THE ECONOMIST

Het bedrijfsleven in Azie is wanhopig op zoek naar methoden om de gaten te vullen die de financiele dienstverleners hebben laten vallen. De grote buitenlandse ondernemingen die vestigingen in Azie hebben springen in het gat en afficheren zich als redder in de nood. Maar om het bedrijfsleven en de overheden niet kopschuw te maken stellen ze alles in het werk om duidelijk te maken hoe ze verschillen van de financiele ondernemers die de zondebok zijn geworden van de economische crisis.

Dat is, schrijft The Economist, niet zo moeilijk omdat ondernemingen direct investeren in mensen en fabrieken en weinig van doen hebben met het flitsgeld van financiele dienstverleners. Ford bijvoorbeeld ging na de val van de Thaise munt gewoon door met de bouw van een nieuwe fabriek in Thailand. Ook heeft de onderneming geholpen bij het oprichten van toeleveringsbedrijven. Verder richtte Ford een nieuwe financieringsmaatschappij op in dezelfde periode waarin de overheid 56 financiele bedrijven moest sluiten.

Maar de boodschap van de grote ondernemingen klopt maar voor de helft, vindt het blad. Natuurlijk zijn grote ondernemingen een stabiele bron van kapitaal en technologie. En het zou goed zijn als de betreffende overheden het vaak voorkomende verbod op deelname in lokale ondernemingen zouden opheffen. Maar het is gevaarlijk om de Aziatische landen te doen geloven dat ze het flitsgeld van financiele dienstverleners niet nodig zouden hebben. Weliswaar zorgt het gemak waarmee dat soort geld rolt voor de nodige problemen, maar kleine ondernemingen zijn er maar wat blij mee, omdat ze in tegenstelling tot hun grote broers niet op een andere manier aan geld kunnen komen.

Het weekblad The Economist is verkrijgbaar in de kiosk. .www.economist.com