Necrofiele moordenaar zet jongelui aan tot volwassenheid

Nightwatch Regie : Ole Bornedal

Waarom maakt iemand twee keer dezelfde film? Of juister: waarom maakt een regisseur van een geslaagd origineel een buitenlands en dus met een groter budget gefinancierde, maar halfbakken remake? George Sluizer deed het met Spoorloos/The Vanishing en de Deense filmmaker Ole Bornedal met Nattevagten (1994) die ook zonder in het Engels gesproken te zijn en internationaal aansprekende acteurs een succes werd op de filmfestivals van Cannes en Sundance en ook in Nederland een bioscooproulement kreeg. Nightwatch heet zijn Amerikaanse herverfilming, die ondanks het feit dat Steven Soderbergh (Sex, lies and videotape en Out of Sight) het scenario herschreef weinig aan spanningsopbouw of psychologie gewonnen lijkt te hebben.

De film moet het nu vooral hebben van leuke, vlotte, jonge acteurs als Ewan McGregor en Patricia Arquette, een hippe soundtrack met bijdragen van The Chemical Brothers, Kula Shaker en R.E.M. en een modieus gothic production design. Nightwatch is daardoor een verhaal geworden over moderne, door alle kicks en thrills een beetje blase geworden adolescenten die wat experimenteren met liefde, seks en relaties als ze maar niet echt volwassen hoeven te worden. De eigenlijke misdaadgeschiedenis die het verhaal zou moeten bepalen is daardoor naar de achtergrond verschoven. Het mortuarium waar rechtenstudent Martin (McGregor) als nachtwaker werkt is minder angstaanjagend dan wel een interessant decor om te dansen. De necrofiele seriemoordenaar die de stad onveilig maakt, is een reden om de postmoderne antimoraal van Martin en zijn vrienden uit te testen. Het feit dat Martin op een gegeven moment zelf van de misdaden wordt verdacht is niet beklemmend of kafkaesk, maar wordt aangewend als een aansporing om zo snel mogelijk toch maar volwassen te worden. Een coming-of-age film vermomd als thriller, of andersom, het blijft in het geval van Nightwatch een wat ongelukkige combinatie.