Arts zonder partij

HET TOCH AL onverkwikkelijke debat over de Bosnische asielzoekers in Nederland heeft gisteren op een onverwachte plaats tot een politiek bedrijfsongeval geleid. Terwijl in de plenaire vergaderzaal van de Tweede Kamer D66-afgevaardigde Dittrich zijn tournure maakte, kondigde elders in het gebouw het CDA-Kamerlid De Milliano aan dat hij zijn fractie verliet. Hij kon zich niet verenigen met de harde lijn van de christen-democraten ten aanzien van de in Nederland verblijvende vluchtelingen in Bosnie. Dat De Milliano met zijn partijgenoten zou botsen is door velen voorzien. Maar dat het zo snel zou gebeuren met ook dit ultieme gevolg is desalniettemin verrassend.

Het is ontegenzeggelijk waar dat De Milliano zich in een zeer moeilijke positie had gemanoeuvreerd met zijn brief van het afgelopen weekeinde aan de CDA-fractie waarin hij eiste dat het standpunt over Bosnische asielzoekers gewijzigd werd. Met het bezigen van termen als `politiek opportunisme' en `onacceptabel' maakte hij een zakelijke discussie over dit onderwerp bijna onmogelijk. Bovendien is het de vraag of De Milliano niet op een eerder moment in de CDA-fractie zijn bezwaren naar voren had kunnen brengen. De Milliano ontpopte zich met zijn solo-actie als monopolist van het geweten en dat leidt bijna altijd tot moeilijkheden.

DE VRAAG IS vervolgens hoe te handelen bij een onoverbrugbare kloof. De Milliano heeft gisteren van de CDA-fractie de ruimte gekregen bij zijn afwijkende standpunt te blijven. Hij hoefde zich dus niet te binden aan de fractiediscipline. Dat hem deze mogelijkheid werd geboden, illustreert dat de cultuur binnen de CDA-fractie toch aan het veranderen is. De Milliano vond het echter niet geloofwaardig om met deze gedoogstatus in de fractie te blijven zitten.

Op zichzelf valt het in hem te prijzen dat hij voor de principiele lijn heeft gekozen. Het zou voor de buitenwereld inderdaad moeilijk voorstelbaar zijn hoe juist iemand met zijn achtergrond als oud-voozitter van Artsen zonder Grenzen zich kon handhaven in een fractie die op het punt van het vluchtelingenbeleid diametraal met hem van mening verschilt. Maar had De Milliano dit niet eerder kunnen voorzien? Niet voor niets is hem bij het bekend worden van zijn kandidatuur voor de CDA-Tweede Kamerfractie telkens de vraag gesteld wat hij bij deze partij had te zoeken.

MAAR NOG MEER valt dit de personen binnen het CDA aan te rekenen die De Milliano hebben binnengehaald: partijvoorzitter Helgers en fractievoorzitter De Hoop Scheffer.

Zij hadden op de hoogte kunnen zijn van de uitgesproken opvattingen van De Milliano en hadden dus ook kunnen weten dat er vroeg of laat een conflict zou ontstaan. De electorale aantrekkelijkheid van de gewezen voorzitter van Artsen zonder Grenzen woog op dat moment blijkbaar zwaarder dan het risico. Daarvoor betaalt het CDA nu al zes maanden na de verkiezinngen de prijs.