Geef kinderen vrijheid, geen handleiding

Verantwoord speelgoed, wat is dat? Hout, zand en water. Het meeste speelgoed is voorgekauwd. Jammer. Kinderen zijn geen afgerichte dieren.

SPEELGOED is een serieuze zaak. Het is geen doel op zichzelf, zeggen de pedagogen. Het is eerder een middel om tot spel te komen. Speelgoed is het voedsel voor het spel, schreef de in 1983 overleden Nederlandse pedagoge Wilhelmina Bladergroen, pionier in het toekennen van pedagogische waarde aan speelgoed. Natuurlijk spelen de meeste kinderen omdat ze het gewoon leuk vinden. Ze zijn zich, anders dan hun ouders, er niet van bewust dat ze door het spelen met een hijskraan of het inrichten van een poppenhuis hun motorische vaardigheden oefenen. Maar wie goed oplet, zal zien dat kinderen altijd proberen via hun spel zich iets eigen te maken. In de woorden van Bladergroen, in een artikel uit 1958: “Wat wij de wereld van het kinderspel noemen, is voor het kind datgene wat hij onder het leven verstaat. (..) Het is geen spel, maar aanpassing. (..) Wat wij 'spelen' noemen, houdt verkenning in, kennismaking en aanpassing.'

Is speelgoed uit de winkel onontbeerlijk om te kunnen spelen? Vermoedelijk niet. Je kunt je met de gekste dingen amuseren. Sommige kinderen hebben al genoeg aan hun grote teen. Maar dat zijn wel uitzonderingen. Speelgoed is niet meer weg te denken uit het mentale universum van het moderne kind. Honderd jaar geleden was het voldoende om als kind het welomschreven leven van volwassenen na te bootsen. Je vader was boer en jij deed of je de koeien molk. Of je molk ze echt.

Dat leven leiden de meeste kinderen in Nederland niet meer. Ze hebben speelgoed nodig. Want wie niet voldoende speelt, raakt achterop. Een kind dat onvoldoende mogelijkheden heeft gehad zich spelend te ontwikkelen, heeft later moeite op school het leertempo bij te houden zegt orthopedagoog Roel de Groot, secretaris van de Nationale Speelraad.

“Wie als kleuter met wasco krijt of tekeningen prikt treft in feite al voorbereidende handelingen voor het leren schrijven. Zo leren kinderen later als het ware spelenderwijs schrijven.' Roel de Groot spreekt in dit verband van “de kleuterschool als studiehuis'.

Spel is belangrijk voor de creatieve, constructieve, cognitieve, sociale en motorische ontwikkeling van kinderen. Eigenlijk zou je als ouders speelgoed moeten kopen dat een beroep doet op al deze vaardigheden, zegt zelfstandig speelgoedadviseur Marianne de Valck. “Houd bij het kopen rekening met wat je kind al in de kast heeft staan. En sluit aan bij het karakter van het kind: drukke kinderen worden gek als ze worden opgezadeld met constructiespeelgoed waarvoor zeer verfijnde motoriek en aandacht voor details vereist zijn.' Anderzijds kan het nuttig zijn een kind ook eens een nog niet ontdekte andere kant van zijn karakter te laten exploreren. Je kunt een kind dat alleen maar stil in een hoekje zit te lezen iets geven waarmee het alle kanten op kan, zoals een bal.

Van alle aspecten van de ontwikkeling van kinderen is de sociale ontwikkeling waarschijnlijk het belangrijkste. Spelen is vooral samen met andere kinderen spelen. Je leert samen iets te regelen en mislukkingen te delen. En samen leer je de werkelijkheid beter kennen, zegt pedagoog Jo Hermanns. Dat kan door een spelletje te doen en daarbij te leren wat verliezen is. Maar het kan ook door alleen achter de computer te zitten en de hulp van andere kinderen in te roepen. Soms heeft speelgoed onverwachte effecten. Jo Hermanns vertelde onlangs in een artikel over een medisch kleuterdagverblijf dat een nogal onverantwoord loopautootje kreeg: lelijke kunststof, veel te klein, het stuur niet in verbinding staand met de wielen.

Maar juist die onhandigheid bevorderde de contacten tussen de kinderen. Alleen door intensief samen te werken en te onderhandelen over wie erin ging zitten en wie zou duwen, was het loopautootje bruikbaar. Het werd een populair stuk speelgoed.

Er is veel te doen over de kwaliteit van speelgoed. Speelgoedadviseur Marianne de Valck poneert de stelling dat het spelpeil van kinderen in Nederland daalt. Als een van de oorzaken noemt ze dat de buitenwereld voor kinderen steeds ondoorzichtiger wordt. “Ik moet soms uitleggen dat erwtjes niet in een blik groeien.' Als tweede oorzaak noemt ze het oprukken van het digitale speelgoed dat kinderen de wet voorschrijft. De Valck: “Ik hoorde laatst een meisje zeggen dat ze de batterij uit de pop wilde halen zodat de pop eens kon zeggen wat ze zelf wilde.' Derde oorzaak is dat ouders hun kinderen aan hun lot overlaten. De kinderen hebben een kamer vol speelgoed waarmee ze zichzelf maar moeten amuseren, zo redeneren de ouders.

Veel pedagogen vinden dat het aanbod in de meeste speelgoedwinkels niet deugt. Het is voorgekauwd, perfectionistisch, te zeer gericht op de bevrediging van simpele behoeften. Een kind hoeft in toenemende mate niets anders te doen dan de voorschriften te volgen om daarna, als een afgericht dier, tevreden te zijn over zijn prestatie. Met grote afkeer spreken de meeste pedagogen over Tamagotchi, de Teletubbies en de levensechte pop. Tamagotchi is inmiddels uit de gratie, maar levensechte poppen zijn nog aan hun opmars bezig. Er zijn poppen die moeten bevallen, een warm voorhoofd kunnen krijgen of zogenaamd vieze billen. Dat moet allemaal verzorgd worden.

Het is het soort speelgoed waarin kinderen worden benaderd alsof het jonge volwassenen zijn, en dat is tegen iedere pedagogische wet.

Kinderen zijn autonome wezens met een persoonlijkheid die ze zelf moeten ontwikkelen.

Een ander nadeel van het tot in details uitgedachte speelgoed is dat kinderen het verband tussen speelgoed en werkelijkheid uit het oog verliezen. Ze raken vervreemd, constateert pedagoog Roel de Groot met spijt. Vroeger zat vader aan tafel van een stuk hout een tol voor je te maken. Tegenwoordig kijk je na het uitpakken van het cadeau eerst vragend naar ouders of de gebruiksaanwijzing om te achterhalen wat de bedoeling is. Een band met het materiaal ontbreekt - weer een reden minder om er zuinig op te zijn.

Goed speelgoed geeft kinderen vrijheid. Speelgoed is een instrument om de ontwikkeling in gang te zetten, te stimuleren - meer niet. Goed speelgoed stimuleert kinderen iets uit te proberen. Goed speelgoed nodigt kinderen uit keuzes te maken, uitdagingen te zoeken, oplossingen te vinden.

Het beste speelgoed wordt vermoedelijk gevormd door natuurlijke materialen, zoals zand, water en hout. Wilhelmina Bladergroen in het artikel uit 1958: “Alles wat ik heb gezegd, heeft tot doel aan te tonen dat de ontwikkeling van het kind ons de weg moet wijzen die leidt naar het speeltuig. Bij zijn pogingen om kennis te maken met de wereld heeft het kind speelgoed nodig dat hem uitnodigt alles uit te proberen. Dit speelgoed zou geen vastgestelde vorm moeten hebben, maar vormbaar en vervormbaar moeten zijn. Wij geven het kind te vroeg onze volwassenwereld met haar geometrische vormen.'

Het zou volgens sommigen het beste zijn om helemaal geen speelgoed aan te bieden. Laat kinderen zelf maar iets verzinnen. Jo Hermanns noemt een experiment in een kinderdagverblijf in het Duitse Bayreuth.

Daar werd enkele jaren geleden alle speelgoed verbannen, om alleen nog maar zand, hout en karton aan te bieden. De eerste weken verveelden de kinderen zich. Maar daarna kwamen de ideeen los en begonnen de kinderen enthousiast te bouwen aan fantasiemachines en hutten. Aan de manier waarop ouders speelgoed kopen, valt nog wel het een en ander te verbeteren, zegt Marianne de Valck. Vaders kopen duurder speelgoed dan moeders, maar vaders kopen vooral wat ze zelf leuk vinden. Moeders hebben uitgebreid de verlanglijst van hun kind bestudeerd. Ze hebben er ook over nagedacht of het zinnig is voor hun kind. Maar vervolgens doen ze vooral moeite om in die categorie een artikel van een B-merk te vinden dat het liefst nog in de aanbieding is. De Valck vindt trouwens dat meisjes zwaar gediscrimineerd worden ten opzichte van jongens. Jongens krijgen veel duurdere cadeaus dan meisjes. Daar komt bij dat het inkopen van speelgoed bij grote speelgoedketens een uitgesproken mannenzaak is.

De markt voor speelgoed is verpsychologiseerd, zo is de ervaring van de doorsnee speelgoedwinkel. Ouders en grootouders vragen steeds vaker aan de speelgoedhandelaar wat zij hun kind of kleinkind het beste kunnen geven. Aan die behoefte willen de speelgoedwinkels nu tegemoetkomen.

Daarom hebben ze onlangs besloten en onderzoek in te laten stellen naar de ontwikkeling van kinderen. Orthopedagoge Joop Hellendoorn uit Leiden gaat het doen. Het onderzoek zal vermoedelijk over een jaar uitmonden in een brochure voor speelgoedwinkeliers met tips over de benadering van klanten. Hellendoorn denkt dat veel volwassenen de invloed van speelgoed op kinderen overschatten. “Elke ouder heeft natuurlijk het recht in eigen huis te bepalen wat wel en niet mag. Maar zouden zij echt denken dat speelgoed en spelen belangrijker is dan de manier waarop ze hun kinderen opvoeden?'