Proef met chipkaart in openbaar vervoer

Minister Netelenbos (Verkeer en Waterstaat) wil binnenkort experimenteren met een chipkaart voor het openbaar vervoer. Als de proef slaagt kan nog volgend jaar begonnen worden met de landelijke invoering van rekeningrijden in het openbaar vervoer.

De invoering van de landelijke chipkaart moet voorkomen dat reizigers als gevolg van de privatisering in het openbaar vervoer worden geconfronteerd verschillende regionale vervoersbewijzen. De bevoegdheid tot het vaststellen van de tarieven wordt overgeheveld van het rijk naar lokale overheden. Daardoor kunnen regionale vervoerders in de toekomst verschillende tarieven aanbieden. De minister wil echter voorkomen dat reizigers voor elke etappe van hun reis een apart kaartje zouden moeten kopen. Overigens blijft de losse kaartverkoop op de bus, tram en metro bestaan.

Volgens minister Netelenbos is het niet de bedoeling een nieuwe kaart voor het openbaar vervoer te introduceren. In plaats daarvan wordt een chip ontwikkeld die op verschillende pasjes kan worden aangebracht. Netelenbos denkt daarbij onder andere aan bankpasjes en kortingspasjes van winkelbedrijven.

Volgens de minister moet er een onafhankelijke instantie komen die de uitgifte van de OV-chipkaarten gaat verzorgen. Op die manier wil ze voorkomen dat een aanbieder van de chipkaart vervoersbedrijven uitsluit.

De chipkaart moet het ook mogelijk maken om de verdeling van de opbrengsten en subsidies centraal te organiseren. Zonder centrale administratie zouden nieuwe openbaar vervoer-aanbieders met andere aanbieders afzonderlijk afspraken moeten maken over de verrekening. Ook moet de chip prestatievergelijkingen mogelijk maken.