Ook in China spatten financiele zeepbellen uiteen

Net als andere Aziatische landen kampt China met een ondoorzichtige financiele sector. Vooral in lokale investeringsmaatschappijen bepalen corrupte partijbureaucraten het beleid. Buitenlandse bankiers zijn geschokt. Peking werkt aan een sanering.

Is een directeur van een groot bedrijf dat flinke winst maakt een goede of een slechte manager? In de meeste landen is die vraag eenvoudig te beantwoorden. In China niet. “Er bestaat in China altijd een kans dat een bedrijf dat op het eerste gezicht succesvol is, overeind wordt gehouden door de corrupte handelingen en een corrupte staf', zegt Gerry Liu, econoom van het Hongkongse investeringshuis Sassoon Securities. In China bestaat geen adequaat systeem waarmee het beleid van managers zorgvuldig gewogen kan worden.

De lessen van de plotselinge sluiting, begin vorige maand, van de internationale investerings- en kredietmaatschappij GITIC, in de Zuidchinese provincie Guangdong, zijn hard en bitter. De op een na grootste 'ITIC' van het land stond bekend als een succesvolle instelling die contracten had uitstaan met maar liefst honderd buitenlandse banken. En crediteuren waren er, ondanks de opmerkelijk dunne jaarrapporten van 25 pagina's, altijd van uitgegaan dat, mocht de nood aan de man komen, China's Centrale Bank wel garant zou staan voor de tegoeden die zij bij het bedrijf hadden uitstaan.

Dat bleek in beide gevallen een misvatting. GITIC had zulke ernstige schulden dat het zelfs de 8,75 miljoen dollar aan rente-betalingen op een lening van 200 miljoen dollar niet kon na komen. De centrale overheid beloot op 6 oktober de instelling te sluiten, en de Chinese minister van financien Xiang Huaicheng, meldde dat de terugbetaling door de Centrale Bank van alle uitstaande tegoeden niet zeker was.

Het slechte nieuws bracht een schok van verontrusting teweeg onder de buitenlandse bankiers. Het besluit van de centrale overheid GITIC niet te hulp te komen, deed vermoeden dat veel meer aan de hand was.

Immers, waarom zou Peking door die maatregel een vrijwel zekere vermindering van krediet riskeren? Economen hebben achteraf vastgesteld dat de financiele wereld beter had behoren te weten.

De internationale investerings- en kredietmaatschappijen vervulden lang niet meer de rol waartoe ze begin jaren tachtig waren opgericht. In beginsel waren het stabiele instanties die als tussenstation dienden voor de staatsbedrijven en de overheid bij het aantrekken van buitenlands krediet. “Bedenk dat buitenlandse banken in die tijd geen directe overeenkomsten mochten afsluiten met staatsbedrijven', aldus een Europese bankier. “Via de ITIC's kon dat wel. Die waren formeel erkend.'

De ITIC's genoten een onbeperkte vrijheid. Maar het ontbrak hen aan middelen om de omvangrijke leningen uit het buitenland af te lossen. In een poging die liquiditeitsproblemen op te lossen, trokken de maatschappijen op hun beurt binnenlandse deposito's aan, in ruil voor onverantwoord hoge rente. “Een hoge rente geeft in China altijd te denken', zegt Sassoon econoom Liu. “Hoe hoger die is, hoe meer risico's je banktegoeden lopen.'

Veel ITIC's staken hun kapitaal in zeer speculatieve projecten. Aanvankelijk verdween veel geld in de explosieve onroerend-goedsector, maar toen die na 1994, onder druk van het soberheidsbeleid van de huidige premier Zhu Rongji ineenstortte, richtten de ITIC's zich op de minstens zo riskante aandelenmarkt.

Projectontwikkelaar Frank Liu, beschrijft in de Hongkong Standard hoe staatsbedrijven en provinciale en stedelijke investeringsmaatschappijen in Guangdong begin jaren negentig massaal naar de zuidelijke eilandprovincie Hainan trokken, in de hoop mee te verdienen aan de snelle groei van de onroerendgoedmarkt.

“Men nam niet eens de moeite naar de projecten te kijken', zegt Liu. “Er werden amper vragen gesteld. Belangrijker was het binnenslepen van een overeenkomst. Je kon je investering immers altijd nog verkopen aan iemand die dommer was dan jijzelf.' Niet lang daarna, spatte de luchtbel uiteen.

In Haikou de provinciehoofdstad, met een inwonertal van een half miljoen, staat momenteel zes miljoen vierkante meter vloeroppervlakte leeg.

Hoewel de 240 ITIC's waarover China momenteel beschikt, minder dan 4 procent van 's lands gezamelijke activa beheren, heeft de plotselinge sluiting van de investeringstak van de provincie Guangdong weldegelijk gevolgen. Chinese bedrijven, die in de afgelopen anderhalf jaar toenemend moeite hebben ondervonden bij het verkrijgen van hoognodig krediet, zullen nu nog meer hinder ondervinden.

Binnenlandse banken wagen zich alleen aan veilig krediet, zoals voor de aanschaf van vliegtuigen en schepen waarvan de waarde makkelijk is terug te vorderen. Buitenlandse bankiers zijn met alle onzekerheid die de Centrale Bank hen in het vooruitzicht heeft gesteld, zeer terughoudend geworden.

Minister Xiang van Financien heeft tegenover de Britse krant Financial Times aangekondigd dat andere ITIC's zullen volgen. “Ik wil niet beweren dat alle ITIC's in China onderuit zullen gaan, maar ik kan zeggen dat in verschillende provincies problemen bestaan. De Central Bank zal de scheve verhoudingen binnen deze ITIC's een voor een oplossen.'

Volgens Gilbert Choy senior econoom van de Dresdner Bank in Hongkong, is dat een belangrijke stap. “Peking moet deze problemen op lossen. Het heeft inmiddels wel geleerd dat, wanneer het niets doet, de zaak uit de hand loopt.' De sluiting van GITIC is geen plotseling besluit geweest.

“Het is zorgvuldig voorbereid', aldus Choy. “De economie van de provincie Guangdong is veel kwetsbaarder dan die in de rest van China. Zo'n veertig procent van de totale Chinese export is afkomstig uit Guangdong, en ver weg van het centrum voelen de provinciale ambtenaren zich niet al te verantwoordelijk voor het beleid van Peking. Het Chinese leiderschap dat zich een economische crisis in het zuiden van het land niet kan veroorloven, heeft daarmee willen afrekenen.'

Choy voorspelt dat in de speciale economische zone Shenzhen, nabij Hongkong, en in de Oost-Chinese provincie Shandong, hetzelfde te gebeuren staat.

“Premier Zhu Rongji [die verantwoordelijk is voor het economisch beleid] moet een balans zien te vinden tussen het belang van snelle hervormingen en de oude, dikwijls corrupte bureaucratie waarmee hij te maken heeft' zegt Gerry Liu van Sassoon Securities. “Binnen de ITIC's, die sterk onder invloed staan van provinciale besturen, zijn de persoonlijke belangen groot. De investeringsmaatschappijen zijn daardoor de zwakste schakel in China's financieel systeem. Door de ITIC's te sluiten, verbetert Zhu de zuiverheid van China's financiele sector. Zhu stelt prioriteiten, en dat is goed. Hij weet dat het belangrijkste probleem waarmee de Chinese economie momenteel kampt, de financiele sector betreft. Zolang die niet is gesaneerd, heeft de aanpak van de industriesector of andere sectoren geen zin. De banken en investeringshuizen zijn immers de plaatsen waar ondernemers hun geld vandaan halen.'