Tegenwind uit Brussel schrikt de Hongaren niet af

Vandaag beginnen de formele onderhandelingen tussen de EU en de kandidaat-leden in het oosten, waaronder Hongarije. Minister van Buitenlandse Zaken Janos Martonyi hoopt op het lidmaatschap in 2002. Maar een jaartje later is geen ramp.

Het ontgaat Janos Martonyi niet dat er sinds enige tijd vanuit Brussel een stevige tegenwind is gaan waaien. De Hongaarse minister van Buitenlandse Zaken maakt zich weinig illusies. Geluiden uit Brussel van de diverse lidstaten van de Europese Unie dat de uitbreiding vooral niet moet worden overhaast bevallen hem niks, maar de Hongaar blijft vastbesloten. Vandaag gaat hij de eerste concrete gespreksronde in met de lidstaten van de Europese Unie en het Hongaarse doel is duidelijk: op 1 januari 2002 wil Hongarije lid zijn. “Sommigen vinden ons te ambitieus maar als wij al niet ambitieus zijn, wie dan wel? Wij zijn toch degenen die lid willen worden van de Europese Unie?'

Vier jaar geleden zouden de Hongaren ook te ambitieus zijn geweest. De meeste EU-landen vonden toen dat de landen van Midden- en Oost-Europa rustig op hun beurt moesten wachten. Ze zouden wel horen als ze klaar waren. Maar daar voelden de kandidaat-leden niets voor. “Ook toen hebben we doorgedrukt en gewoon het lidmaatschap aangevraagd. Wij willen niet wachten, wij willen gewoon lid worden', aldus Martonyi.

Vandaag beginnen concrete onderhandelingen met de zes landen uit de kopgroep van kandidaat-leden: Hongarije, Polen, Tsjechie, Estland, Slovenie en Cyprus. Het is het formele begin van een proces dat nog jaren kan duren. Martonyi wil het tempo erin houden en is daarom verheugd dat Oostenrijk, als voorzitter van de EU, het voortouw heeft genomen en de onderhandelingen opent over zeven hoofdstukken van het zogeheten 'acquis communautaire'. “Wat ons betreft kan het hele proces in 2000 zijn afgerond. Dan rest er nog een jaar voor de ratificatie door de verschillende parlementen en kunnen we op 1 januari 2002 lid worden.'

Begonnen wordt met de makkelijkste hoofdstukken, waar het screeningproces - waarbij de wetgeving van de kandidaat-leden wordt gelegd naast de bestaande EU-wetgeving - al is afgesloten. Het gaat om onderwerpen als onderzoek en wetenschappen, telecommunicatie, informatietechnologie en onderwijs. Onderwerpen waar niemand zich een buil aan kan vallen.

Het idee om al met deelonderhandelingen te beginnen voordat de uiterst gecompliceerde screening op alle gebieden is afgelopen, komt van de Oostenrijkers. Met Tsjechie en Hongarije als buurlanden heeft Wenen begrepen dat het vooral psychologisch belangrijk is om de vaart erin te houden. De Hongaarse minister hoopt dat de Duitsers, die het EU-voorzitterschap in december van de Oostenrijkers overnemen, dit principe van parallelle besprekingen (onderhandelen en screenen) zullen overnemen.

Janos Martonyi weet dat het Duitsland van Gerhard Schroder niet het Duitsland is van Helmut Kohl, de kampioen van de Europese eenwording. De uistraling is anders maar Martonyi verwacht geen ingrijpende wijziging van het Duitse beleid ook al zal de regering-Schroder wellicht proberen het tempo er een beetje uit te halen. “Uitbreiding van de EU en stabiliteit in Midden-Europa zijn objectieve belangen van Duitsland, dat zal altijd het fundament zijn van het Duitse buitenlandse beleid.'

Hongarije wil zo snel mogelijk lid worden, maar niet tot elke prijs. De regering-Orban, waar Martonyi deel van uitmaakt, heeft dit voorjaar de verkiezingen gewonnen met de belofte de belangen van de Hongaren beter te verdedigen en niet te buigen voor druk uit Brussel.

Martonyi voorziet dan ook stevige onderhandelingen als de moeilijke hoofdstukken aan bod komen.

Landbouw is er een van. Dan gaat het niet om de vraag of de kandidaat-leden al of niet rijp zijn (in wetgevende zin), maar om keiharde marktcompetitie. “De vraag wordt dan hoeveel subsidie de Hongaarse boeren zullen krijgen. Evenveel als de boeren van de bestaande lidstaten of minder?'

En dan is er nog de kwestie van de overgangsperiodes. Brussel hamert er voortdurend op dat de kandidaat-leden niet te veel overgangsperiodes mogen vragen en geen uitzonderingsposities bedingen.

Martonyi is het daar in principe mee eens: als je lid wordt moet je echt lid worden. Toch is de discussie over uitzonderingsposities volgens hem nogal eenzijdig. Want er wordt met geen woord gerept over de overgangsregelingen die de 'andere kant' eist. “En dat terwijl iedereen weet dat het economische belang van de uitzonderingen die de bestaande lidstaten gaan eisen, veel en veel groter zal zijn dan wat wij gaan vragen.' Martonyi weet dat de bestaande EU graag de nieuwe Midden-Europese markt wil aanboren met zijn bijna 100 miljoen consumenten, en daarbij niet voorbij zal gaan aan de eigen belangen.

Een van de specifieke punten die Hongarije op tafel zal leggen is het lot van de 2,5 miljoen Hongaren in Slowakije, Roemenie en Joegoslavie, landen die voorlopig niet mee zullen doen aan de uitbreiding. Martonyi heeft goede hoop dat Slowakije onder de nieuwe regering-Dzurinda snel zal aanhaken. Toch zal er een tijd komen dat Hongarije wel lid is en de buurlanden niet. Dan zal Hongarije ook tot de Schengen-landen horen en mee moeten doen aan bijvoorbeeld visumverplichtingen voor Roemenen ook als het daarbij om etnische Hongaren gaat.

Boedapest zal dat ook doen, zegt minister Martonyi, maar zal wel alles in het werk stellen om die tijd zo kort mogelijk te houden.

De regering van de Hongaarse premier Viktor Orban wil dat met name Roemenie (waar de grootste Hongaarse minderheid woont) zo snel mogelijk lid wordt van de Europese Unie. Martonyi verwacht dat de andere lidstaten zullen begrijpen dat toetreding van Roemenie op termijn onvermijdelijk is, ook al stelde Europees commissaris Van den Broek vorige week in zijn voortgangsrapport dat Roemenie nog ver van toetreding verwijderd is.

De Hongaren willen het tempo erin houden, mede om ook de rest van de regio 'mee te kunnen nemen'. Toetreding in 2002 is de richtlijn, maar als het een jaartje later wordt zou dat geen ramp zijn, vindt Martonyi. “Belangrijk is dat er geen onnodig uitstel komt. Dat zou tot onvoorziene spanningen in de regio kunnen leiden die weinig goeds beloven.'