdens de bijeenkomst het voorbeeld aan van hockeyster Minke Smabers, die door het afgelopen WK haar VWO-examen niet kon doen en ook geen gelegenheid kreeg herexamen te doen. “Als ze ziek was geweest, had het wel gemogen.' PvdA'er Middel zei wel wat te zien in een pure sport-universiteit, maar hij realiseerde zich meteen dat een dergelijk idee kansloos is in Nederland.