De fiscale armada komt er aan

“We vechten niet op het slagveld, maar aan de vergadertafel', aldus VNO-NCW-voorzitter Blankert, geinspireerd door de gedachte dat de Europese Unie een beschaafde voortzetting van de 80-jarige oorlog is. Deze mede fiscaal geinspireerde strijd bracht ons de onafhankelijkheid. Die autonomie ziet Blankert aan de Brusselse onderhandelingstafel verloren gaan.

Ten dele hebben de werkgevers daar geen moeite mee. Zij ruilen de gulden enthousiast in voor de euro. Omdat de gezamenlijke munt de landen een middel ontneemt om zich van elkaar te onderscheiden, komt er vanzelf meer aandacht op een andere weg om zich als geschikte vestigingsplaats van het internationaal bedrijfsleven aan te prijzen: de fiscaliteit.

Het Nederlandse belastingstelsel bood multinationals vanouds grote voordelen als ze vanuit Nederland opereerden. De reputatie als aangenaam investeringsland ging onder CDA-staatssecretaris Van Amelsvoort evenwel verloren. De sociaal-democraat Vermeend moest er aan te pas komen om als staatssecretaris van Financien verscheidene fiscale regelingen te treffen die het internationale bedrijfsleven weer konden bekoren. Zo kwam de PvdA-er met originele regelingen om bedrijfskapitaal dat naar belastingparadijzen was gevlucht naar Nederland terug te halen. Een opzet die niet onderdoet voor de meest lepe fiscale truc uit de koker van belastingadviseurs.

Onder meer de Duitsers ontstaken in woede. Een deel van hun bedrijfsleven en zelfs sportsterren, opereert tegenwoordig fiscaal vanuit Nederland. Blankert wond er deze week in een persconferentie geen doekjes om dat ons fiscale beleid en de ondernemersvriendelijke Belastingdienst een goed investeringsklimaat in de hand hebben gewerkt. “Dat wekt jaloezie bij de andere EU-landen,' zo ervaart de werkgeversvoorzitter. Die andere landen willen een streek uithalen waar de werkgevers helemaal niet van gediend zijn. Zij willen belastingconcurrentie tussen de EU-landen te lijf gaan. En wat erger is staatssecretaris Vermeend werkt daar met net zo veel enthousiasme aan mee als eertijds aan het opbouwen van een Nederlandse uitzonderingspositie. Getooid met de status van ervaren bewindspersoon en voorzien van een aanstekelijke charme reist Vermeend met succes de Europese hoofdsteden af. Daar deelt hij onder meer een zelfgeschreven boekje uit waarin hij de finesses over de Nederlandse milieubelastingen onthult. Omdat het gaat om een exportproduct schreef hij het werkje rechtstreeks in het Engels.

De nieuwe Duitse bondskanselier Schroder behoort tot de eerste klanten. Blankert kijkt hoofdschuddend toe, zich afvragend waarom Nederland zich met belastingharmonisatie in de nesten werkt. Fiscale harmonisatie is zijns inziens alleen in het voordeel van de grote landen van de Unie. Door de omvangrijker binnenlandse markt bieden ze het investerende bedrijfsleven een groter winstpotentieel en andere bedrijfseconomische voordelen. Bovendien vormen de grote landen economische centra waar kleinere landen zoals Ierland wat excentrisch omheen gegroepeerd liggen. Die kleine landen moeten het dan hebben van concurrentiemiddelen als lagere belastingtarieven voor bedrijfswinsten (Ierland denkt aan 12,5 procent) en fiscale slimmigheidjes waarin Vermeend in de vorige kabinetsperiode grossierde. Met hun voorkeur voor fiscale concurrentie delen de werkgevers de liberale visie die eerder werd uitgedragen door de economisch eigenzinnige rechterhand van premier Kok secretaris-generaal Geelhoed.

Er bestaat een ander kamp, waar de Maastrichtse hoogleraar Daniels toe behoort. Deze belastingdeskundige berekende onlangs in zijn oratie dat kleine landen er maar bitter weinig op vooruit gaan als ze hun tarief voor de winstbelasting fors verlagen ook al trekken ze daarmee veel investeringen weg uit naburige grote landen. Die grote landen staan daardoor voor een schadepost die bijvoorbeeld een factor zeven groter is dan de financiele winst van het kleine land. Beide landen gezamenlijk gaan er dus flink op achteruit; het bedrijfsleven is de lachende derde. Dat laatste kan het enthousiasme verklaren dat Blankert aan de dag legt voor een pittig rondje fiscale beleidsconcurrentie tussen de landen van de Europese Unie.

Interessant is daarnaast de constatering van professor Daniels dat zowel het grote als het kleine land profiteren van de volgende oplossing: het kleine land laat de tariefconcurrentie achterwege en het grote land betaalt aan zijn kleinere buur in contanten de winst uit die het kleine land met de belastingconcurrentie had kunnen behalen. Die benadering zou de politiek van Financien kunnen verklaren waarbij Vermeend zich opwerpt als kampioen voor verdergaande fiscale coordinatie tussen de Europese landen, en zijn minister Zalm krachtig pleit voor een 'contant' voordeel van Nederland in de vorm van een lagere contributie voor de Europese Unie.

Blankert denkt niet in dergelijke nuances. Wat hem betreft is belastingheffing oorlog. “Scherp aan de wind varende wendbare en snel manoeuvreerbare Nederlandse schepen zijn de logge galjoenen van de grote landen tot nu toe te snel af geweest. Maar de armada van galjoenen en de dikke Bertha's op de kusten, beginnen grip te krijgen op de Nederlandse fiscale vloot. Nederlandse schepen moeten dus de steven wenden en een nieuwe technologie ontwikkelen die de logge galjoenen te snel af is.' Voor het geval deze beeldspraak wat mistig mocht zijn, wil hij ook wel concreet zijn: VNO-NCW wil dat Nederland het tarief van de vennootschapsbelasting verlaagt van 35 naar 30 procent.