Kolonisten vechten met stacaravans

Joodse kolonisten nemen het heft in eigen handen op de Westelijke Jordaanoever, en stichten nieuwe nederzettingen. Het Israelische leger grijpt tot dusverre niet in.

Toen Yitzhak Sapir (52) in oktober op de tv zag dat de Israelische premier Benjamin Netanyahu en PLO-leider Yasser Arafat het interim-akkoord van Wye tekenden, was voor hem de maat vol. Een paar dagen later zette hij met twee andere families drie stacaravans neer op een kale bergtop in de Westelijke Jordaanoever.

In een van die caravans woont hij nu met vrouw en drie kinderen. Er is geen elektriciteit, geen water niets. De ramen trillen in hun sponningen in de eerste hevige winterstormen. Maar voor Sapir, een Torah-docent in slobberbroek en houthakkershemd, is comfort ondergeschikt aan politiek avonturisme. “Als wij het land niet nemen, nemen de Arabieren het', zegt hij.

Sapir is niet de enige die sinds de Wye-akkoorden, waarin Israel de Palestijnen 13,1 procent van de Westelijke Jordaanoever belooft in ruil voor veiligheidsgaranties, besloot het heft in eigen hand te nemen. Elders op de Westelijke Jordaanoever werden de laatste weken nog vijf andere nieuwe nederzettingen gesticht.

De bewoners komen uit reeds bestaande nederzettingen. Sapir woonde tot voor kort in Ma'ale Michmash, een bergtop verderop. Israelische legerjeeps patrouilleren in de omgeving, om de bestaande nederzettingen te beschermen.

Hoewel Israel steeds belooft dat het de status-quo op de betwiste Westelijke Jordaanoever niet zal veranderen zolang de onderhandelingen met de Palestijnen voortduren heeft het leger niet ingegrepen toen de nieuwe nederzettingen werden gesticht. Men zegt dat het kantoor van de premier het leger heeft gevraagd om de 'pioniers van Israel', zoals ze zichzelf noemen, met rust te laten.

“Netanyahu heeft nooit beloofd dat Israel geen nederzettingen meer zal bouwen', zegt Sapir.

“Wij hebben geen toestemming gekregen om dit te doen. Maar als het een probleem was, zouden we hier allang niet meer zitten.'

Na een aantal aanslagen in de afgelopen weken heeft Israel de beloofde overdracht van land aan de Palestijnen opgeschort. Maar vanuit Mishmor, zoals Sapir en de zijnen de nieuwe nederzetting hebben gedoopt, is duidelijk te zien dat ook Israel bezig is voldongen feiten te scheppen. Mishmor ligt tussen de autonome Palestijnse stad Ramallah en de rivier de Jordaan, hoog in de kale dorre bergen. In de valleien liggen Palestijnse dorpjes of Bedoeienenkampen. De meeste Palestijnen werken elders - dit land is te omherbergzaam om olijven of druiven te verbouwen.

Op bergtoppen breiden joodse nederzettingen zich in snel tempo uit. Overal staan hijskranen en betonmolens. Grote vrachtwagens vol bouwmaterialen rijden af en aan.

Het landschap wordt steeds meer doorsneden door vierbaanswegen, verkeerspleinen en fly-overs, speciaal voor de kolonisten die op weg naar Tel Aviv of Jeruzalem of andere nederzettingen geen Palestijnen willen tegenkomen. Een groot deel van het land is 'zone C', dat wil zeggen onder exclusieve controle van Israel. Om die wegen te bouwen confisqueert de staat bij decreet steeds meer land van Palestijnen.

Ironisch genoeg werken er ook Palestijnen in de joodse bouwput die de Westelijke Jordaanoever is. Omdat zij brood op de plank willen, slikken zij hun politieke protest in. “Als ik dit niet doe,' zegt een Palestijn die een nieuw stuk weg aan het asfalteren is “dan huren de joden wel Filippino's. Die wegen komen er toch wel.'

Al met al is het geen wonder dat nieuwe kolonisten als Yitzhak Sapir het idee hebben dat zij hun gang kunnen gaan.

“Aan de noordkant gaan we dertig huizen bouwen', wijst hij, naast de Israelische vlag die - alsof het Nova Zembla is - in een brok beton is gegoten, “en aan de zuidkant van de berg is plaats voor honderd huizen.'

Sympathisanten in pick-up trucks en gammele auto's vol anti-Oslo-stickers komen hem steun betuigen. Vier jonge mannen met gebreide kippa's en machinegeweren brengen macaroni met plastic bestek in een aluminium bak. Ze schuiven een berg groezelige slaapzakken en een wandelwagentje opzij en gaan opgetogen op kampeerbedden zitten. Ze willen hun namen niet geven, maar eentje beaamt minachtend dat er nog maar weinig Israeliers zijn die zoveel religieuze en politieke devotie kunnen opbrengen.

Zij stralen uit dat zij tot een exclusieve club behoren, een club met een heilige missie die de stockbrokers en reclamemensen uit wereldse steden als Tel Aviv allang hebben verzaakt. Maar er gloort ook padvinderij-achtige trots op een leven in Spartaanse omstandigheden. “Wij malen niet om Wye en niet om de elementen,' zegt een ander, terwijl slagregens op de caravan beuken.

Ze pakken torahs uit een boekenkast van planken en bakstenen, en beginnen te bidden. “Zij komen hier elke dag', roept Sapir bij de deur. “De andere bewoners van Mishmor zijn naar hun werk, en ik wil hier niet de hele dag als eenzame man op de berg zitten. Het is toch gevaarlijk zo tussen de Arabieren, weet u.'

    • Caroline de Gruyter