De seksuele geaardheid van politici gaat ons niets aan

In Engeland is beroering ontstaan over de vermeende aanwezigheid van een 'roze mafia' in de politiek. Het is ons goed recht om het te weten schreef een krant. Nee, dat is het niet vindt Michael Gove. Mensen dwingen voor hun seksuele geaardheid uit te komen alleen omdat zij publieke figuren zijn, slaat nergens op.

Is John Prescott homoseksueel? Hij leek zich wel erg op te winden over de manier waarop Nick Brown en Ron Davies door de pers werden behandeld. Hoort hij tot de 'homomafia' waarvoor The Sun ons waarschuwt?

Toegegeven, al het bewijs dat we hebben is indirect. Niet iedereen die in de jaren '60 voor de mannenwereld van het zeemansleven koos was homo, en in het kelnersvak lopen tal van onwankelbaar heteroseksuele mannen rond. De Britse vice-premier is natuurlijk getrouwd, en heeft kinderen. Maar ja, dat gold ook voor Jeremy Thorpe en, niet te vergeten Ron Davies. En Prescotts vrouw, een niet op haar mondje gevallen noorderlinge, en nog kapster ook. Is zij nu niet precies het soort vrouw waar homo's dol op zijn, een camp-godin a la Bet (Coronation Street) Gilroy of Barbra Streisand? Kom op, John, profiteer van de nieuwe tolerantie. Wat het 'uit de kast komen' betreft kan het publiek wel wat hebben - niet alleen een Chris Smith maar ook een Nick Brown.

Bespottelijk? Ach, in elk geval niet erger dan het soort generalisaties dat het 'uitkomen' van enkele ministers heeft uitgelokt. Trevor Kavanagh politiek redacteur van The Sun en wellicht de beste boulevardjournalist die we hebben, met een doorgaans nuchtere kijk op de dingen, is geschokt door de onthulling dat “ten minste vier leden van Tony Blairs kabinet actieve homo's' zijn.

Kavanagh vreest dat het er wellicht meer zijn. En waarom? Hij stelt: “De politiek is een vorm van egotripperig theater die, net als het theater en de balie, een meer dan gemiddeld aantal camp-figuren aantrekt.' Is Ron Davies een camp-figuur? De vroegere minister voor Wales is een nietsontziende ritselaar en even camp als Vinnie Jones.

Voorzover zijn val iets aantoont dan wel hoe moeilijk onze medemensen te beoordelen zijn en hoe gevaarlijk het is ons oordeel te baseren op stereotypen.

Wie is de grootste camp-figuur in het parlement? Paul Boateng misschien, die lijkt te zijn aangekleed door mr. Humphries uit Are You Being Served. Is hij vrij man? Nou nee. Boateng heeft, jong als hij is, vijf kinderen en hij is een gelovig christen. Als hij homoseksueel is, dan gaat hij daar wel vreemd mee om.

Degenen onder ons die zich storen aan homoseksualiteit in het openbare leven lijken overtuigd van de stereotypen die ze ten aanzien van homo's hanteren: camp, theatraal, mafioos enzovoort. Maar desondanks hebben ze er maar nauwelijks een idee van wie eraan voldoet. Ze hebben een compositiebeeld, maar zoveel van de verdachten lijken er helemaal niet op. En dus, bij gebrek aan meer dan indirecte aanwijzingen, eist The Sun een bekentenis: “Het is ons goed recht het te weten.'

Nee, dat is het niet.

Het is ons goed recht te gissen, te roddelen te speculeren en zelfs onze conclusies te trekken. Het is ons goed recht vooroordelen te koesteren tegen camp-figuren, te generaliseren over 'theaterartiesten' en homoseksuele ministers van Landbouw te tolereren. Maar mensen dwingen voor hun seksuele voorkeuren uit te komen, alleen omdat ze deel uitmaken van het openbare leven: nee. De kast is een heerlijke besloten plek, dus laat hen daar in alle rust omhelzen wie en wat ze willen.

Ministers hebben ons hun eigen gesel aangereikt, als die beeldspraak niet te camp is, door te stellen dat openbare figuren die vrijmetselaar zijn hun lidmaatschap bekendmaken. Hun heksenjacht op onschuldigen die goede daden verrichten met schorten voor, is kinderachtig en bekrompen.

Het recht op bescherming van de prive-sfeer is een waardevol, en een zeer Brits, recht. Haast niets klinkt ons zo weerzinwekkend en on-Brits in de oren als de sarcastische McCarthy-vraag: “Wat hebt u te verbergen?' Maar dat de regering een heksenjacht op de vrijmetselaars opent betekent nog niet dat de media een seksjacht mogen instellen tegen alles wat camp is.

Het vermoeden dat een 'fluwelen mafia' bestaat in het Lagerhuis, een roze kring van Labour-lovers en een kongsie van Conservatieve kontridders rechtvaardigt nog niet het hysterisch openrukken van kastdeuren. Als politici een pleidooi houden, bijvoorbeeld over de leeftijd waarop men seksuele betrekkingen mag aangaan, dat volgens commentatoren op misvattingen berust, dan moet dat debat worden gevoerd op het hoge niveau van de rede. Als het verlagen van die leeftijd verkeerd is, dan doet het niet terzake of het Peter Tachell, Jack Straw of kardinaal Hume is die ervoor pleit. Argumenten ad hominem zijn altijd zwak.

Men kan volhouden dat er een kwalitatief verschil is tussen een 'homo-mafia' en bijvoorbeeld een Schotse mafia in het Lagerhuis. Ondanks het gemak waarmee sommigen generaliseren over zowel homoseksuelen als Schotten, zijn deze laatsten gemakkelijker te herkennen. Zoals iedereen weet die het wereldkampioenschap voetballen heeft gezien huilen Schotten gauwer in het openbaar.

Omdat het Schot-zijn niet te verbergen valt, en homoseksualiteit wel, wordt gevreesd dat ook politieke streefdoelen verborgen blijven. Dat kan zijn. Maar het doet niet ter zake. Als meer leden van het kabinet uit de kast zouden komen, zouden hun moeders daar misschien van schrikken, het zou ons iets kunnen leren over hoe moeilijk het voor huisvaders is om een politieke carriere te volgen, maar het zou niets uitmaken voor de vraag of individuele beleidsvoornemens al dan niet zinnig zijn.

Belastingverhoging is altijd naar, of die nu wordt ingesteld door een homo, een hetero of een celibo.

Politici komen met allerlei plannen op grond van allerlei motieven. Hoe afstotelijk menigeen de liefde voor personen van hetzelfde geslacht ook mag vinden, is die afstotelijker dan de eigenliefde waardoor zoveel politici gedreven worden? Het kolossale egoisme dat Michael Heseltine ertoe heeft gebracht miljoenen in de Millennium-koepel te steken, is een veel verderfelijker bevlieging dan zijn opvolgers wellicht mogen koesteren jegens andere personen. Ik heb liever de 'liefde die zijn naam niet noemen durft' dan de liefde die op mijn kosten een momument voor zichzelf bouwt. En ik geef er de voorkeur aan niet te hoeven nadenken over wat John Prescott tussen de lakens uitvoert.