Het `trouwe' kapitaal blijft stromen

Terwijl het snelle geld in paniek de opkomende markten verliet, blijven de directe buitenlandse investeringen toestromen, aldus UNCTAD.

In 1996 stroomde er nette 39 miljard dollar aan beleggingen bankleningen en andere korte-termijninvesteringen naar Azie. Vorig jaar sloeg, toen de financiele crisis zich razendsnel over het continent uitbreidde, die geldstroom om in een uitstroom van ruim 31 miljard dollar. En dit jaar verlaat volgens schattingen van het Internationale Monetaire Fonds het onvoorstelbare bedrag van 93 miljard dollar aan `snel geld' de landen in de regio.

Het contrast tussen het meedogenloze snelle geld en de reele, directe buitenlandse investeringen kan niet groter zijn. De stroom van directe investeringen van buitenlandse bedrijven naar Azie in nieuwe plaatselijke vestigingen of uitbreiding daarvan, overnames van plaatselijke bedrijven of strategische belangen, bedroeg in 1996 80 miljard dollar. In 1997 namen de directe investeringen ondanks de financiele crisis, toe tot 87 miljard dollar. Dit jaar zullen directe investeringen in de regio wel afnemen, maar niet dramatisch.

Het IMF gaat in zijn jongste World Economic Outlook uit van een afname van de stroom van directe investeringen van 10 procent dit jaar. En ook UNCTAD, de organisatie van de Verenigde Naties voor handels en Investeringen, gaat in zijn World Investment Report dat gisteren werd gepubliceerd, uit van een lichte afname. Met name China, dat in 1997 nog 45 miljard dollar aan buitenlandse directe investeringen genoot - ruim de helft van het Aziatische totaal - zal het in 1998 moeten doen met naar schatting 40 miljard.

Multinationale bedrijven of, om in UNCTAD's terminologie te blijven transnationale bedrijven, laten zich bij hun investeringsbeslissingen kennelijk nauwelijks afschrikken door de paniek die nu al anderhalf jaar door de opkomende markten waart.

En daarmee zetten zij een trend voort die bezig is de wereldeconomie fundamenteel te veranderen.

Bekend is dat sinds de Tweede Wereldoorlog de groei van de wereldhandel sneller gaat dan de wereldwijde economische groei. Dat betekent dat internationale handelsrelaties een steeds grotere betekenis krijgen in de wereldeconomie. UNCTAD signaleert een ontwikkeling die nog een stap verder gaat. De omzet van buitenlandse vestigingen van transnationale bedrijven groeit weer sneller dan de wereldhandel. Begin jaren tachtig was die omzet van buitenlandse vestigingen 1,2 maal zo groot dan de wereldhandel. In 1997, het jaar waarover UNCTAD in zijn nieuwste verslag rapporteert, is die verhouding opgelopen tot 1,5. De omzet van buitenlandse vestigingen bedroeg in 1997 9500 miljard dollar, terwijl de waarde van de wereldhandel 6400 miljard dollar bedroeg.

De investeringen blijven groeien. In 1997 bedroeg de uitstroom van buitenlandse directe investeringen wereldwijd 424 miljard dollar een cijfer dat dit jaar licht zal stijgen. De totale opgebouwde waarde van buitenlandse directe investeringen bedroeg in 1997 3455 miljard dollar. Dat is 10,8 procent van het wereldwijde bruto binnenlands product. In 1980 was dat percentage nog 5,0.

De steeds verdergaande verstrengeling van economieen die de investeringshausse tot gevolg heeft vindt daarbij voornamelijk plaats in het geindustrialiseerde deel van de wereld. Van de 400 miljard aan gerapporteerde instroom van investeringen die in 1997 plaatsvond, ging 233 naar Westerse industrielanden. 56 miljard ging naar Latijns-Amerika, 87 miljard naar Azie en 19 miljard naar Oost-Europa. Bij de uitstroom van investeringen liggen de verhoudingen nog schever: van de 424 miljard in 1997 kwam 359 miljard uit de Westerse industrielanden.

Rijst de vraag wat de gevolgen zijn van de toenemende internationale verstrengeling op de lange termijn. UNCTAD onderscheidt nu wereldwijd 53.000 transnationale ondernemingen, met 450.000 buitenlandse vestigingen.

Directe investeringen hebben gezien het contrast met de terugtrekking van het snelle geld uit Azie een duidelijk stabiliserende werking op de wereldeconomie.

Maar terwijl het voorstellen regent om het snelle internationale geld beter onder controle te houden, stokt de vooruitgang bij het creeren van een beter klimaat voor directe buitenlandse investeringen. Onderhandelingen over een multilateraal investeringsakkoord (MAI) in het kader van de OESO liepen dit voorjaar vast.

Het snelle geld van de financiele markten en het `trouwe' geld van de directe investeringen hangen bovendien nauw met elkaar samen. En Nederlandse onderneming met een productiebedrijf in Brazilie zal zijn winst, die in real luidt, wellicht op de valutamarkt willen afdekken tegen wisselkoersschommelingen. Of het zal de lokale financiering met rente-ruilcontracten willen vrijwaren van al te grote valuta- of renteschommelingen. Dat zijn allemaal transacties en handelingen die voortspruiten uit het `trouwe' geld, maar op de financiele markten door het `snelle' geld moeten worden afgewikkeld.

De dagomzet op de internationale valutamarkten bedroeg in 1989 590 miljard dollar, in 1992 820 miljard dollar, in 1992 1230 miljard dollar en is volgens de jongste ramingen in 1998 opnieuw toegenomen. De groei van het wereldwijd uitstaande bedrag aan directe buitenlandse investeringen over de zelfde periode houdt daar echter vrijwel gelijke tred mee. Zo losgezongen van de realiteit zijn de internationale financiele markten dus ook weer niet.

De samenhang heeft zo ook gevolgen voor de beleidsreactie op de financiele crisis. Het instellen van kapitaalscontroles door Maleisie, om het snelle geld te dwarsbomen hindert ook buitenlandse directe investeerders die hun winsten nu moeilijk kunnen terugsluizen.

Misschien moeten na de traumatische ervaringen van de financiele crisis wel striktere voorwaarden worden gesteld aan het snelle geld van de financiele markten. Maar gezien het toenemende belang van directe investeringen zit er weinig anders op dan hun trouweloze broertje ook van tijd tot tijd gewoon te laten uitrazen.