Geldmarkt rustig; WEEKSTAAT DE NEDERLANDSCHE BANK

De Nederlandse geldmarkt vertoonde afgelopen verslagweek een rustig beeld. De `benchmark' van de geldmarkt, het 3-maands interbancaire tarief, steeg enkele basispunten (honderdste procentpunten) tot 3,35 procent.

Ook de 1-maands en 2-maands tarieven, die half oktober onder het speciale beleningstarief (3,3 procent) doken, klommen weer licht op. Daarmee lijkt de in de markt geslopen verwachting dat de core-Europese rentetarieven voor de start van de Economische en Monetaire Unie (EMU) nog worden verlaagd weg te ebben. Deze verwachting ontstond vooral nadat Franse en Duitse politici herhaaldelijk om zo'n rentestap hadden verzocht. Nu de laatste weken sprake is van enig herstel in Azie en ECB-bestuurders hebben laten doorschemeren vooralsnog niet aan een renteverlaging te denken lijken de voorstanders van een renteverlaging bakzeil te gaan halen.

De Weekstaat van De Nederlandsche Bank (DNB) vertoont een rustig beeld. De stijging van de dollarkoers, van 1,87 naar 1,89 gulden, leidde tot een toename van de passiefpost `waarderingsverschillen goud en deviezen' met 65 miljoen gulden. De tegenpost `vorderingen en waardepapieren in buitenlandse geldsoorten' steeg daarentegen met 133 miljoen gulden. Dat kwam doordat DNB een deel van haar trekkingsrechten op het Internationale Monetaire Fonds (IMF) heeft verkocht in ruil voor vreemde valuta. Dit wordt zichtbaar in de afname van de actiefpost `vorderingen op het IMF' met 75 miljoen gulden.

Uit de Weekstaat blijkt verder dat de hoeveelheid bankbiljetten in omloop met 74 miljoen gulden afnam. Dit geldmarktverruimende effect werd meer dan tenietgedaan door een toename van het Schatkistsaldo met 13 miljoen gulden en een 136 miljoen gulden krappere speciale belening. Per saldo resulteerde een verkrapping van de geldmarkt, hetgeen blijkt uit de afname van het saldo op de kasreserverekeningen bij DNB met 88 miljoen gulden tot net onder de 5 miljard gulden. Het collectief van banken had tot en met gisteren circa 2 procent meer middelen op deze rekeningen aangehouden dan gemiddeld noodzakelijk is. Gebruikelijk is dat deze besparing in de tweede helft van de kasreserveperiode (de huidige loopt tot 27 november) afneemt omdat banken geen rente ontvangen over de meer dan gemiddeld noodzakelijk aangehouden middelen.