Primakov is tegen verbod communisten; Na racistische uitspraken

Premier Jevgeni Primakov ziet geen enkele aanleiding om de communistische partij in Rusland te verbieden of te berispen voor de jodenhaat die invloedrijke partijleden verspreiden.

De roep om een verbod van Ruslands grootste partij weerklonk nadat de communisten in de Doema hadden geweigerd de fel antisemitische uitspraken van een van hun fractiegenoten te veroordelen. Reserve-generaal Albert Makasjov, die openlijk joden de schuld geeft van Ruslands crisis heeft binnen de communistische partij een martelaarsstatus verworven. “Waarom zoveel ophef?' zei gisteren de communist en Doema-voorzitter Gennadi Seleznjov. “Jullie (de media) hebben een held van hem gemaakt.'

In het blad Zavtra zei Makasjov dat joden bloedzuigers zijn, die de andere volken uit het staatsapparaat werken en de landbouw en de industrie vernietigen. Communistenleider Gennadi Zjoeganov zei over die opmerkingen slechts dat de generaal zijn visies wat ongelukkig onder woorden brengt, maar hij heeft kennelijk geen moeite met die visies zelf. Zijn achterban die zaterdag bij de herdenking van de Russische revolutie vlaggenzwaaiend aan Zjoeganov en Makasjov voorbij trok, haat kapitalisten evenzeer als joden, voor zover ze die niet aan elkaar gelijkstellen.

De joods-Russische zakentycoon Boris Berezovski, zelf een geliefd doelwit van antisemieten, noemt de communisten vermomde fascisten, die als een kankergezwel uit de samenleving dienen te worden gesneden. Maar premier Primakov, die zijn joodse afkomst altijd diep verborgen heeft gehouden om zijn carriere niet te schaden, is daar “beslist tegen'. De grootste partij buiten de wet plaatsen zou “een destabiliserende werking op het land hebben'.

De Moskouse burgemeester Joeri Loezjkov en de gouverneur van Krasnojarsk, Aleksandr Lebed beiden kanshebbers op het presidentschap - hebben het antisemitisme van Makasjov veroordeeld - Loezjkov vond het `walgelijk' - maar zien geen heil in het verbieden van de partij. Patriarch Aleksej II zei gisteren dat de orthodoxe kerk “tegen het verspreiden van haat op etnische of religieuze gronden is'.