Steal Big, Steal Little

Steal Big, Steal Little (Andrew Davis, VS '95) Veronica, 20.30 - 22.35 u.

Menig producent weet het: van tweelingen zijn uitstekende filmpersonages te maken. Arnold Schwarzenegger en Danny DeVito scoorden ooit als boomlange spierbundel en gedrongen onderkruipsel in de idiote komedie Twins (Ivan Reitman, 1988). Spannender wordt het als de een de goede en de andere de donkere kant van de ziel vertegenwoordigt, zoals tweemaal Jeremy Irons in de verontrustende horrorfilm Dead Ringers (David Cronenberg, 1988). Steal Big, Steal Little voegt hier een derde variant aan toe, de lofzang op de familie, maar faalt omdat regisseur Andrew Davis niet kon kiezen welk genre hij zou gaan beoefenen.

Andy Garcia speelt de dubbelrol van de goede tweelingbroer, direct te herkennen aan zijn outdoor look, vriendelijke oogopslag en vlot haar en de slechte tweelingbroer, een keiharde zakenman die voor de duidelijkheid te veel gel in zijn haar heeft en met zijn cowboyhoed op naar bad gaat. De slechte heeft het gemunt op een ranch in Santa Barbara die de goede via een erfenis toegewezen heeft gekregen. Wat volgt is een behoorlijk saai inzicht in de financiele rompslomp van de protagonisten. Belastingen en leningen vormen doorgaans geen fijne ingredienten voor een film, en het kijken naar Steal Big, Steal Little is dan ook allerminst prettig te noemen.

Problematisch is dat de film zwalkt tussen drama - het is werkelijk geen pretje om je ranch afgepikt te zien worden door je bloedeigen broer - en komedie. Af en toe doet regisseur Davis een poging fel uit te halen naar corruptie en zwendel, een engagement dat vervolgens onmiddellijk in de kiem wordt gesmoord door aanzwellende hoempapa-muziek: de kluchtige kant van de film dient zich aan.

De nekslag is de verhaalstructuur. Deze is zo nodeloos ingewikkeld - flashback op flashback - dat alleen de kijker met een blocnote vol schema's op de schoot nog kan volgen wat wanneer gebeurt. Het medium film leent zich uitstekend voor een spel met de chronologie, maar als een regisseur het toepast, moet hij dat wel zorgvuldig en met aantoonbaar nut doen.

Binnenkort is de nieuwste film van Andrew Davis in de bioscoop te zien. A Perfect Murder is zijn remake van Hitchcocks Dial M for Murder en ook daar heeft hij zich vertild aan de hoeveelheid plotwendingen. Gedenkwaardig is zijn regie van The Fugitive (1993, met Harrison Ford) de enige film waarin hij evenwicht kon vinden.