Helse kwellingen op de juiste plaats; Oude Ursulakerk in Warmenhuizen krijgt beschilderd gewelf terug

Na een jarenlange restauratie keert binnenkort in de Oude Ursulakerk in Warmenhuizen het 16de-eeuwse tongewelf terug, beschilderd met bijbelse taferelen van hel, hemel en aarde. De panelen zijn nu nog in Alkmaar te bewonderen.

Het Noord-Hollandse dorp Warmenhuizen krijgt binnenkort een monumentaal kunstwerk terug in zijn hervormde kerk. Een restauratie van acht jaar heeft het tongewelf van de Oude Ursulakerk in zijn oude glorie hersteld. Het houten gewelf, in de 16de eeuw beschilderd met Het Laatste Oordeel en andere voorstellingen uit het Oude Testament, was ernstig in verval geraakt. Het hout dreigde te verpulveren, generaties houtwormen hadden zich eraan tegoed gedaan en de afbeeldingen waren deels door overschilderingen aan het gezicht onttrokken.

Voor de restauratie is het hele gewelf uit de kap genomen. De meeste panelen zijn al klaar en teruggehangen, de resterende worden eind december aangebracht. In het voorjaar van 1999 zal het complete kunstwerk officieel worden ingewijd. De twee miljoen kostende restauratie is uitgevoerd door een reeks medewerkers onder leiding van restaurateur en kunsthistoricus Willem Haakma Wagenaar met hulp van onder meer Edwin van den Brink en de Amsterdamse meubelrestaurateur Pol Bruys. De kosten komen voor rekening van rijksoverheid, provincie, gemeente en hervormde kerk.

Het Stedelijk museum Alkmaar wijdt de kleine tentoonstelling Hersteld en herzien aan de restauratie en het voorafgaand onderzoek. Als middelpunt fungeert De Hemel, een paneel in de vorm van een gekromde taartpunt, dat midden in een zaal staat opgesteld zodat bezoekers het van dichtbij kunnen bekijken. De oorspronkelijke kleuren zijn vervaagd, bruine tinten overheersen. Zielen van god welgevallige gelovigen worden onder trompetgeschal door engelen naar een licht boven in het gewelf gevoerd terwijl beneden nog meer gelukzaligen op hun beurt wachten. In schrille tegenstelling daarmee, zo blijkt uit tekeningen en foto's aan de wanden staan de verschrikkingen die de kandidaten voor de hel tegemoet gaan.

Daar draaien de ongelukkigen aan het spit, sudderen in een kookpot, of worden door vervaarlijke duivels naar helse kwellingen gesleurd.

In dezelfde zaal hangt aan het plafond een maquette van het hele tongewelf. Wie eronder staat krijgt een indruk van hoe de Warmenhuizense gelovigen straks zullen aankijken tegen de panelen, waarop behalve het Laatste Oordeel ook de Dans om het Gouden Kalf, De Mannaregen en de Doortocht door de Rode Zee zijn vereeuwigd.

Omstreeks 1500 werden in Noord-Holland veel kerken gebouwd met houten tongewelven. Deze werden vervolgens opgefleurd met bijbelse onderwerpen. Vaak werden voorstellingen van kunstenaars als Albrecht Durer en Lucas van Leyden als voorbeeld genomen. Veel schilderingen zijn verloren gegaan, maar die in Alkmaar Enkhuizen, Naarden en Warmenhuizen zijn bewaard gebleven. De panelen in Warmenhuizen, zo heeft onderzoek uitgewezen, zijn waarschijnlijk gebaseerd op een ontwerp van de Amsterdamse meester Cornelisz. van Oostsanen. Ze vertonen grote gelijkenis met twee andere werken uit diens atelier: Het Laatste Oordeel in de Grote of Sint Laurenskerk in Alkmaar en een drieluik dat zich in het Nationalmuseet in Kopenhagen bevindt. Op de tentoonstelling worden details van de drie werken met elkaar vergeleken. Een aantal gelijkenissen is inderdaad opvallend: sommige figuren of groepen figuren komen bijna exact overeen.

Het houten gewelf bestaat uit planken die vroeger met spijkers waren vastgezet. Het was in 1890 al eens gedemonteerd en voor een restauratiebeurt overgebracht naar de Teekennormaalschool naast het Rijksmuseum. Dat gebeurde op gezag van de toenmalige cultuurpaus, de referendaris Victor de Stuers en onder protest van experts die vreesden voor ongeoorloofde aanpassingen van het gewelf.

Bij de restauratie achter gesloten deuren gebeurde inderdaad waar de experts voor hadden gewaarschuwd. Zo werden onder meer de bestaande contouren met dikke zwarte lijnen aangezet. Een dikke laag hars werd aangebracht op plaatsen waar het hout door houtwormen bijna tot op de verf was opgevreten. Het gewelf keerde uiteindelijk pas in 1964 terug in de Oude Ursulakerk.

Aan de recente restauratie is al in de jaren tachtig technisch en kunsthistorisch onderzoek vooraf gegaan. Daarbij bleek onder meer dat in 1964 sommige planken op een verkeerde plek waren gemonteerd. De restaurateurs hebben aan de hand van de spijkergaten, naden en hulplijnen een nauwkeurige reconstructie gemaakt van de oorspronkelijke bevestiging. De harslaag is verwijderd en de planken zijn weer op dikte gebracht. Tijdens de restauratie is een systeem bedacht waardoor de panelen makkelijk zijn te monteren en demonteren.

Het is aardig om de contrasterende technieken te zien waarvan de restaurateurs gebruik maakten. Satestokjes vormen de verbindingen tussen aangevreten panelen maar ook is hightech materiaal uit de vliegtuigbouw toegepast om de panelen te ondersteunen. De expositie als geheel is wat verbrokkeld over de verschillende ruimten in het kleine museum, dat over een jaar of twee een nieuw pand in de binnenstad krijgt. Bij de uitleg is soms niet onmiddellijk duidelijk of het om Warmenhuizen, of het vergelijkbare kunstwerk in Alkmaar gaat. Maar verder is er veel interessante informatie op te doen over het kunstwerk en de inspanningen van de restaurateurs om het voor het nageslacht te behouden.