Beukende popsongs met lieve melodieen

Concert : Ash

De jongens konden nu ook eens komen kijken, volgens het programmablaadje van de Amsterdamse Melkweg. Bij het vorige concert van Ash in Nederland twee jaar geleden, trok het Noord-Ierse trio veel tienermeisjes, die de halve dag bij de concertzaal rondhingen in de hoop een van de drie jongens te treffen. De groep werd onlangs uitgebreid met de stoere gitariste Charlotte Hatherley.

Maar het Ash-concert van gisteravond was niet alleen visueel heel anders dan dat van twee jaar geleden. Toen was net het mooie debuut 1977 verschenen, een album dat met frisse, stevige popsongs zeer succesvol was in Groot-Brittannie. Het jaartal in de titel sloeg op het geboortejaar van twee van de leden van de groep, die nog maar net van school af waren. De sfeer op het onlangs uitgebrachte Nu-clear Sounds is een stuk donkerder. Gingen de luchtige liedjes op 1977 over zomerliefdes, meisjes van Mars en Jackie Chan-films, nu zingt zanger/gitarist Tim Wheeler meer over het einde van de zomer, over zich ontheemd voelen, over dovende vlammen, in nummers met titels als Death Trip 21 en Burn Out. De songs ontstonden in een tijd waarin hij zich depressief voelde, na afloop van een vermoeiende wereldtournee, die zo hectisch was dat hij nauwelijks de kans had te wennen aan de plotse roem en volwassen te worden in de schijnwerpers.

Met de nieuwe gitariste is de muziek van Ash zwaarder geworden, zoals gisteravond ook te horen was. Hard beukende, tegen metal-muziek aanleunende nummers overheersten, met een voller geluid dan voorheen. Het concert was ook een stuk opwindender dan de vorige keer. Toen vormde de zoutzakkerige uitstraling van de muzikanten een groot contrast met de springerige muziek, nu liepen ze losser en zelfverzekerder rond, terwijl Hatherley haar gitaar bespeelde met de energie en het venijn waarmee een jong katje een speelgoedmuis aanvalt.

Effectief was ook de lichtshow, met fel flitsende stroboscopen die zo nu en dan werden aangezet, zoals tijdens een lang, hard noise-stuk, waarin de door feedback en space-effecten gierende gitaren een enerverend lawaai maakten.

In sommige nummers voegde dj Dick Kurtaine met zijn draaitafels nog verrassende scratch- en sirenegeluiden toe.

Dat het publiek in de volle Melkweg niet werd murwgebeukt was vooral te danken aan Wheelers talent voor het schrijven van pakkende, lieve melodieen, die ook in de hardste en grimmigste nummers te horen waren.