Bananenplukkers in vodden gebaren `kom hier'

Met zes rubberboten vol voedsel, medicijnen en water brengen Nederlandse mariniers hulp aan Hondurezen die geisoleerd zijn geraakt na de tropische storm Mitch. De bananenplukkers begrijpen niets van het Nederlandse flux de bouche.

Urenlang schieten de bananenplantages aan weerszijden van de rivier de Ulua voorbij. Vergeelde of al verdorde bladeren, geknakte planten. De rivier zelf breed en bruin, de kanten afgekalfd. Overal modder, hier en daar zwaaiende mensen in vodden. Sommigen wrijven over hun buik en maken het gebaar `kom hier'.

In dit tropisch uitbundige, maar tegelijk desolate landschap voeren gisteren zes legergroene rubberboten met Nederlandse mariniers naar een drietal dorpen stroomafwaarts richting de Atlantische Oceaan. Aan boord drinkwater, voedsel en medicijnen voor de dorpelingen, die sinds de tropische storm Mitch afgesneden zijn van de buitenwereld en alleen per helikopter of boot bereikt kunnen worden. Aan boord ook een Hondurees team bestaande uit een arts, een verpleegster en een maatschappelijk werker, allen vrijwilligers.

Het gezelschap werd gecompleteerd door de Nederlandse militaire arts Fred Alwon, overste bij de luchtmacht en doorgaans gestationeerd op de basis Soesterberg. Maar als lid van het Noodhulpverkenningsteam van Defensie en Buitenlandse Zaken moest hij gisteren een evaluatie verrichten van de gezondheidstoestand waarin de inwoners van de drie bezochte dorpen zich bevinden. Al naar gelang zijn bevindingen kan de Nederlandse hulp aan Honduras worden aangepast aan de huidige problemen van de Hondurezen.

Alwon is vooral alert op ziektes als malaria, knokkelkoorts en cholera. De grote vrees bestaat dat hiervan epidemieen zullen ontstaan als de verschillende muskieten eitjes gaan leggen in de opgedroogde modder, of als - in het geval van cholera - drinkwater en hygiene de toelaatbare ondergrenzen overschrijden.

Maar voorlopig is er niets ernstigs aan de hand, zo zal Alwon vermoedelijk rapporteren.

Nog niet. In Dora, hemelsbreed zestig kilometer van het startpunt in het stadje Progreso, de uitvalsbasis van de mariniers, zijn het niet zo zeer de acute gevolgen van de orkaan Mitch die de aandacht van de militaire medicus opeisen, als wel de gevolgen van jarenlange, generatieslange armoede waarin de mensen van Dora leven. Bananenplukkers zijn ze, en landbouwers die je eigenlijk keuterboertjes wil noemen. Met hun beesten leven ze aan de oever van de rivier in houten huisjes en hutten. Veel hebben ze niet, vaak ook geen tanden, zoals de stralende glimlach van een jonge vrouw verraadt.

Wat dokter Alwon en zijn Hondurese collega wel constateren is bloedarmoede bij de kinderen, veroorzaakt door een jarenlang eenzijdig dieet. Ofschoon de rivier een schat aan uitstekend eetbare vis schijnt te bevatten. Maar vissen doen weinigen langs de oevers van de Ulua. Hengels voor Dora, lijkt een prima doel voor effectieve ontwikkelingshulp te zijn.

Terwijl het medische team onder druk van de ongeduldige mariniers in ijltempo een indrukwekkende hoeveelheid medicijnen uitdeelt aan een lange rij dorpelingen - “Oke, zes maal per dag een pil, twee weken lang. Volgende!' - worden elders hun dorpsgenoten gedebriefed over mogelijke noodsituaties in nabijgelegen gemeenschappen. De informatie is nodig om de noodhulp beter op de behoeften van de Hondurezen te kunnen toesnijden.

Intussen krijgen de Nederlandse mariniers hun Latijns-Amerikaanse vuurdoop. Natuurlijk wordt er in dit “apenland' veel gepraat en ogenschijnlijk tijd verpest. Uiteraard is het in deze “bananenrepubliek' niet makkelijk om te coordineren. En vanzelfsprekend begrijpen de “no-knows' die hier wonen niet direct het Engelse, laat staan het Nederlandse flux de bouche van deze militaire elite uit het verre Europa.

Maar dat is vermoedelijk een kwestie van tijd en veel begrip aan beide kanten.

De Nederlandse militairen zullen ook moeten wennen aan de specifieke omstandigheden van het werk langs de rivier. Zoals op tijd weggaan en genoeg benzine meenemen om te voorkomen dat zoals gisteren een reddingsactie door collega-mariniers in het donker moest gebeuren. Bovendien lijken de urenlange tochten aanzienlijk te kunnen worden bekort, als gebruik kan worden gemaakt van de spoorlijn van de Tela Railroad Company, die van de havenstad Puerto Cortes dwars door bananenland naar het doelgebied van de mariniers loopt. Volgens een functionaris van `de Tela' is het spoor al sinds vorige week weer bruikbaar, toen de bananengigant de weinige nog bruikbare vruchten met containers tegelijk afvoerde naar de haven. Dat zijn andere hoeveelheden dan de twee ton aan voorraden die passen in de rubberboten van de mariniers.

Over het nut van de Nederlandse militaire inzet zal nog veel en lang worden vergaderd. Zeker is wel dat de actie wordt gewaardeerd, al weten weinig Hondurezen dat het hier het leger van het land van Gullit, Davids en Kluivert betreft. De mariniers lijken dan ook in het geheel niet op de ook hier gerespecteerde en bewonderde helden van de Naranja Mecanica - het Nederlands voetbalelftal. Maar een paar weken in de felle Hondurese zon zal de uiterlijke verschillen tussen mariniers en stervoetballers aanzienlijk verkleinen.

    • Reinoud Roscam Abbing