De nieuwe borsten van Playstation; Spelcomputers

Wie een spelcomputer koopt, moet de markt goed in de gaten houden. Koop geen oude spullen, maar wees ook niet te modern.

VIDEOSPELLETJES worden steeds beter, sneller en realistischer. Waan je James Bond in het levensechte GoldenEye op de Nintendo 64 of vecht op leven en dood in Tekken 3 op de Playstation. Dit soort prachtige games de benaming voor videospelletjes in het jargon, vormen al gauw een aanleiding om pakweg driehonderd gulden neer te tellen voor een nieuwe spelcomputer. Maar let op met wat je koopt: voordat je het weet zit je vast aan een systeem dat verouderd is of komen er geen nieuwe spelletjes meer uit.

De evolutie in de game-industrie is snel gegaan. In 1975 kwam in Amerika het zeer verslavende spel Pong uit, tafeltennis op de televisie. Twee verticale lijntjes aan weerszijden van het scherm en een wit stipje er tussenin. Al in dat jaar behoorde het spelletje direct bij het best verkopende speelgoed van het jaar.

Inmiddels is het systeem zwaar verouderd en wordt het aangeboden op rommelmarkten voor vijf gulden of is het te vinden in speelgoedmusea. Op zichzelf is dat niet vreemd voor een spel dat ruim twintig jaar oud is. Wie speelt er nog met Meccano?

Daarentegen hebben veel ouders pas drie jaar geleden veel geld betaald voor de Sega Saturn. Het systeem, bij de introductie in 1995 zonder meer het beste systeem op de markt, was bedoeld als de opvolger van de zeer succesvolle Sega Megadrive. Inmiddels is de Saturn op sterven na dood: het systeem is bijna niet meer in de reguliere speelgoedwinkels te vinden en alleen in de gespecialiseerde gamewinkels komen nog wel eens wat nieuwe titels binnen. Uit het fiasco met de Saturn blijkt dat niet te snel een nieuw systeem moet worden gekocht. Zelfs al is het het mooiste, snelste en levensechtste systeem op de markt. Van groot belang is het aantal spelletjes dat is uitgebracht, de kwaliteit van die spelletjes en de prijs van het systeem.

Hoewel de spelletjes voor de Saturn dik in orde waren, bleek het aantal te klein en de prijs te hoog voor de meeste klanten. Sega heeft zelf inmiddels ook al afscheid genomen van het systeem: de volgende machine staat al weer op stapel onder de naam Dreamcast.

Het geval Sega Saturn staat niet alleen. Bijna elk jaar verschijnen er weer producenten op de markt die denken een graantje te kunnen meepikken op de lucratieve videogame-markt. Ter illustratie van de financiele mogelijkheden: in 1996 verkocht Nintendo zijn miljardste spelletje. In datzelfde jaar haalde Sony 12 miljoen dollar per dag binnen met de verkoop van Playstation(spellen).

Velen slagen er echter niet in een plek te veroveren op de markt - en zelfs als dat wel gebeurt verdwijnt het marktaandeel als sneeuw voor de zon. Philips faalde met CD-i en indertijd prachtige machines als de Neo-Geo of de PC-Engine waren ook geen lang leven beschoren. En voor de echte kenner: Vectrex Intellivision, Colecovision, allemaal snel verdwenen.

En dan is er nog Atari. Wie herinnert zich nog de Atari 2600, het bruine kastje met zes schuifjes en twee joysticks? Na de introductie van het systeem in 1977 kreeg de Amerikaanse producent zo'n beetje de hele markt in handen. Asteroids en Space Invaders waren bestsellers. Pac-Man was helemaal een hit en het gele bijtertje verscheen in tekenfilms, op T-shirts en op rugtassen. Elke multinational zou watertanden van zo'n marktaandeel.

Atari is inmiddels toegetreden tot de categorie Halma en Mens-erger-je-niet, vermaak uit de oude doos. Nieuwe machines van het bedrijf werden iedere keer een flop. Met de komst van thuiscomputers met name de Commodore 64, was het definitief afgelopen met Atari.

Spelfanaten konden opeens veel goedkoper betere spelletjes spelen op de thuiscomputer. Onder het mom van pedagogische verantwoording waren ouders eerder geneigd een thuiscomputer aan te schaffen dan een spelletjesmachine. Later heeft het bedrijf nog wel geprobeerd een marktaandeel te verwerven maar ook de Atari Jaguar en de draagbare Lynx flopten.

Het is dus veel veiliger om een Barbie te kopen. Die krijgt eens in de zoveel jaar nieuwe borsten maar het speelplezier blijft generaties hetzelfde. Maar kom daar maar eens aan bij een jonge gamer. Die wil bloedstollende actie, racen op het scherpst van de snede en als het even kan zijn vrienden aftroeven met een nog verbluffender game.

Op dit moment zijn twee systemen op de markt die zonder meer hoge ogen zullen gooien tijdens de feestdagen: Sony Playstation en Nintendo 64. In de harde concurrentiestrijd tussen de twee producenten worden beide systemen inmiddels voor driehonderd gulden op de markt gebracht.

In tegenstelling tot Sega en Nintendo is Sony een nieuwe eend in de bijt op de videogamemarkt. In korte tijd heeft Sony, mede dankzij een uitgekiend mediabombardement, een plaats verworven op de markt. Jongeren worden niet alleen maar aangesproken in commercials bij Telekids maar ook in de pauze van de Champions League of tijdens trendy feesten die het bedrijf zelf organiseert. Toch is het succes van de Playstation niet alleen te verklaren door het trendy imago en de mooie spellen. Tot grote onvrede van Sony en genot van vele gamers op het schoolplein wordt er gekopieerd bij het leven. In tegenstelling tot veel andere producenten die hun spellen op cartridges zetten, verschijnen Playstation-spellen op CD.

CD's zijn tegenwoordig bijzonder makkelijk te kopieren. Hoewel het wettelijk niet mag, is er een hele handel ontstaan in illegale kopieen. Het is voor de gemiddelde gamer, vaak toch al niet met groot budget, zeer aanlokkelijk hetzelfde spel te kopen voor 25 gulden in plaats van de gebruikelijke 129 gulden. Met slechts enkele ingrepen binnen in de Playstation is het mogelijk deze kopieen te maken en te spelen. In advertentieblaadjes en op Internet zijn er tal van bedrijven die dit tegen een beperkte vergoeding doen. Daarmee verspeelt de eigenaar van de Playstation wel zijn garantie. Doet hij de ingreep zelf, dan loopt hij de kans dat zijn spelcomputer voor eeuwig het leven laat.

Ook de Nintendo 64-eigenaar kan illegale kopieen spelen. Hij moet daar wel veel meer moeite voor doen en een veel grotere investering. De zogenoemde Copyboxen vergen al gauw een uitgave van enkele honderden guldens. Leuk voor de die hard spelletjesfanaat maar al weer te duur voor de doorsneegamer. Deze twee systemen blijven voorlopig de markt aanvoeren en er valt ook geen stop in aansprekende games te verwachten. Toch wordt er al druk gespeculeerd over de nieuwe generatie spelcomputers en zullen ook Playstation en Nintendo 64 over pakweg vijf jaar weer flink verouderd zijn.

Geruchten doen al de ronde over een nieuwe machine van Sony voorlopig de Playstation 2 genoemd. Gezien de huidige verkoopcijfers van de Playstation zal het bedrijf nog wel even wachten met het uitbrengen van het apparaat. Dat kan echter snel veranderen als de nieuwe machine van Sega opeens hoge ogen gaat gooien. Zeker als Sega met voldoende spellen kan komen waarover gamers al snel menen niet zonder te kunnen.

De toch relatief dure aanschaf van een spelcomputer is geen aanschaf voor het leven.

Gemiddeld heeft een spelcomputer een levensduur van ongeveer vijf jaar. Daarna komen nieuwe machines die de spelcomputer technisch voorbijstreven. Natuurlijk kan tot het einde der dagen op de machine worden gespeeld maar geen fatsoenlijke gamer die nog Pac-Man gaat spelen als hij met Lara Croft in Tombraider 3 aan de haal kan gaan.