Managers leren betalen: verliezen is vertrekken

Topmanagers bij Nederlandse bedrijven zijn niet langer bang om op te stappen als er onder hun leiding grote fouten zijn gemaakt. Wie hard is voor zijn personeel, moet zelf het voorbeeld durven geven.

Politici praten erover, topmanagers doen het: opstappen bij falend beleid. De afgelopen weken hebben al drie topmanagers als gevolg van tegenvallers hun biezen gepakt. Of moeten pakken. ING-bestuurslid Minderhoud moest vorige maand boeten voor de aanhoudende problemen bij dochter Barings en gisteren maakten de bestuursvoorzitters van de matig presterende beursfondsen Ceteco en Ten Cate hun vertrek bekend.

De nieuwe wind die er waait is, zoals zo vaak, van Amerikaanse origine. Bestuurders worden afgerekend op hun resultaten, net zoals dat lager in de organisatie gebeurt. De logica is simpel: als een verkoper te weinig verkoopt, moet hij weg en als een topmanager geen waarde voor zijn aandeelhouder creeert, dient hetzelfde te gebeuren. Gisteren `sneuvelden' Frits Eigenfeld van handelsbedrijf Ceteco en Frank Schreve van textielfabrikant Ten Cate.

“Ik vind dit, zonder dat ik de individuele gevallen ken, een prima ontwikkeling', stelt consultant Hans Strikwerda van KPMG, die in maart dit jaar een studie verrichtte naar de `veramerikanisering' van het Nederlandse bedrijfsleven. Het informele karakter binnen beursfondsen verdwijnt, concludeerde hij toen al, en het benoemen en ontslaan van managers wordt een normaal en belangrijk bestuursinstrument. “Al langer zie je dat lagere managers hard worden afgerekend op hun resultaten. Dat nu ook op topniveau eerder persoonlijke consequenties worden getrokken, geeft veel duidelijkheid. Het is een signaal dat iedereen binnen een bedrijf verantwoording dient af te leggen.'

Natuurlijk vlogen ook vroeger managers de deur uit, maar bijna altijd waren `meningsverschillen over het te voeren beleid' of `gezondheidsredenen' de aanleiding.

Sommige bedrijven hanteren nog steeds dit omzichtige beleid. Zo werden `persoonlijke motieven' aangedragen voor het vertrek van Philips-bestuurder Doug Dunn, die aan het hoofd stond van de verliesmakende telecomactiviteiten. Reed Elsevier-bestuurder Paul Vlek, medeverantwoordelijk voor de stagnatie van de groei bij de uitgever, ging deze zomer halsoverkop met vervroegd pensioen.

Maar bij ING, Ceteco en Ten Cate worden de afscheid nemende bestuurders in direct verband gebracht met de slechte resultaten. Sommigen zijn zelfs bereid om hun vertrek toe te lichten.

Nieuwe wind waait door bedrijfsleven

Strikwerda vindt dat het gedrag van de topbestuurders moet worden beloond. “Al of niet gedwongen leveren zij een grote bijdrage omdat andere mensen hiervan leren. Ik vertrouw erop dat de omgeving hen hiervoor honoreert en niet de ontslagen managers niet als besmet beschouwt.'

Pikant is dat uitgerekend Frank de Wit voorlopig ter vervanging van de top als gedelegeerd commissaris bij Ten Cate is benoemd: zijn gedwongen vertrek bij het papierconcern KNP BT ging eind vorig jaar nog met de nodige leugens gepaard. Eerst werd gejokt dat De Wit, na de verkoop van de papierdivisie, niet meer de juiste man voor het concern zou zijn, maar een maand later bleek de ontslagen president op eigen houtje met het handelshuis Hagemeyer over een fusie onderhandeld te hebben. “Het eerste persbericht is hiermee vervallen', verklaarde commissaris Maas toen doodleuk tegenover de aandeelhouders.

Het vertrek van Eigenfeld bij Ceteco lijkt niet van de ene op de andere dag te komen. De commissarissen van het handelsbedrijf hebben vermoedelijk eerder al zijn opvolger benaderd, de van Philips afkomstige P.A.

Houben.

De problemen van Ceteco dateren dan ook niet van de natuurramp die Latijns Amerika momenteel bedreigt. Al in de zomermaanden moest het concern met een winstwaarschuwing naar buiten komen.

Sommige managers blijven verknocht aan het pluche, maar de nieuwe wind in het Nederlandse bedrijfsleven heeft een mogelijk vertrek in elk geval bespreekbaar gemaakt. Ondernemingsraden, aandeelhouders en de media kunnen zonder blikken of blozen vragen waarom de topman ondanks de slechte prestaties nog steeds niet is vertrokken.

President Boonstra van Philips, als geen ander bekend om het `afrekenen' van managers, kwam vorige maand met een verklaring voor zijn aanblijven. Voor de aanhoudende problemen bij de mobiele telefoons waren volgens hem “sommige individuen meer verantwoordelijk dan andere'.