Drie keer criminele infiltrant

Justitie heeft sinds 1995 drie keer een crimineel ingezet om informatie over een criminele organisatie te krijgen. Minister Korthals (Justitie) heeft dit vanochtend verklaard tijdens de behandeling van het wetsvoorstel bijzondere opsporingsbevoegdheden, een uitvloeisel van de commissie-Van Traa. Hij kon rond het middaguur niet aangeven in welke drie gevallen een criminele burgerinfiltrant is ingezet.

Inzet van criminele infiltranten is in strijd met de aanbevelingen van de parlementaire enquetecommissie opsporingsmethoden, die voorstelt het runnen van criminelen te verbieden. Een meerderheid van de Tweede Kamer heeft deze aanbeveling overgenomen.

Korthals stelt in het wetsvoorstel overigens voor om het runnen van een crimineel in een misdaadorganisatie slechts in zeer uitzonderlijke gevallen en slechts eenmalig toe te staan. De minister van Justitie moet voor de inzet van zo'n criminele burgerinfiltrant persoonlijk toestemming geven. Het runnen van een crimineel is een omstreden opsporingsmethode, die thans is vastgelegd in een richtlijn van de procureurs-generaal.

De bewindsman kon zich vanochtend vinden in een voorstel van de Kamer om ook de procedure voor de inzet van een niet-criminele infiltrant te verzwaren. Korthals zei dat de inzet van zo'n niet-criminele burger ook moet worden voorgelegd aan het college van procureurs-generaal, die het vervolgens aan de minister voorlegt.

Burgers moeten worden ingezet als de politie zelf niet kan infiltreren. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om infiltratie in een Chinees sprekende misdaadorganisatie of om het leveren van een piloot, die een vliegtuig met een verdachte lading kan besturen.