De macht van de media

New York. Hoeveel politieke macht hebben de media en welk aandeel daarin heeft de televisie? Het antwoord is dat de politici die in een fase van de strijd aan het kortste eind trekken, de macht van de media altijd overschatten.

Dat doen ook degenen die de media `in handen hebben', zij het op een andere manier. En intussen bewaart het kijkend en lezend publiek over het algemeen zijn nuchter oordeelsvermogen. Onder normale omstandigheden tenminste. Er is geen absolute garantie en we hebben het niet over tijden van crisis.

De statistiek van de kijkcijfers in het Lewinsky-schandaal (afgedrukt in de New York Times van 9 november) heeft zijn eerste piek in januari als het vermoeden tot zekerheid wordt: er is een verhouding geweest. Dan zakt de belangstelling in, de vlakke lijn zet zich voort tot half augustus. Dan geeft de president het openlijk toe en dat veroorzaakt weer een klein piekje. De publicatie van het Starr-rapport brengt geen nieuwe heftige beweging. Zelfs is er een dipje. Dan komt de uitzending van Clintons verschijnen voor de grand jury. De kijkdichtheid bereikt het record, zakt weer, stijgt tot het niveau van midden januari als het Congres stemt over het openen van een onderzoek dat tot impeachment kan leiden, zakt dan plotseling zeer diep en bereikt zijn laatste piek op de dag van de verkiezingen. De ontwikkeling in de oplagecijfers van de drie weekbladen vertoont ongeveer dezelfde lijn.

In het verloop van deze negen maanden heeft de affaire een onafgebroken stroom van nieuws veroorzaakt, en als er maar de geringste aanleiding was, werd de publieke omhelzing van Bill en Monica weer vertoond, maar iedere volgende keer heeft het de kijkers minder in opwinding gebracht. De kijkcijfers worden iedere dag gepubliceerd, maar blijkbaar hebben de politieke deskundigen en de Republikeinen alleen naar de pieken gekeken en daaruit de verkeerde conclusie getrokken. Als de media langdurig grote aandacht aan een onderwerp besteden, en van tijd tot tijd hoge kijkdichtheid bereiken volgt daaruit nog niet automatisch dat dit voor welke partij dan ook politieke macht betekent. Kijkdichtheid is altijd goed voor de televisiemaatschappijen; maar kijkdichtheid is geen bron van politieke macht. Dat zijn zeer verschillende grootheden.

Dit is voor lezers kijkers, politici, journalisten en politicologen de interessante conclusie van negen maanden Lewinsky.

Die blijft niet beperkt tot de Amerikaanse politieke cultuur. Lang geleden, toen Nederland nog niet terecht was gekomen in de binnenzee van de paarse consensus, woedde een strijd tussen enerzijds het deel van politiek Den Haag dat liberaal conservatief was, en anderzijds de televisie in Hilversum met uitzondering van de AVRO, en de gedrukte pers behalve De Telegraaf. De media, zeiden de conservatieven, waren `in handen van links'. Het mag waar zijn dat er in die tijd veel linkse journalisten waren maar die hadden de media niet `in handen' (al hebben ze dat soms wel gedacht) en dat ze invloed van betekenis op de werkelijke machtsverhoudingen hebben gehad, moet nog worden bewezen. In ieder geval is het met de vaderlandse geschiedenis heel anders gegaan, zoals wel wordt bewezen, namelijk door de zachte nationale landing in paars. Dat komt doordat de politieke tegenstanders van weleer op Nederlandse manier, achter gesloten deuren, elkaar als brave en verstandige mensen hebben herkend, en niet door de macht van `de media'.

(Dat de publiciteit wel een individu `kapot kan maken' is een andere kwestie. Meestal is dat dan een eenling die niet tot een politieke macht hoort, of van wie gebleken is dat hij iets op zijn kerfstok heeft waardoor de macht waartoe hij hoorde, hem laat vallen - eventueel met een vangnet handdruk, of een paar plichtplegingen. Dat hangt van de mens in kwestie af).

Amerika is Nederland niet, om te beginnen al omdat in dit geval de consensus nog geboren moet worden. De uitslag van de verkiezingen wordt uitgelegd als een duidelijke aanwijzing van de kiezers dat de politici zo vlug mogelijk weer moeten doen waarvoor ze zijn gekozen: de behartiging van algemene tastbare en immateriele belangen, in plaats van zich bezig te houden met het particuliere doen en laten van de president.

Maar Starr kan zijn prooi niet loslaten, en een conservatieve fractie in de Republikeinse partij is dat evenmin van plan. Getuigen uit de periferie van het schandaal worden opgeroepen, en intussen heeft de commissie van justitie van het Huis van Afgevaardigden besloten dat de banden met de gesprekken tussen Monica Lewinsky en Linda Tripp worden vrijgegeven, zodat we ook de stemmen van de vriendinnen kunnen horen. Hoewel het publiek de tent verlaat, heeft het circus na een korte onderbreking de voorstellingen hervat. Alleen de ware liefhebbers blijven over.

Zo komen we bij de vraag: wat vertegenwoordigt Kenneth Starr. De zuiverste opvattingen van het recht? Daarover kan men van mening verschillen, en dat wordt dan ook gedaan. De discussie - als dit woord nog van toepassing is - draait om twee punten: is datgene wat de president heeft gedaan de moeite waard om de lange procedure van het impeachment met alle gevolgen van dien te beginnen? En wat is het verschijnsel Starr: de man, zijn methoden, zijn belangen, zijn bondgenoten? Is hij iemand die, zoals wordt gezegd, een jihad voert, zijn heilige oorlog? Als dat zo is, dan doet hij het niet alleen. Dan is hij de kern van een ondoorzichtig complex.

De aanklager wordt belangrijker dan de aangeklaagde. Dat alles is niet nieuw in de Amerikaanse politiek; wel hardnekkig en destructief. Want zulke fundamentalisten hebben helemaal geen boodschap aan de kiezers, laat staan aan de media.