Het lobbymodel

Hoe verkoop ik mijzelf in drie minuten? Ruim dertig mensen staan voor deze uitdaging - op een dinsdagavond, in het stadhuis. Daar vindt een hoorzitting van de commissie-Zorg van de gemeenteraad plaats, en de spanning is om te snijden.

Twee oudere dames schuiven aan de tafel van de gemeenteraadsleden. Ze vragen geld voor tramreclame, want vrijwel niemand kent hun organisatie, terwijl ze zulke goede bedoelingen hebben. Ze willen vrouwen helpen die het moeilijk hebben - en die dan ook nog eens zwanger worden.

Zelfs van het CDA komen geen vragen. Iedereen ziet het: de Vereniging Bescherming Ongeboren Kind krijgt geen subsidie. Ze voldoen niet aan de criteria van de betere lobbyist. Wie subsidies wil verkrijgen moet beschikken over de uitstraling van een Paul Rosenmoller, over een netwerk achter de schermen en het juiste jargon hanteren.

De aanwezige organisaties, van Rechtswinkels, Seniorenraad tot en met het Wegloophuis, hebben hun beste woordvoerders naar de hoorzitting gestuurd. Het gemeentebestuur heeft geadviseerd hun ingediende subsidieverzoeken af te wijzen, dus rest de organisaties nog een kans: de gemeenteraad overtuigen! Ze krijgen een spreektijd van maximaal drie minuten. Honderdtachtig seconden om het nut van de instelling te bewijzen.

“De helft. Ik schat dat we de helft van onze aanvraag krijgen', zegt een lobbyist van SOS-telefonische hulpdienst (Aanvraag: 43.778 gulden). Hij maakt een zelfverzekerde indruk - anders dan de woordvoerder van de Rechtswinkel Migranten nadat hij drie minuten nerveus heeft gesproken. Hij moet zijn gaan twijfelen na een vraag van een gemeenteraadslid waarom de Rechtswinkel Migranten niet fuseert met de gewone Rechtswinkels. Zijn antwoord - “Dat gaat niet om praktische redenen'- is een misser, want wat willen politici horen? In de mode: laagdrempelig, sociaal-economisch zwakkeren, allochtonen, preventie en vooral samenwerking: het toverwoord. Hoewel die term alweer achterhaald is.

Het heet 'community-based'. Wat dat betekent? Dat je zelfs de bakker in je straatje bij je organisatie moet betrekken - een model dat in zijn meest extreme vorm ertoe leidt dat alle tijd in overleg met iedereen gaat zitten.

Een hoorzitting is inspraak, en het is dezer dagen hip om inspraak ter discussie te stellen. Wat dat betreft zijn politici, bestuurders en ondernemers het eens: inspraak is een vertragende (en dure) factor in de besluitvorming. Ook andere argumenten worden gehoord: wat stelt inspraak voor wanneer zaken in de wandelgangen worden beklonken? En wanneer op menig inspraakavond geen kip verschijnt? Voor dat laatste is een verklaring: burgers hebben in de gaten dat zij mogen opdraven als het beklonken is. Dat niet zij maar een projectontwikkelaar het voor het zeggen heeft. Daar weten de inwoners van Utrecht alles van.

De eerste geluiden gaan al op om het fenomeen inspraak eenvoudig af te schaffen. Het beperkt zich nog tot het late borreltafel-circuit, want wie durft hardop te roepen dat inspraak moet worden afgeschaft? Dat had Janmaat niet eens aangedurfd.

Nederlanders zijn volwassen kinderen die in Sinterklaas blijven geloven. We weten dat inspraak een vijfdecemberfabeltje is. Hoopvol zetten we de klomp met wortel bij de schoorsteen - om de volgende dag te ontdekken dat de wortel er nog ligt en de klomp leeg is. Beteuterd kijken we naar het trieste tafereel. Hoe kan dat? Nu ja, volgend jaar opnieuw proberen.

Is er hoop? De wet van de remmende voorsprong? Nu nog komen de Franse premier Jospin en de Duitse bondskanselier Schroder op het Catshuis om te 'leren' van het poldermodel - en om daarover hun bewondering uit te spreken. Jospin en Schroder zijn echter niet op hun achterhoofd gevallen.

Als de bekende lilliputter nestelen zij zich op de schouders van reus Nederland. De buitenkant van het geroemde model ziet er goed uit, maar van binnen? Het poldermodel blijkt een eufemisme voor gebrek aan daadkracht, slagvaardigheid en deskundigheid. Zie Schiphol, varkens, asielzoekers. De lilliputters zullen het beter gaan aanpakken. In het Franse modele de polder wordt inspraak, bij wet vervangen door commerciele lobby.

Doen inspraak c.q. lobby werkelijk ter zake? Gaat het niet om een bedreigende ontwikkeling: de democratie is een kapseizend schip aan het worden. De passagiers worden ongerust hun kapitein sust dat er niets aan de hand is - ook al gaat Brussel steeds meer de dienst uitmaken en is Den Haag welhaast vleugellam door bureaucratie en stevige netwerken en lobby's. En als het te ingewikkeld wordt, moeten rechters maar een uitspraak doen.

In dit gebeuren valt de houding op van overheid en politici: die beginnen steeds meer de trekken te vertonen van de vrije markt, de markt waar het recht van de sterkste en het kapitaal geldt. In geval van overheid en politici: het recht van de sterkste lobbyist, netwerker, geldschieter of draaikont. Vandaar dat mensen die oliedom zijn het tot Kamerlid, staatssecretaris of minister kunnen schoppen - als ze maar over de juiste netwerken beschikken, het moderne jargon hanteren en de beste lobbyisten voor hun karretje spannen. Vandaar dat de middelmaat regeert.