Slimme spelletjes met verwachtingspatronen; Een verrassende zwarte komedie van de 29-jarige Engelse debutant Guy Ritchie

Lock, stock and two smoking barrels Regie : Guy ritchie.

Een van de grootste verrassingen van dit filmseizoen is een Engels regiedebuut dat alles tegen zich lijkt te hebben. De woordspelige en onvertaalbare titel Lock, Stock & Two Smoking Barrels is een moeilijk te onthouden tongue twister. Er zitten geen sterren in, behalve in bijrolletjes: Sting en voetballer Vinnie Jones, de speler-coach van Queens Park Rangers, als een geldophaler met de onverstoorbaarheid van een indiaan. Van de 29-jarige regisseur Guy Ritchie en de 26-jarige producent Matthew Vaughn had tot voor kort nog nooit iemand gehoord.

De plot is een variatie op uittentreure beproefde misdaadcliches: vier louche vrienden lappen elk 25.000 pond om een van hen een grote slag te laten slaan in een pokerduel.

Het resultaat is dat ze nat gaan en binnen een week een half miljoen op tafel moeten leggen of anders hun vingers verliezen. De oplossing ligt in de ingenieuze rip-off van een bende, die op haar beurt een stel lamlendige drugdealers heeft beroofd. De buit blijkt echter te behoren aan precies dezelfde krijgsheer als waar de helden bij in het krijt staan. Na een bloedige finale van over elkaar heen buitelende gangsters, lijken twee antieke geweren nog het enige verschil te maken tussen eeuwige doem of verlossing.

En toch is Lock, Stock & Two Smoking Barrels geen voorspelbare film, integendeel. Je zou de surprisehit in de Britse bioscopen een kruising kunnen noemen tussen de grimmige scenariocavalcades in Pulp Fiction en de anarchistische zelfkanthumor van Trainspotting, maar beide cultfilms zijn inmiddels zo vaak geimiteerd dat je daarmee op zichzelf nog geen cool resultaat boekt.

Het geheim van Lock, Stock & Two Smoking Barrels schuilt waarschijnlijk in de combinatie van authenticiteit en een onrealistische vormgeving.

Ritchie kent de criminele subcultuur van het Londense East End zo goed dat hij niet schuwt zijn speelfilm debuut `semi-autobiografisch' te noemen. Vele rolletjes worden vertolkt door vervaarlijke amateurs, waar ook in werkelijkheid niet mee valt te spotten. Voortdurend geeft regisseur-scenarist Ritchie blijk van gedetailleerde kennis van het idioom, de gebruiken en het decor van de moderne onderwereld, waarin het geboefte regelmatig bovengrondse verschijningsvormen aanneemt. Het zijn soms bijna gewone mensen, met vertrouwde kleine gebreken. Ritchie speelt slim met het verwachtingspatroon van de toeschouwer; telkens wanneer het Oxbridge-drugsbaronnetje zijn medewerkers fijntjes wijst op het belang van de deurbeveiliging, weet je dat het daar ergens mis moet gaan lopen maar de manier waarop die achilleshiel geraakt wordt, komt toch nog als een verrassing.

Zijn de personages en hun eigenaardigheden naar het leven getekend, de vormgeving van Ritchie's film bedient zich van een arsenaal aan filmische kunstgrepen. Het is geen luxe, gezien de complexiteit van het verhaal, dat de belangrijkste personages in een bevroren beeld geintroduceerd worden. Ook andere beeldmanipulaties (slow motion, animatietechnieken) vervullen een nuttige functie, als interpunctie of onderstreping.

Ondanks de zelfs naar moderne normen flink gewelddadige toon van de film is Lock, Stock & Two Smoking Barrels bovenal een zwarte komedie, in de traditie van de Ealing-studio: The Ladykillers van de jaren negentig.