Verplichte toets voor basisscholen; Adelmund wil resultaten publiceren

Staatssecretaris Adelmund (Onderwijs) wil een uniforme, verplichte eindtoets voor alle basisscholieren invoeren en de resultaten per school bekendmaken.

Nu mogen basisscholen nog zelf weten of ze een eindtoets afnemen wat ze onderzoeken en of ze hun resultaten publiceren.

Daarnaast wil de PvdA-staatssecretaris de inspanningen die de leraren hebben geleverd meten en bekendmaken. “Ouders willen transparantie om een school te kunnen kiezen', zo onderbouwt ze haar plannen vandaag in deze krant. Zeventig procent van de ruim 7.000 basisscholen gebruikt al de Cito-eindtoets, maar publiceert de uitkomsten niet.

Een uniforme eindtoets voor twaalfjarigen, waarvan de resultaten openbaar worden gemaakt, is in de Tweede Kamer omstreden. VVD en D66 zijn voorstander maar het CDA verzet zich ertegen en de PvdA maakte begin dit jaar ook grote bezwaren. Tegenstanders wijzen op de argumenten van een aantal onderwijsrichtingen, zoals Montessorischolen, die vinden dat kinderen en scholen niet beoordeeld moeten worden op basis van een momentopname.

Ook geven ze gehoor aan bezwaren van scholen met veel achterstandsleerlingen. Die zijn tegen publicatie, omdat hun toetsresultaten relatief laag zijn. Zij zeggen dat het moeilijker is om vierjarigen die geen Nederlands spreken met een voldoende van school te laten gaan dan dit te bereiken met kinderen uit hoogopgeleide gezinnen.

Om aan dit laatste kritiekpunt tegemoet te komen wil Adelmund de inspanningen van de school meten aan de hand van het zogeheten 'leerlingvolgsysteem', waarbij de school de vorderingen van ieder kind elk schooljaar bijhoudt. “Er zijn immers hele goede scholen met achterstandsleerlingen en slechte scholen met kinderen uit hoogopgeleide gezinnen.'

Vanmiddag heeft Adelmund een convenant ondertekend met schoolbesturen en onderwijsbonden om het lerarentekort op basisscholen te bestrijden.

Daarin staan dertig 'actiepunten'. Zo moet er betere kinderopvang komen voor onderwijzers en herintredende moeders. Baangaranties worden gegeven aan vervangers en werklozen die aan een opleiding tot onderwijzer beginnen. Onderwijsassistenten en docenten Arabisch en Spaans moeten na bijscholing sneller als volwaardig onderwijzer voor de klas kunnen. En Pabo-studenten kunnen mogelijk ook eerder worden ingezet. In het huidige arbeidsvoorwaardenoverleg worden de punten nog precies ingevuld.

Als er niets gebeurt aan het lerarentekort zal de kwaliteit van het onderwijs dalen, vreest Adelmund. “Dat zie je nu al gebeuren. De leerkracht die zwakke leerlingen bijspijkerles geeft, staat hele dagen als groepsleerkracht voor de klas. Aan zijn bijlestaak komt hij niet meer toe. Want hij springt bij omdat er geen vervangers te vinden zijn.' Prognoses over het lerarentekort in 2002 lopen uiteen. Het ministerie van Onderwijs voorspelt een tekort van 11.000 onderwijzers op basisscholen. De onderwijsbonden spreken van een tekort van 27.000 leraren, waarbij ze expliciet rekening houden met deeltijdbanen.