Gevluchte Craxi toont `huilend Italie'

De artiest staat in een onderhemd op de foto, naast drie van zijn variaties op zijn hoofdthema: Italie dat huilt. Het zou hooguit een hoekje op de kunstpagina zijn geweest, als de betrokkene niet beroemd en berucht was geworden als politicus en volgens sommigen als degene die het meest heeft gestolen van allemaal: oud-premier Bettino Craxi.

Toen de grond hem met alle smeergeldonderzoeken te heet onder de voeten werd, vluchtte de voormalige socialistische leider in 1994 naar Tunesie. Hij heeft daar in de badplaats Hammamet een fraaie villa en is goed bevriend met de autoriteiten. Over het internationale arrestatiebevel maakt hij zich weinig zorgen. Zijn zelfgekozen ballingschap laat hem alle tijd om zijn artistieke aspiraties uit te leven.

Het resultaat is de expositie Mijn Afrika, die deze maand te zien is in een galerie in het centrum van Rome, ingeklemd tussen een kledingzaak en een poppendokter met allemaal hoofdjes in de etalage. “Een vriend van Craxi, ook een kunstenaar, kwam met het voorstel, en ik vond het wel een goed idee,' vertelt galeriehouder Roberto Panico.

Het opvallendst zijn de witte aardewerken potten die zijn overgoten met streperig uitgelopen rode en groene verf. Ze heten allemaal Italie dat huilt, in verschillende formaten. “Een metafoor voor het huidige Italie', laat Craxi vanuit Tunesie weten. Langs de wand hangen verder lithografieen van oude foto's van Noord-Afrikaanse taferelen en van blote Arabische meisjes op de pakjes Melia-sigaretten van begin deze eeuw.

Veel recensenten zijn er niet op afgekomen. Misschien omdat twee hoofdwerken ontbreken die `te gevoelig' zijn. Dat zijn de litho's De doodgravers en De leugenaars en de buitenaardse wezens. Dat laatste verwijst naar mensen die zich verbaasd hebben getoond over de corruptie. Craxi zegt steeds dat de politieke partijen allemaal wisten wat er gebeurde en allemaal hebben meegedaan. De kunstenaar moest bij de opening verstek laten gaan.