Belg eet ook in Nederland goed

Sinds ruim een jaar is de Vlaamse jurist Swinnen de Belgische ambassadeur in Nederland. Op reis met een diplomatiek zwaargewicht.

Johan Swinnen, de 52-jarige ambassadeur van het koninkrijk der Belgen, doet er heel ontspannen over op de achterbank van zijn BMW. Terwijl de ruitenwissers de aanhoudende regen wegschuiven, gaat hij zelfs verbaasd-geamuseerd kijken bij de vraag. “Nee, nee. Die bilaterale rimpels hebben me niet gehinderd. Ze waren niet ernstig en ook weer heel snel verdwenen', zegt hij. En hij begint een loflied op de 'convivialiteit' tussen Nederland en Belgie, de uitstekende en intensieve contacten op alle niveaus: sport, cultuur, handel, politiek het mooie grensoverschrijdende overleg in de Euregio's. Het klinkt alsof hij een bandje heeft aangezet.

Hij is op werkbezoek in “uw schone Nederland' en ik mocht meerijden. De vraag was of hij, zoals velen denken als erkend diplomatiek zwaargewicht en vertrouweling van premier Dehaene vorig jaar september niet naar Den Haag was gestuurd om de rimpels die er vorig voorjaar even waren tussen Belgie en Nederland weg te nemen. Rimpels die ontstonden doordat premier Kok koeltjes reageerde op suggesties van Dehaene om een 'minitop' van EU-landen te organiseren over het drugsbeleid en de ruzies tussen Frankrijk en Nederland daarover. Diepere rimpels ook doordat Nederland als EU-voorzitter zijn zuiderbuur juni 1997 op de Top van Amsterdam onaangenaam verraste met (mislukte) voorstellen om het stemgewicht in de Europese ministerraad meer aan te passen aan de bevolkingsomvang per land. Dus ten gunste van, zeg Den Haag, en ten nadele van, zeg, de Benelux-partner in Brussel.

De jurist Swinnen, een Vlaamse Belg uit Neerpelt bij Hasselt, die in Namen, Leuven en Geneve studeerde, maakte na diplomatieke posten in onder andere New York en Athene een grote naam als ambassadeur in de Rwandese hoofdstad Kigali (1990-1994).

In deze door geweld geteisterde vroegere Belgische kolonie coordineerde hij april '94, toen het nog net kon, de evacuatie van buitenlanders, een Duitse televisieploeg bijvoorbeeld, door Belgische para's. Dat deed hij zo goed dat de Duitse regering er destijds bij monde van bondskanselier Kohl haar grote bewondering en dankbaarheid voor uitsprak. Toen was er een nieuwe diplomatieke ster geboren, die premier Dehaene direct aantrok als politiek adviseur.

De ambassadeur is deze regenachtige dag vroeg weggereden van zijn ambtswoning aan de Haagse Jacob Catslaan om in Eindhoven Nijmegen en Putten filialen van Albert Heijn te bezoeken. Want de Nederlandse tak van het Ahold-concern viert in zijn 670 filialen een Belgische week, nadat Ahold-bestuursvoorzitter Cees van der Hoeven over 1997 als topverkoper van Belgische producten (80 miljoen gulden) een handelsprijs uit handen van kroonprins Filip ontving. Swinnen ondergaat de ontvangst in de filialen van de Hollandse supergrutter met groot gemak. Managers tonen trots hun vleesdegustaties, pates, wafelbak en waterzooi uit Belgie, de ambassadeur neemt hapjes, stelt vragen, prijst de winkelinrichting en houdt vriendelijke toespraakjes. Zoals in Putten tot de SGP-burgemeester en de jonge enthousiaste filiaalchef. Het schrijven van officiele rapporten en het verzenden van telegrammen naar zijn hoofdstad zijn nodig, maar zulke “gewone' contacten zijn eigenlijk nog belangrijker. “Je moet zichtbaar zijn als ambassadeur, aanwezig zijn mensen moeten je kennen, je moet persoonlijke contacten maken.'

Terwijl de BMW tussen de etappeplaatsen probeert om de almaar groeiende achterstanden in het dagprogramma goed te maken, wil hij ook kwijt dat je, ook als verwende Belg, in Nederland vaak goed kunt eten.

En de manier waarop Nederlanders gekleed gaan kan er wat hem betreft ook best mee door. “Netjes, al kan ik niet zeggen dat er veel fantasie inzit.' Verbaasd is hij wel over “de Nederlandse stiptheid' in het sociale verkeer. “Soms bent u bij afspraken een half uur van tevoren aanwezig daar moet ik aan wennen', zegt hij. Dat geldt ook voor “uw neiging tot moraliserend optreden'. Wennen moet hij ook, zegt hij erbij, aan de Nederlandse gewoonte om bij het oordeel over politiek beleid “de persoon van de politicus zo sterk te betrekken en hem punten te geven'.

De Belgische ambassadeur gelooft dat Nederland na 1 januari 1999, in de twee jaar dat het lid is van de Veiligheidsraad, tussen permanente leden als de EU-partners Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk en de Amerikaanse Navo-partner “zeker een nuttige rol' kan spelen. “Bijvoorbeeld als discrete bemiddelaar. Nederland heeft onder meer grote ervaring bij vredesoperaties van de VN, daar kan het iets mee doen.'. Ook in het recente pleidooi van minister Van Aartsen (Buitenlandse Zaken) om een Afrika-conferentie op te zetten, ziet Swinnen een thema.

Kan Nederland rekenen op Belgische steun voor zijn plannen om de nettobijdrage aan de EU te beperken? Door in het landbouwbeleid de subsidies door nationale hoofdsteden te laten betalen bijvoorbeeld, waar Frankrijk mordicus tegen is?

Swinnen, voorzichtig: “Uw idee van de gedeeltelijke renationalisatie van het EU-landbouwbeleid is het bekijken waard. Maar er moet op dat gebied toch ook voldoende financiele solidariteit blijven tussen de EU-landen.'

Wat is er afgelopen jaren veranderd in de Belgisch-Nederlandse relatie?

“Die relatie is losser geworden.

Dat heeft ook te maken met een gegroeid respect in Nederland voor Belgie en met een groeiend zelfvertrouwen van de Belgen. Wij Belgen zijn jaloers op uw overlegeconomie, daar kunnen we van leren. Maar wij zijn trots op de rijkdom van onze diverse culturen. Walen en Vlamingen zijn op dat terrein complementair, daar moeten we mee leren werken.'

'Soms bent u bij afspraken een half uur van tevoren aanwezig, daar moet ik aan wennen'