Apotheek belaagt plattelandsarts

Een paar honderd plattelandsartsen strijden voor het behoud van hun eigen apotheek. Maar de apothekers rukken op. “De meeste apotheekhoudende artsen leven met de hete adem van de apotheker in de nek.'

Woedend zijn ze, de vier 'apotheekhoudende huisartsen' van Lekkerkerk, Zuid-Holland. Ze moeten de vergunning voor hun apotheek inleveren ten gunste van apotheek Anselmus, die zich onlangs “zonder overleg' in het dorp heeft gevestigd. “Wij doen de medicijnverstrekking beter dan de apotheker', vindt huisarts H. Aeijelts Averink. “Wij hebben inzicht in de ziektegeschiedenis van de patient, een apotheker niet.' De vier gaan bij minister Borst (Volksgezondheid) in beroep om hun vergunning te behouden.

“Het is altijd mijn droom geweest een eigen apotheek te beginnen', zegt apotheker M. Hermans, de eigenaar van Anselmus. “Lekkerkerk heeft voldoende inwoners voor een levensvatbare apotheek. En er was er nog geeneen.' Nadat ze had besloten zich er te vestigen zocht ze contact met de huisartsen, zegt ze. “Een goede samenwerking hoort bij de farmaceutische zorg.' Maar de artsen reageerden “heel boos'. “Ga ergens anders kijken, zeiden ze. Dat vind ik zeer spijtig.'

Apotheekhoudende huisartsen zijn te vinden op het platteland, in gebieden waar een zelfstandige apotheek door de geringe bevolkingsdichtheid lange tijd onrendabel was. Tien jaar geleden telde Nederland er nog zo'n vijftienhonderd. Nu zijn het er nog zeshonderdvijftig en het worden er gestaag minder. Na hun pensioen worden ze meestal opgevolgd door een apotheker. Sommigen verkopen al voor hun pensioen hun apotheek aan een apotheker, wat meer oplevert dan overname door een arts. Anderen, zoals in Lekkerkerk, worden tegen hun zin verdreven door een zogenoemde 'penetratie-apotheek'.

“De drang van apothekers om zich op het platteland te vestigen is groter geworden', zegt H. Overgaag, jurist bij de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij ter bevordering der Pharmacie (KNMP).

Er is geen tekort aan apothekers meer, en de steden zijn al voorzien. De VNA BV, een dochter van de KNMP, leent apothekers zonodig geld voor de proceskosten tegen de apotheekhoudende huisarts en voor het inkomen in de beginfase. “Apotheekhoudende artsen doen er soms alles aan om de apotheker tegen te houden. Ze spannen juridische procedures aan en beinvloeden patienten, zeggen dat ze niet naar de apotheek moeten gaan.' De steun kan volgens de woordvoerder oplopen tot enkele tonnen. De KNMP gaat ervan uit dat een gebied 'apotheekrijp' is als artsen er minimaal veertigduizend receptregels per jaar voorschrijven wat het geval is bij zevenduizend tot negenduizend inwoners. “Het merendeel van de apotheekhoudende huisartsen leeft met de hete adem van de apotheker in de nek', zegt een woordvoerder van de Landelijke Huisartsenvereniging (LHV). “Als hun gemeenteraad besluit om vijfhonderd woningen extra te bouwen, zijn zij hun apotheek kwijt.'

De apothekers hebben de wet aan hun kant. De Wet op de Geneesmiddelenvoorziening bepaalt dat apothekers voorrang hebben zodra er in een gebied een 'economische basis' voor een apotheek is. “Dat is een wet uit 1963', zegt huisarts Janssen uit Lekkerkerk. “Die wordt nog steeds als bijl gehanteerd.' Volkomen onterecht, vindt hij. “Mijn voor-voorganger in 1963 had wat potjes en pillen in een klerenkast. Wij hebben een geavanceerd computersysteem en gediplomeerde assistenten.'

De wet is verouderd, vindt ook de Landelijke Huisartsenvereniging. “Hij dateert uit de tijd dat apotheekwerk nog handwerk was', zegt een woordvoerder. “Inmiddels komt bijna alles voorverpakt bij de groothandel vandaan. Ik denk dat het weinig verschil maakt of men het doosje over de toonbank krijgt van de apothekersassistente of van de apotheekhoudende huisarts.' En voor de patient is de arts-apotheek alleen maar makkelijk.

“Hij krijgt in de ene kamer het receptje, loopt een gang door en krijgt in de volgende kamer het medicijn. Wij zien de meerwaarde van de apotheker niet.'

Huisarts Aeijelts Averink vindt dat artsen in hun opleiding genoeg farmacotherapie en farmacologie krijgen om op een verantwoorde manier medicijnen te kunnen voorschrijven. Maar volgens Th. Tromp, apotheker in Kampen en bijzonder hoogleraar praktische farmacie in Groningen, is dat niet het geval. “In elk geval niet genoeg om patienten goed te begeleiden.' Toch heeft hij wel begrip voor de apotheekhoudende huisarts. “Ik denk dat apothekers vroeger nooit voldoende moed hebben gehad om de afgelegen provincies goed te voorzien. En dat artsen het nu niet meer willen opgeven. Jammer, dit is niet in het belang van de kwaliteit van de zorg aan de patient.'

De LHV vindt dat minister Borst nu maar eens duidelijkheid moet scheppen. Of de wet wordt aangepast en de apotheekhoudende huisartsen kunnen voortbestaan zonder de voortdurende dreiging van een penetratie-apotheek. Of de wet blijft gelden en alle apotheekhoudende huisartsen ruimen het veld. “In dat geval zullen wij als 'vakbond' de minister ook verzoeken om een afvloeiingsregeling', aldus de LHV. Borst komt morgen met een brief over het geneesmiddelenbeleid, waarin ook de positie van de apotheekhoudende huisarts aan de orde zal komen.

    • Joke Mat