De grenzen van de mening

Dat was dus Jacques de Milliano. Gebotst op de grenzen van het asielbeleid. Nog niet eens zijn maidenspeech gehouden, maar nu al weer weg. Als CDA-Tweede Kamerlid dan. Of hij ook echt de politiek verlaat is nog onderwerp van beraad bij hemzelf. Hoe snel kunnen imago's veranderen. Zes maanden geleden was hij als zeer hoog geplaatste nieuwkomer (nummer acht) een van de trekkers op de CDA-kandidatenlijst. Thans is hij ondergebracht onder de categorie trieste figuren.

De Milliano had beter moeten weten toen hij besloot zich te kandideren voor de Tweede Kamer, maar kon hij ook beter weten? Zeker hij was van alle kanten gewaarschuwd. Het Binnenhof was heel wat anders dan de binnenlanden van Afrika en het bestaan als Kamerlid in een fractie met vele anderen was niet te vergelijken met het leiden van een invloedrijke organisatie als Artsen zonder Grenzen. De Milliano kende de tegenwerpingen, maar antwoordde steevast zich niet te min te voelen voor het kleine handwerk.

Maar wist hij ook wat hem te wachten stond bij het CDA? Hij dacht van wel. De partij was volgens hem een meer sociale koers gaan varen en vormde inmiddels een gepast tegenwicht tegen het groeidenken van PvdA en VVD, zo zei hij een jaar geleden in een vraaggesprek met deze krant. Dat hetzelfde CDA in de kwestie van de Turkse illegale kleermaker Gumus die het land moest verlaten de harde lijn gevolgd had was hem bekend, maar De Milliano hoopte juist over dat deel van het sociale gezicht van de partij de discussie aan te gaan.

Bij de eerste de beste gelegenheid, het debat over de status van Bosnische asielzoekers is het misgegaan. Weer is de vraag: had hij beter moeten weten? Het verkiezingsprogramma van het CDA zegt dat “mensen van wie onmiddellijk duidelijk is dat zij vervolgd zijn vanwege ras of overtuiging' zo snel mogelijk kansen krijgen “om in een specifieke vluchtelingenstatus in Nederland te beginnen aan de opbouw van een bestaan'. Had De Milliano moeten weten dat deze tekst ruimte laat voor de opvatting van het CDA dat Bosnische oorlogsvluchtelingen die al jaren in Nederland wonen, een baan hebben en van wie de kinderen op school zitten, alsnog naar het voormalig oorlogsgebied terugmoeten? Ja, zeggen de kenners op het Binnenhof.

Maar hoe zit het met de degenen die iets verderaf staan van de Haagse wereld van papieren teksten?

De Milliano is zonder twijfel naief geweest. Maar valt partijvoorzitter Helgers en fractievoorzitter De Hoop Scheffer die hem hebben overgehaald zich voor de Tweede Kamer kandidaat te stellen niet nog veel meer te verwijten? Het sociale gezicht van het CDA had een gezicht nodig. De voorzitter van een bij het grote publiek zeer gewaardeerde organisatie als Artsen zonder Grenzen paste uitstekend in die rol. Bij de verkiezingen is dat gebleken door de ruim 12.000 voorkeurstemmen die De Milliano wist te vergaren. Het is dan ook nog maar de vraag wie het grootste kiezersbedrog pleegt: De Milliano die zijn zetel niet zondermeer wenst af te staan nu hij uit de fractie is gestapt, of het CDA die bij de verkiezingen met de figuur De Milliano mooi weer wenste te spelen.

De kwalificatie zetelroof is in dit geval daarom net iets te gemakkelijk. Kiezers brengen formeel hun stem uit op personen en niet op partijen. Volgens de gewijzigde voorkeurstemmenregeling is de kandidaat die een kwart van de kiesdeler haalt automatisch verkozen. Met zijn 12.000 voorkeurstemmen zat De Milliano maar enkele duizenden stemmen van die grens af. Dat De Milliano even de tijd genomen heeft om over zijn mandaat na te denken is zodoende alleszins begrijpelijk.

Eigenlijk heeft de kwestie De Milliano nog eens de aandacht gevestigd op een heel ander probleem: hoe moeten politieke partijen omgaan met het verschijnsel dat ook de meningsvorming steeds verder individualiseert? Vroeger was het nog zo simpel. Om het gechargeerd te stellen: men was 'links' en dus tegen de NAVO, voor inkomensnivellering en voor abortus.

Of men was 'rechts' en dus voor hogere defensie-uitgaven, tegen belastingverhoging en voor de Verenigde Staten. Het eenvoudige wereldbeeld liet zich meestal gemakkelijk vangen in een politieke stroming.

Tegenwoordig ligt dat aanzienlijk genuanceerder. De 'ismen' zijn afgeschaft; politieke partijen zijn geen dragers meer van vaandels waarachter het electoraat marcheert maar catch-all organisaties die - met het gezicht naar de kiezer - zich zo breed mogelijk manifesteren. Dat wil zeggen: tot op de dag van de verkiezingen. Zijn de verkiezingen eenmaal achter de rug dan tellen andere dingen. Dan vraagt het maximaal uitoefenen van de macht om eenheid binnen de gelederen. Het waardevrije debat moet plaatsmaken voor fractiediscipline.

Nieuw is het allemaal niet voor de politiek. De politieke kerkhoven liggen vol met slachtoffers die in dit gevecht tussen de wielen zijn geraakt. En het is ook moeilijk in te denken hoe besluitvormingsprocessen zonder enige reglementering zouden moeten verlopen. Maar toch klemt het op de een of andere manier. De Milliano is niet uniek.

Bij hem is het conflict tussen eigen geweten en fractiestandpunt nu tot een uitbarsting gekomen, maar er zijn zoveel Kamerleden die omwille van het hogere goed van de eenheid zichzelf verloochenen.

De Milliano was eigenwijs, heeft onhandig geopereerd want niet volgens de regels van het spel die op Het Binnenhof gelden. Het is allemaal waar. Maar de keerzijde is dat het Binnenhof zich afsluit voor eigenwijze mensen. Daarmee sluit de politiek zich ook af voor de maatschappij die meer en meer uit eigenwijze mensen gaat bestaan.

    • Mark Kranenburg