Masters of the Universe bij Rabo Doetinchem; 'Een Rabobank heeft meer vrijheid en slagkracht'

De Rabobank in Doetinchem kwam deze week in opspraak door grote verliezen van een bij haar bankierende beleggingsclub. De cooperatieve structuur van de Rabobank maakt de kans op ongelukken groter dan bij de concurrentie.

Hoeveel vrijheid hebben lokale bankiers? In de Rabo-vestiging Doetinchem kon een aantal lokale beleggingsclubs, met een inleg van tientallen miljoen guldens, door lokale bankiers worden gerund zonder dat het hoofdkantoor daar veel zicht op had.

Dat lokale bankiers handelingen kunnen verrichten buiten het hoofdkantoor om komt bij alle banken van tijd tot tijd voor. De meeste van die gevallen betreffen echter fraude: de verrichte handelingen waren in strijd met de wet of met de interne regels van de bank. De arrestaties die maandag bij ABN Amro zijn verricht in het kader van een fraude met coderekeningen zijn het meest recente voorbeeld. In de Rabo-zaak gaat het om handelingen en de vrijheid die binnen de bank min of meer zijn geinstitutionaliseerd. En hier wreekt zich de decentrale en cooperatieve structuur van de Rabo.

Rabobanken zijn tot op grote hoogte zelfstandige banken die opereren onder centrale richtlijnen van het hoofdkantoor in Utrecht. Tekenend is bijvoorbeeld hoe de lokale kantoren met de tarieven van de bank omgaan. Als ABN Amro de hypotheekrente verhoogt, moeten alle kantoren dat overnemen, hoewel er een marge blijft voor kortingen. Bij de Rabo heeft zo'n hypotheekrenteverhoging het karakter van een advies: kantoren zijn vrij dat advies al dan niet op te volgen. Dat geldt ook voor spaartarieven.

Een kapitaalkrachtige Rabo-vestiging kan bijvoorbeeld besluiten vriendelijke rentes te hanteren om daar lokaal marktaandeel mee te winnen. Een lokale vestiging van ING kan dat niet. “Een Rabobank heeft meer slagkracht en vrijheid, en kan zich zo goed in de lokale gemeenschap positioneren', zegt een kenner van de bank. Dat zijn belangrijke voordelen boven concurrerende banken.

Van hun vestigingen mag ook een actief lokaal beleid worden verwacht, maar hun competentie is veel kleiner.

“Het nadeel is dat, als het goed gaat met een lokale Rabobank, niemand vragen stelt', aldus een Rabo-functionaris. De vestiging Doetinchem stond volgens hem al een jaar of twee bekend als een succesvol en eigengereid koninkrijk, dat een eigen koers voer. Het bleek een klassiek geval van een winstgevende bank, waar de centrale leiding niet naar omkeek. Net als bij Barings-handelaar Nick Leeson of de fondsbeheerder van het Amerikaanse Orange County, die aanvankelijk gunstige beleggingsresultaten realiseerden, werden weinig vragen gesteld over handelwijze en strategie. Zo waren de Doetinchemse bankiers de lokale Masters of the Universe, zegt de Rabo-kenner. Overmoed, gevoed door de prachtige resultaten van de effectenbeurzen, was het onvermijdelijke gevolg.

Vraag is of beleggers bij andere banken beter beschermd zijn. Concurrenten van de Rabobank schermen met de strakkere hierarchie en het ontbreken van vrije-handrekeningen, waar de particuliere belegger zijn investeringen overlaat aan zijn lokale bankier, maar waarbij de belegger de mogelijkheid behoudt zelf beslissingen te nemen.

ING Bank kent zo'n manier van werken niet, zegt een woordvoerder. De bank heeft een zogenoemde bevoegdhedenmatrix, waarbij beleggingsbeslissingen voor particulieren op een hoger, centraler niveau, het 'beslisniveau', vallen dan de lokale vestiging. “Bovendien is er een interne richtlijn waarin staat dat wij als ING Bank op deze manier geen contacten willen met beleggingsclubs zoals in Doetinchem.'

Ook bij ABN Amro beleggen bankiers niet voor hun klanten, tenzij de klanten het vermogensbeheer in een contract volledig hebben overgedragen.

Daarbij is het voor de klant alleen mogelijk om bij het sluiten van het contract een risicoprofiel voor de beleggingen samen te stellen. Vervolgens is het niet meer mogelijk zelf in te grijpen. Dit moet de duidelijkheid ten goede komen.

Grote verliezen zijn voor de banken op zichzelf geen reden om in te grijpen bij de lokale bank. Voor de een is een miljoen een geringe strop, terwijl voor iemand anders 10.000 gulden een smak geld is, zo is de gedachte.

Verschillen zijn in de praktijk genuanceerder dan op papier. Maar medewerkers van gecentraliseerde banken als ING en ABN Amro worden afgeremd door het besef van een hierarchie binnen de bank. “Bij de Rabo is de kans op calamiteiten groter', zegt de Rabo-kenner. “Maar de bedragen zijn normaal gesproken, juist door het lokale karakter, kleiner. Dat is bij banken als ING en ABN Amro andersom. Als het daar fout gaat dan gebeurt het op een hoger niveau, waardoor de bedragen ook meteen groter kunnen zijn.' Hij vindt de zaak-Doetinchem een kwalijke ontwikkeling voor alle banken. “De kans neemt nu toe dat iedereen die vindt dat hij bij zijn beleggingen bovenmatig verloren heeft een advocaat in de arm neemt.'

Bovendien krijgt elke bank te maken met verminderd vertrouwen van clienten. Dat vertrouwen in de financiele sector blijkt fragieler dan vaak wordt gedacht. Rabo stuurde haar clienten naar aanleiding van de zaak-Doetinchem al een brief waarin zij onderstreepte hoe financieel solide de bank is. Aanleiding was de dreiging van rekeninghouders hun geld terug te trekken. Rabo is een van de weinige banken in Europa die de hoogste kredietwaardigheid, een triple A-rating wordt toegekend.

    • Maarten Schinkel
    • Erik van der Walle